donderdag 4 juni 2026

 

donderdag

4

juni

 

De volmaakte man

Gestadig in het werk tot nut van 't huisgezin,
En ievrig om zijn ampt met glorie te bekleeden;
Niet driftig, nooit geneigd tot wufte of dartle zeden;
Bezorgd voor zijn belang, maar wars van slecht gewin:

Aan 't spel niet toegedaan, aan Bacchus vocht nog min;
Bedacht om zelfs met nut zijn' speeltijd te besteeden;
Geen laf bewonderaar van vreemde aanvalligheden;
Verliefd, en tederlijk, maar op zijne Echtvrindin!

Getrouw tot in den dood aan de eedle vriendschapsbanden;
Bereid om voor den Staat zijn leeven te verpanden;
Meedogend, heusch, oprecht, wijs, vriendlijk, zacht van geest.

De Man, met zoo veel deugd, met zoo veel roem beschonken,
Die Man, zoo dubbel waard in Dichtlust mij te ontvonken,
Is, naar ik merken kan, nog nooit op aard geweest.



Juliana Cornelia de Lannoy (1738-1782)
uit: Nagelaten gedichten (1783)