zaterdag 20 juli 2013

Zaterdag
20
Juli
Liefdesverklaring

Ik houd zo van die donkre burgerheren
Die langzaam wandlen over ’t Velperplein
In deze koele winterzonneschijn:
De dominee de dokter, de notaris
En t klerkje dat vandaag wat vroeger klaar is.
Maar ’t kan verkeren.

Zo onmiskenbaar ziet men aan hun kleren
Dat zij rechtvaardig zijn, terwijl de plicht
Die eedle lijnen groefde in hun gezicht:
De dominee, de dokter, de notaris,
Drievuldig beeld van al wat wijs en waar is.
Maar ’t kan verkeren.

Op aarde valt voor hen niets meer te leren,
Zij zijn volkomen gaaf en afgerond,
Oud-liberaal, wantrouwend en gezond:
De dominee, de dokter, de notaris,
Voor wie de liefde zelfs zonder gevaar is.
Maar ’t kan verkeren.

Zij gaan zich nu voorzichtig laten scheren,
Om daarna, met ervaring en verstand,
Een glas te drinken op het heil van ’t land:
De dominee, de dokter, de notaris.
’k Weet geen probleem dat hun na zes te zwaar is.
Maar ’t kan verkeren.

Ik houd zo van die zindelijke heren,
Levende monumenten op het plein
In deze veel te heldre winterschijn:
De dominee, de dokter, de notaris,
Die denken dat uw dichter niet goed gaar is.
Maar ’t kan verkeren!

Jan Greshoff (1888-1971)
uit: Bij feestelijke gelegenheden (1930)

vrijdag 19 juli 2013

Vrijdag
19
Juli

Ze hebben
hun moskee gebouwd
om onze gulden
van god.

Ze zijn gekomen
als soldaten
maar zonder
geweer.

Hun wapen is honger.

Ze
zijn hier
als veroveraars
van recht
op leven.



Jan Arends (1925-1974)

donderdag 18 juli 2013

Donderdag
18
Juli
DE GRIJSAARD EN DE JONGELING 

Grootsch en meeslepend wil ik leven! 
Hoort ge dat, vader, moeder, wereld, knekelhuis! 
“ga dan niet ver van huis, 
en weer vooral het gespuis van vrouwen buiten uw hart, 
weer het al uit uw kamer; laat alles wat tot u komt 
onder grote en oorlogszuchtige namen 
buiten uw raam in den regen staan: 
het is slecht te vertrouwen en niets gedaan’. 
Alleen het geruisch 
Van uw bloed en van uw hart het gehamer 

Vervulle uw lichaam, verstaat ge, uw leven, uw kluis
Zwicht nooit voor lippen: 
Samenzijn is een leugen en alle kussen verraad; 
Alleen een hart dat tegen eigen ribben slaat 
Is een zuiver hart op een zuivere maat. 
Zie naar mijzelf, ik heb in mijn jeugd 
Mijn leven verslingerd aan duizend dingen 
Van felle en vurige namen, oproeren, liefdes 
En wat is het alles tezamen nu nog geweest? 
Over hoeveel zal ik mij niet blijven schamen 
En hoeveel is er dat misschien nooit geneest? 
De jongen kijkt door de geopende ramen 
Waarlangs de wereld slaat; zonder zich te beraden 
Stapt hij de deur uit, helder en zonder vrees. 


H. Marsman (1899-1940)
Woensdag
17
Juli

De  Zwalker

Ik heb in het leven wonderlijk gezwalkt,her en der.
Mij leidde dan uitzonderlijk een zacht’ en stille ster.
En nu aan ’t ende van mijn reis, met wereldwijd gewin,
Nu vaart mijn scheepje, stervensmoe, de laatste haven in.

Anoniem



Dinsdag
16
Juli

Alternatief nieuwjaarsgedicht

Ach Here, het is hopeloos


schietgebedje


Het mensenkind, hij knoeit maar aan
en als u hem zijn gang laat gaan
blijft hij zijn vuil maar lozen

in elke tuin bij morgenstond
en elke zoete watermond
een putlucht, dode rozen

o heer zonder een aangezicht
o doet u toch uw burgerplicht
en plaats hem terug in holen

kom strijden op een hemels ros
laat orcs en goblins op hem los
en duizendjarig dolen

Arjan Keene
 

maandag 15 juli 2013

Maandag
15
Juli


De mensch.

Gewonnen en geboren,
Beginnen wij te zien,
Te schreijen en te hooren,
Te praten bovendien.
Wij schieten uit de kluiten
En worden kloek en stout;
Beramen en besluiten
En grijpen glimp voor goud.
Wij tobben en wij sloven
Om meerder dan ons deel;
Wij twijflen en gelooven
Te weinig en te veel.

Wij maken en wij breken
En spinnen aan ons rag;
Verandren alle weken,
Veroudren elken dag:
Zoo kruipen wij of zweven,
En grijzer wordt ons hair;
Zoo rekken wij het leven
Tot somtijds tachtig jaar;
Dan geeuwen wij en gapen
En leggen ons te slapen.

Hendrik Tollens (1780-1856)

zondag 14 juli 2013

Zondag
14
Juli

Onvermogen

Soo weynich als men wijn, uyt netelen can drucken
Soo weynich als den moor can bleycken zijne huyt,
Soo weynich als de losch sijn vlecken wisschen uyt,
Soo weynich als men mach van dorens vijgen plucken,
Soo weynich als een steen hem rechten can of bucken,
Soo weynich als een trom van sellef slaen geluyt,
Soo weynich sonder vocht opschieten can het cruyt,
Soo weynich sonder saet den lantbou can gelucken,
Soo weynich als een pot self wasset uyt de aerd'
Soo weynich als een kint hem selven teelt of baert,
Soo weynich als een lijck can ploegen ofte delven,
Soo weynich als een huys wort sonder hant gesticht,
Soo weynich als den dach comt sonder t'sonne-licht
Soo weynich heeft den mensch het goede van hemselven.

Jacobus Revius (Jakob Reefsen) 1586-1658