zaterdag 24 oktober 2026

 

zaterdag

24

Oktober

Als het even net iets anders was gegaan

Als Hitler toch de oorlog had gewonnen
Wat weinig had gescheeld met die V-2
Hadden we dan nog levensmidd'lenbonnen
Of viel de toestand achteraf best mee
We kwamen zonder een niet-jood verklaring
Weer op normale wijze aan de poen
En er was geen verzekerde bewaring
Voor de zigeuners die geen mens iets doen
Er zou geen jood en geen zigeuner meer bestaan
Als het net even anders was gegaan

 

Geen Surinamers waren hier gekomen
En geen Molukker was Europeaan
Geen gastarbeider was in dienst genomen
Of toch het vuile werk moet ook gedaan
Van concentratiekampen zou men praten
Ach dat valt wel mee er wordt zoveel beweerd
We zouden het rustig daarbij kunnen laten
Want geen getuige was teruggekeerd
De nazi's hadden het veel grondiger gedaan
Als het net even anders was gegaan

 

Hitler had een spierwitte snor gekregen
Werd door de meerderheid gerespecteerd
Als vader van de autowegen
En hij had Mussert al geliquideerd
Wie zouden zich in 't openbaar vertonen
Wie zouden ons regeren uit Den Haag
Wie zouden er in grote huizen wonen
Misschien dezelfde rijken als vandaag
Wij vonden vast wel weer een zin in ons bestaan
Als het net even anders was gegaan

 

Voor homoseksuelen streng verboden
Zou er te lezen staan op de cafés
Wat afweek van de norm dat zou men doden
Men kocht Mercedessen en B.M.W.'s
Om dan als heersers langs de weg te razen
Dat iedereen hun macht en welvaart zag
En het verzet was werk geweest van de dwazen
En Engeland verarmde met de dag
Wat zich verrijkt was de haat en rassenwaan
Als het net even anders was gegaan

 

We weten allemaal dat Hitler heeft verloren
We zijn toen van de tirannie gered
Maar zou ik anders ook een lied doen horen
Een bloed en bodemlied? Of juist een van verzet
Zou er in zulke uitzichtloze tijden
Nog iets bestaan als hier en daar een sprank
Van moed en hoop die boeken doet verspreiden
Jan Campert en Van Randwijk Anne Frank
Zou dan het goede schone ware nog bestaan
Als het net even anders was gegaan

 

Willem Wilmink (1936-2003)

Willem Wilmink zou vandaag 90 jaar zijn geworden

dinsdag 20 oktober 2026

 

dinsdag

20

oktober

Knolselderij • Apium graveolens rapaceum
Wetenswaardig • Niet te verwarren met blad-, bleek-, krul-, snij-, stoof- of struikselderij.
Lied • Uiterst lieftallig, bij voorkeur door knapenkoor met speeldoosbegeleiding.


Kom, wij benaderen
't Erfdeel der vaderen
Wil je eens bladeren
Samen met mij

In die hartstelende
Geestesoogstrelende
Leesstof voor velen, de
Kunstpoëzij

Laat die poëten maar
Eerst wat gegeten maar
Wij zijn estheten, maar
Gaan niet voorbij

Aan deze sappige
Heerlijkweghappige
En ook zo grappige
Knolselderij



Drs. P (1919-2015)
uit: Knolraap en lof, schorseneren en prei

zondag 11 oktober 2026

 

zondag

11

oktober

 

Oktober

 

Teder en jong, als werd het voorjaar

Maar lichter nog, want zonder vruchtbegin,

Met dunne mist tussen de gele blaren

Zet stil het herfstgetijde in.

 

Ik voel alleen, dat ik bemin,

Zoals een kind, iets jongs, iets ouds,

Eind of begin? Iets zo vertrouwds

En zo van alle strijd ontheven -

Niet als een einde van het leven,

Maar als de lente van den dood.

 

De kruinen ijl, de stammen bloot

En dit door stilte en mist omgeven.

