donderdag
4
juni
De volmaakte man
Gestadig in het werk tot nut van 't huisgezin,
En ievrig om zijn ampt met glorie te bekleeden;
Niet driftig, nooit geneigd tot wufte of dartle
zeden;
Bezorgd voor zijn belang, maar wars van slecht
gewin:
Aan 't spel niet toegedaan, aan Bacchus vocht nog
min;
Bedacht om zelfs met nut zijn' speeltijd te
besteeden;
Geen laf bewonderaar van vreemde aanvalligheden;
Verliefd, en tederlijk, maar op zijne Echtvrindin!
Getrouw tot in den dood aan de eedle
vriendschapsbanden;
Bereid om voor den Staat zijn leeven te verpanden;
Meedogend, heusch, oprecht, wijs, vriendlijk,
zacht van geest.
De Man, met zoo veel deugd, met zoo veel roem
beschonken,
Die Man, zoo dubbel waard in Dichtlust mij te
ontvonken,
Is, naar ik merken kan, nog nooit op aard geweest.
Juliana Cornelia de Lannoy (1738-1782)
uit: Nagelaten gedichten (1783)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten