woensdag
7
Januari
Week van de
vertalingen
Mijn vriend, weet gij niet
Dat al wat wij hier zien
Een weerschijn slechts, een
schaduw is
Van wat ons oog niet
schouwen kan?
Mijn vriend, hoort gij niet
In elk geluid dat ons
bereikt
Een zwakke echo slechts, een
weerklank
Van een volmaakte symfonie?
Mijn vriend, kunt ge ook
niet vermoeden
Dat maar één ding op aarde
belangrijk is:
In een stille groet
Worden twee harten één
.
We kwamen niet tevergeefs
tesaam,
Niet tevergeefs fluistert
als in
Laaiend vuur mijn passie.
Het bedwingen van dit vuur
Staat dat niet borg
Voor de kracht der
Schepping?
In de hete donk’re krochten
Stromen de wilde golven
Van eeuwige liefde.
Uit de hitte van de kerker
Breng ik van de fladderende
Feniks
Jou de veer.
Licht uit nacht. Uit het
aardedonker
Kan jouw rozenpracht niet
glanzend opstijgen,
Als in dit troebele duister
Niet diep ingebed zat
Jouw oorspronkelijke macht.
Wladimir Sergewitsch
Solowjow (1853-1900)
Uit: Ernste Gedichten
Duits: Johannes von Guenther, (1886 - 1973)
Vertaling strofe 1 en 2: Jan Romkes van der Wal (Pylgeralmanak, pastoor te Bolsward)
Vertaling overige strofen: Frans Woortmeijer, m.m.v. Ari van Buuren