 

M.Vasalis (1909-1998)

maandag 5 oktober 2026

 

maandag

5

oktober

 

Bij een eerste communie in de jaren 50

 

Vóór het altaar,

Hangt een lampje,

Omdat daar Heer Jezus woont.

En het blijft er

Rustig branden,

Tot zolang er Jezus troont.

 

Zo ook zal er,

In mijn hartje,

Waar de lieve Jezus kwam

Branden 't lampje

Van mijn liefde.

Met een stille mooie vlam

 

Kom Heer Jezus,

Dikwijls weder,

Altoos is mijn hart bereid

'k Zal er vriend'lijk

Laten branden,

Mijn liefde voor altijd

zaterdag 3 oktober 2026

 

zaterdag

3

oktober

Sterfdag Heilige Franciscus

 

Sint- Franciscus

Het is gedaan met al die ijdle dingen!
De maan speelt op de zilvren avondfluit;
hij zingt nu niet meer mee, dat lied is uit,
een schooner stem kon in zijn ziele dringen.

Hij zal in d’ afgrond van Gods liefde springen,
trekt zijn verleden en zijn kleéren uit,
en in een pij, met zijne ziel als luit,
gaat hij al beedlend langs de huizen zingen,

zingt voor den wolf, de vogels en de bloemen,
kan al wat leeft zijn broers en zusters noemen,
de Liefde zingt hem mager als een riet.

In zulke pure mensch wil God staan branden,
boort hem Zijn vuur door voeten, hart en handen.
Uit elke wonde juicht het zonnelied!

 

Felix Timmermans (1886 – 1947)

woensdag 16 september 2026

 

woensdag

15

september

 

Als de bank wordt overvallen

Als de bank wordt overvallen
vloeken ze misdadigheid,
zijn ze verontwaardigd allen
tot de klopjacht mee bereid.
Om een hand gestolen knaken
doen ze zeer geagiteerd,
gaan ze draven, zweten, blaken:
want de wet is geschoffeerd!!

Als de bank wordt overvallen
gaan ze aan vergelding doen:
lopen hijgend ze te brallen
achter een brok onfatsoen!
Om een greep gestolen centen
komt de stad in rep en roer,
zijn ze één als malcontenten
door een krasse boeventoer.

Als de bank wordt overvallen
zijn ze danig in de weer,
slaan ze kranig met z'n allen
een benarde gannef neer …
Om een hand gestolen duiten
hebben ze d'r woed gereed,
Gaan ze manlijk zich te buiten
aan een droevige proleet …

Wordt de MENSHEID overvallen
door bewapeningsgespuis,
slaan ze futloos aan het kallen
over eer en baas in huis …
Om een handje losse knaken
vragen ze verweer en straf:
voor wie moorden en mismaken …
nemen ze d'r hoedje af …



Willem van Iependaal (1891-1970)
uit: Liedjes van ordelijke ellende (1936)

vrijdag 11 september 2026

 

vrijdag

11

september

 

Psalm

 

O, hoe gebrekkig sluiten de grenzen van de mensenstaten!

Hoeveel wolkjes drijven straffeloos over,

hoeveel woestijnzand sijpelt niet van land naar land,

hoeveel steentjes rollen niet in provocerende sprongetjes

bergafwaarts naar vreemde landerijen.

 

Moet ik hier van elke vogel zeggen of hij overvliegt,

of juist neerstrijkt op de slagboom aan de grens?

Zelfs van een gewone mus hangt de staart al buitenslands,

terwijl zijn snavel thuis is. En stilzitten is er niet bij!

 

Van de ontelbare insecten beperk ik me tot de mier

die zich tussen de linker- en de rechterschoen van de grenswacht

niet geroepen voelt te antwoorden op diens 'waarvandaan? waarheen?"

 

Ach, als je heel die chaos eens precies kon overzien,

op alle continenten tegelijk!

Smokkelt de liguster van de overkant niet net

blaadje nummer honderdduizend over de rivier?

Wie anders dan de inktvis met zijn brutaal lange armen

schendt de heilige zone van de territoriale wateren?

 

Is er eigenlijk wel sprake van enige orde,

als zelfs de sterren niet uit elkaar te houden zijn

zodat we nooit kunnen weten welke voor wie schijnt?

 

En dan nog dat verfoeilijke neerdalen van mist overal!

En dat stuiven van de steppe waar je ook maar kijkt,

alsof hij nergens recht doormidden wordt gesneden!

En die stemmen die op gedienstige luchtgolven weerklinken:

dat gepiep dat om iets roept, gepruttel dat iets betekent!

 

Waarlijk vreemd vermag alleen te zijn wat menselijk is.

De rest is gemengd bos, mollenwerk en wind.

 

 

Wisława Szymborska (1923-2012)

woensdag 9 september 2026

 

woensdag

9

september

 

Op Cromwel in sijn coets

Siet hoe den Dwingelandt praelt, bruyst, in sijne Coets,
Om dat hy Stuart heeft ten setel uitgeruckt.
Hy heeft de stale byl hem door de neck gedruckt.
Hy heerst, ach, met verlies van soo veel edel bloets!
Hy breeckt de Croon in stuck, hij treckt de throonen af,
Hy wringht de oppermacht het Parlement uyt handen,
Hy heerst als een Monarch met sijnen ijsren staf,
Hy jaeght de vrijheit in het duystre, nare, graf,
Hy prest den ondersaet*, bint hem met zeel* en banden.
Ach 't is een hart gelach voor Londen, die moet lijen,
De staetsucht des soldaets, die hare pracht en prael
Afperst van 't sinloos volck, met haer bebloede stael!
O overheerde Brit! o slaefse Borgeryen!
Ghy wert geperst, verdruckt, geschopt, aen allen sijen,
Van die daer praelt in sijn bebloede Coets!
Sijn ooghen sijn vol moorts, sijn handen sijn vol bloets!



Margareta van Godewyck (1627-1677)

zaterdag 5 september 2026

 

zaterdag

5

september

 

Voorval

De trein had nauwelijks een kwartier
't station IJmuiden-Oost verlaten
of Hugo loosde zijn uraten
door het ontslotene portier.

De reizigers die bij hem zaten,
verrast door zulk een passagier
betuigden luidkeels hun plezier
en gingen het geval bepraten.

De spotternij van die daar zaten
beroerde Hugo nu geen zier,
vermits zij allegaar vergaten
den last van 't pas genoten bier.
Hij stak de knoopen in de gaten
en sloot het venster op een kier.



N.E.M. Pareau (1906-1981)

maandag 24 augustus 2026

 

maandag

24

Augustus

 

De schalmei

Zeven zonen had moeder:
Allen heetten Peter,
Behalve Wanjka die Iwan heette.

Allen konden werken:
Eén was geitenhoeder,
Eén vlocht sandalen,
Eén zelfs bouwde kerken;
Maar Iwan die Wanjka heette
Wilde niet werken.

Op een steen in de zon gezeten
Bespeelde hij zijn schalmei.

‘O, mijn lieve,
Mijn lustige,
Laat mij spelen
In de schaduw van mijn
Korte rustige vallei.
Laat andren werken,
Sandalen maken of kerken.
Wanjka heeft genoeg aan zijn schalmei.’

 

J.Slauerhof (1898-1936)

dinsdag 21 juli 2026

 

dinsdag

21

Juli

Formule

Schandere opmerking:

“E= mc2”

Ja. Albert Einstein –

Die kende zijn vak

 

En zijn betoog was heel

Argumentatierijk

(Blijft achterwege hier

Voor het gemak)

 

Drs P (1919-2015)

Uit: Wis- en natuurlyriek

maandag 6 juli 2026

 

maandag

6

Juli

 

 

Latijn

 

Een uitgesproken mannelijke taal

Dus degelijk en logisch van structuur

Syntactisch echter elegant en snedig

 

