zaterdag 24 augustus 2013

Zaterdag
24
Augustus

Yver, vous n’estes qu’un villain.

O winter, wat ben jij vilein…
De zomer is plezant en blij.
Dat ziet men in april en mei
Als alle dagen sierlijk zijn.

De zomer kleedt bos, veld en wei
In een ornaat van groen satijn
En vele kleuren nog daarbij:
Natuur gebiedt dan zonneschijn.

Maar winter, jij doet ons slechts pijn
Met sneeuw en storm en vriezerij….
Ik zeg hier, zonder vleierij:
De winter moest verbannen zijn,
Want winter, wat ben jij vilein!

Charles van Orléans (1394-1465)
vertaling: Ernst van Altena (1933-1999)

op 22 november 2003 gezongen op muziek van Claude Debussy door Duo Dektet in de synagoge Uilenburg

vrijdag 23 augustus 2013

Vrijdag
23
Augustus

De cactus

Kaal staat hij voor de blankheid der gordijnen ,
verschrompeld in wat kiezel en wat zand
en mist zijn ziel: het alverschroeiend schijnen
der eeuwge zomer van zijn vaderland.

Maar aan het einde van zijn lijdzaam dulden,
spruit op een lichten morgen, als een vlam
van 't heet verlangen dat hem gans vervulde,
een bloem van heimwee uit zijn dorren stam.

Hij bloeit; en in dien onverwachten droom
laat hij een stond zijn heimlijk wezen blinken
in 't graf van broze bloembad en aroom,

zoals de dichter die, na harden strijd,
zijn innigst voelen in een lied doet klinken
en weerkeert tot zijn oude eenzelvigheid.

Jan van Nijlen
1884-1965
Een klein toegiftje.

Jan van Nijlen was een vriend van J.C.Bloem.
Voor deze schreef hij onderstaand kwatrijn:

Ik liep, als gij, nooit in de Dapperstraat,
Noch was gelukkig in een and're straat.
Vriend, wat wij beiden aan het leven vroegen

kregen wij nooit, zelfs niet in onze kroegen

donderdag 22 augustus 2013

Donderdag
22
Augustus

Ik heb ze lief
de plekken waar het tocht
wanneer je er de bocht
omgaat.

Geef mij maar de achterkant
van huizen en gebieden,
waar elke groene spriet
omringd door scheve stenen,
de droge grond uitschiet:

Het onbedoeld gemaakt
gebied.
Margerite Luitwieler
Dit gedicht stond manshoog geschilderd op een kale muur in de Czaar Peterstraat.

Sinds ruim een jaar is het verdwenen achter de nieuwbouw.


woensdag 21 augustus 2013

Woensdag
21
Augustus
Sonnet op het Sonnet
Geverfde pop, met rinkelen omhangen,
Gebulte jonkvrouw in uw staal' korset,
Lamzaligste aller vormen, stijf Sonnet!
Wat rijmziek mispunt deed u 't licht erlangen?

Te klein om één goed denkbeeld op te vangen,
Voor epigram te groot en te koket,
Vooraf geknipt, koepletjen voor koeplet,
Krooptge onverdiend in onze minnezangen.

Neen! de echte Muze eischt vrijheid; en het Lied,
Onhoudbaar uit het zwoegend hart gerezen,
Zij als een bergstroom die zijn band ontschiet!

Gij deugt tot niets, ten zij het deugen hiet,
Om, enkel door de broddelaars geprezen,
Op GEYSBEEK een berijmd vervolg te wezen.
J.J.L. ten Kate
(1819 - 1889)


dinsdag 20 augustus 2013

Dinsdag
20
Augustus

Verraadt
ons aller angst
zich niet
in wie het
leven weerloos liet?

De glasglans
stemt de blazer mild.
De kaarsvlam vormt
de hand tot schild.

De krokus wijst
beton zijn grens.
Hoe kostbaar is
een kwetsbaar mens.

Ds. Okke Jager

1928-1992

maandag 19 augustus 2013

Maandag
19
Augustus

Zuivering


Sinds Adam in het paradijs
Met Eva heeft gesmoesd
En in zijn dwaasheid juist ging doen
Al wat hij laten moest;
Sinds hij zich ging vermaken
Met zijn Efie in het gras,
Werd heel de mensheid dupe
Wijl de zaak niet zuiver was.

Er volgde spoedig narigheid:
Er viel uit hoge sfeer
Een vlammend zwaard al hakkend
Op het jonge paartje neer.
Het stel werd uitgedreven,
Zondaar Adam en zijn vrouw,
En teelde dan een nakroost
Waar geen haar aan deugen wou.

De ene werd een moordenaar,
De ander een jurist;
Een derde kwam rijk aan de kost
Met zwendel en een list.
Een vierde leefde van een vrouw
Of aasde op verval,
Maar die het buskruit uitvond
Kwam niet terug uit het heelal.

Het adamskroost werd scharrelaar
In jajem en antiek.
Het zaaide ’s morgens rogge uit
En in de noen paniek.
Het bracht profeten aan het kruis
En vorsten op ’t schavot
Of sloeg, wat schreeuwend was geëist
Weer zingende kapot.

Het huilde bij een kindergraf
En danste om het puin
Het vond een veldslag interessant
Maar blote waarheid schuin.
Het steeg als Christen hemelwaarts
Met bommen van een ton
Of kroop in godverlatenheid
Voor een sigarettenbon.

Het nakroost van het schandepaar
Leeft op de aarde voort:
Nog heeft de ene helft in strijd
De andere niet vermoord.
Nog wordt er vree gesloten
En gepoogd om het fatsoen
Wat grond en kleur te geven
Door veel schrobben en geboen.

Het kleine goed gaat in de kuip,
Staat sudd’rend in het sop.
Het groot formaat hoort aan de lijn,
Maar niemand hangt het op!
De aarde draait in duizelvaart
Op voorgeschreven baan
En lachend in gebondenheid
Volgt blinkend blank de maan…

Willem van Iependaal
pseudoniem van Willem van der Kulk,
Rotterdam, 24 maart 1891 - Baarn, 23 oktober 1970



zondag 18 augustus 2013

Zondag
18
Augustus

Jij, socialistisch Meisje,
Jij bent als een radijsje:
van buiten rood, van binnen blank,
‘t radijsje van de zoete Mei
en ik, ik ben het zout daarbij;
heb dank,
heb dank,
heb dank
Jij, socialistisch Meisje,
Jij, Meisje van de nieuwe Lent,
Piver verdient aan jou geen cent;
de paden van Lassalle,
die ruiken niet naar Houbigant,
die geuren van natuur-élan,
o, Meisje, met jouw oolijk snuit.
Jij bent als een radijsje,
Jij socialistisch Meisje,
van buiten rood, van binnen blank…
Ik ben het zout…
Heb dank!
Heb dank !


Jac. v. Hattum.
uit:
FLARDEN.
verzameling revolutionaire Poëzie