Het is dan ook met liefde en met vuur

Dat ik dit erfgoed koester en verdedig

De eigen taal is als een eigen huis

 

De spelling – ach – werd hier en daar zinledig

Door toedoen van ’t hervormende gespuis

Maar dat is slechts een uiterlijke kwaal

 

De bouw is sterk, hetgeen verklaren kan

Dat ooit dit het Latijn was van Japan

 

Drs P (1919-2015)

 

Drs P had rijm en metrum hoog in het vaandel staan – maar de Nederlandse taal ook, zoals blijkt uit deze lofzang, die onder de titel “Latijn” gewoon over het Nederlands gaat.

Het Nederlands was een paar eeuwen geleden de enige westerse taal die in Japan gesproken werd.

donderdag 2 juli 2026

 

donderdag

2

Juli

Waarlijk siert u de vrijmoedigheid

waarmee u spreekt in duistere toespelingen

Over omgeploegde papavervelden, besproeid door de regens

en de maagdelijke dracht van mijn dochter

 

Geprezen zij de afwezigheid van schroom

die u beletten zou de naam van

de verheven stad Kwangsi uit te spreken

met de haar toebehorende hoofdletter

 

Moge het zonlicht nog vele jaren

uw nobele gelaat strelen

en uw dag verlichten,

 

gezeefd door het traliewerk

haar vierkanten werpend

op de salpetergeurende kerkermuur

Kees Koelewijn

dinsdag 30 juni 2026

 

dinsdag

30

Juni

Sonnet

goeden nacht mandarijn

uw gouden mantel werd vandaag gebracht

en ook de blauwe van uw schoonzoon

en de witte van uw jongste dochter

 

het papaverveld is voor de helft omgeploegd

de witte hond heeft eindelijk wat gegeten

rijst en pindaboter, maar hij wacht nog

op de naam die hij zal dragen

 

in kwangsi heeft het zwaar geregend

er was een hevig onweer en daarna heeft

het zwaar en lang geregend

 

in de wilgenbomen zweefde vanmorgen een geest

en de paarden van de keizer zijn verzonden

de zeven paarden zijn vertrokken in twee wagens

 

Jan Hanlo (1912-1969)

vrijdag 26 juni 2026

 

vrijdag

26

juni

Goedemorgen, hemelse mevrouw Ping

is U de zachte nacht bevallen, hebben de on-
deugende, geheimzinnige planten naar behoren

gegeurd en zijn hopelijk geen van uw overige
zuigelingen aan de builenpest bezweken?

Hebt U de interessante nerveuze godvruchtige
vogeltjes, vrome goedertierende mevrouw, al wel

bekeken, druk telefonerend van: hallo, met piet,
kom je op mijn tak - o de sierlijke levendige

vogels, allemaal allemaal voor de brave poes,
die veelbeproefde droevige moeder. Ja verdomd,

deze ziekte, lieve beklagenswaardige mevrouw,
is een wrede rakker en zoveel is wel duidelijk:

er valt niet tegenop te baren, waar zelfs het
begrafeniswezen, die intieme huisgenoot, die

zeer bekende schenker ook van lauwe melk,
op zijn verlengde achterpoten het ter

aarde bestellen welhaast niet meer bij kan
benen, nietwaar, dame Ping, radarbesnorde,

dubbelgepuntmutste, mevrouwogige poezin?
Het is nu beter te zitten zonder weemoed in

de rauwe geurige ochtendlucht, nu de zon nog
teder is en de gordijnen levendig in de goede

vrolijke wind. O halmstaartige voortreffelijke,
kijk, zwijgzame zwakzinnige allerliefste,

er loopt een belangwekkend, héél klein maar
bijzonder lekker beestje tussen de kiezelstenen

onder de hemelsblauwe hortensia



(Aan mijn neerslachtige poes, ter vertroosting bij het overlijden van zijn gebroed)


F. Harmsen van Beek (1927-2009)
uit: Geachte Muizenpoot en achttien andere gedichten (1966)