woensdag 16 september 2026

 

woensdag

15

september

 

Als de bank wordt overvallen

Als de bank wordt overvallen
vloeken ze misdadigheid,
zijn ze verontwaardigd allen
tot de klopjacht mee bereid.
Om een hand gestolen knaken
doen ze zeer geagiteerd,
gaan ze draven, zweten, blaken:
want de wet is geschoffeerd!!

Als de bank wordt overvallen
gaan ze aan vergelding doen:
lopen hijgend ze te brallen
achter een brok onfatsoen!
Om een greep gestolen centen
komt de stad in rep en roer,
zijn ze één als malcontenten
door een krasse boeventoer.

Als de bank wordt overvallen
zijn ze danig in de weer,
slaan ze kranig met z'n allen
een benarde gannef neer …
Om een hand gestolen duiten
hebben ze d'r woed gereed,
Gaan ze manlijk zich te buiten
aan een droevige proleet …

Wordt de MENSHEID overvallen
door bewapeningsgespuis,
slaan ze futloos aan het kallen
over eer en baas in huis …
Om een handje losse knaken
vragen ze verweer en straf:
voor wie moorden en mismaken …
nemen ze d'r hoedje af …



Willem van Iependaal (1891-1970)
uit: Liedjes van ordelijke ellende (1936)

vrijdag 11 september 2026

 

vrijdag

11

september

 

Psalm

 

O, hoe gebrekkig sluiten de grenzen van de mensenstaten!

Hoeveel wolkjes drijven straffeloos over,

hoeveel woestijnzand sijpelt niet van land naar land,

hoeveel steentjes rollen niet in provocerende sprongetjes

bergafwaarts naar vreemde landerijen.

 

Moet ik hier van elke vogel zeggen of hij overvliegt,

of juist neerstrijkt op de slagboom aan de grens?

Zelfs van een gewone mus hangt de staart al buitenslands,

terwijl zijn snavel thuis is. En stilzitten is er niet bij!

 

Van de ontelbare insecten beperk ik me tot de mier

die zich tussen de linker- en de rechterschoen van de grenswacht

niet geroepen voelt te antwoorden op diens 'waarvandaan? waarheen?"

 

Ach, als je heel die chaos eens precies kon overzien,

op alle continenten tegelijk!

Smokkelt de liguster van de overkant niet net

blaadje nummer honderdduizend over de rivier?

Wie anders dan de inktvis met zijn brutaal lange armen

schendt de heilige zone van de territoriale wateren?

 

Is er eigenlijk wel sprake van enige orde,

als zelfs de sterren niet uit elkaar te houden zijn

zodat we nooit kunnen weten welke voor wie schijnt?

 

En dan nog dat verfoeilijke neerdalen van mist overal!

En dat stuiven van de steppe waar je ook maar kijkt,

alsof hij nergens recht doormidden wordt gesneden!

En die stemmen die op gedienstige luchtgolven weerklinken:

dat gepiep dat om iets roept, gepruttel dat iets betekent!

 

Waarlijk vreemd vermag alleen te zijn wat menselijk is.

De rest is gemengd bos, mollenwerk en wind.

 

 

Wisława Szymborska (1923-2012)

woensdag 9 september 2026

 

woensdag

9

september

 

Op Cromwel in sijn coets

Siet hoe den Dwingelandt praelt, bruyst, in sijne Coets,
Om dat hy Stuart heeft ten setel uitgeruckt.
Hy heeft de stale byl hem door de neck gedruckt.
Hy heerst, ach, met verlies van soo veel edel bloets!
Hy breeckt de Croon in stuck, hij treckt de throonen af,
Hy wringht de oppermacht het Parlement uyt handen,
Hy heerst als een Monarch met sijnen ijsren staf,
Hy jaeght de vrijheit in het duystre, nare, graf,
Hy prest den ondersaet*, bint hem met zeel* en banden.
Ach 't is een hart gelach voor Londen, die moet lijen,
De staetsucht des soldaets, die hare pracht en prael
Afperst van 't sinloos volck, met haer bebloede stael!
O overheerde Brit! o slaefse Borgeryen!
Ghy wert geperst, verdruckt, geschopt, aen allen sijen,
Van die daer praelt in sijn bebloede Coets!
Sijn ooghen sijn vol moorts, sijn handen sijn vol bloets!



Margareta van Godewyck (1627-1677)

zaterdag 5 september 2026

 

zaterdag

5

september

 

Voorval

De trein had nauwelijks een kwartier
't station IJmuiden-Oost verlaten
of Hugo loosde zijn uraten
door het ontslotene portier.

De reizigers die bij hem zaten,
verrast door zulk een passagier
betuigden luidkeels hun plezier
en gingen het geval bepraten.

De spotternij van die daar zaten
beroerde Hugo nu geen zier,
vermits zij allegaar vergaten
den last van 't pas genoten bier.
Hij stak de knoopen in de gaten
en sloot het venster op een kier.



N.E.M. Pareau (1906-1981)

maandag 24 augustus 2026

 

maandag

24

Augustus

 

De schalmei

Zeven zonen had moeder:
Allen heetten Peter,
Behalve Wanjka die Iwan heette.

Allen konden werken:
Eén was geitenhoeder,
Eén vlocht sandalen,
Eén zelfs bouwde kerken;
Maar Iwan die Wanjka heette
Wilde niet werken.

Op een steen in de zon gezeten
Bespeelde hij zijn schalmei.

‘O, mijn lieve,
Mijn lustige,
Laat mij spelen
In de schaduw van mijn
Korte rustige vallei.
Laat andren werken,
Sandalen maken of kerken.
Wanjka heeft genoeg aan zijn schalmei.’

 

J.Slauerhof (1898-1936)

dinsdag 21 juli 2026

 

dinsdag

21

Juli

Formule

Schandere opmerking:

“E= mc2”

Ja. Albert Einstein –

Die kende zijn vak

 

En zijn betoog was heel

Argumentatierijk

(Blijft achterwege hier

Voor het gemak)

 

Drs P (1919-2015)

Uit: Wis- en natuurlyriek

maandag 6 juli 2026

 

maandag

6

Juli

 

 

Latijn

 

Een uitgesproken mannelijke taal

Dus degelijk en logisch van structuur

Syntactisch echter elegant en snedig

 

Het is dan ook met liefde en met vuur

Dat ik dit erfgoed koester en verdedig

De eigen taal is als een eigen huis

 

De spelling – ach – werd hier en daar zinledig

Door toedoen van ’t hervormende gespuis

Maar dat is slechts een uiterlijke kwaal

 

De bouw is sterk, hetgeen verklaren kan

Dat ooit dit het Latijn was van Japan

 

Drs P (1919-2015)

 

Drs P had rijm en metrum hoog in het vaandel staan – maar de Nederlandse taal ook, zoals blijkt uit deze lofzang, die onder de titel “Latijn” gewoon over het Nederlands gaat.

Het Nederlands was een paar eeuwen geleden de enige westerse taal die in Japan gesproken werd.

donderdag 2 juli 2026

 

donderdag

2

Juli

Waarlijk siert u de vrijmoedigheid

waarmee u spreekt in duistere toespelingen

Over omgeploegde papavervelden, besproeid door de regens

en de maagdelijke dracht van mijn dochter

 

Geprezen zij de afwezigheid van schroom

die u beletten zou de naam van

de verheven stad Kwangsi uit te spreken

met de haar toebehorende hoofdletter

 

Moge het zonlicht nog vele jaren

uw nobele gelaat strelen

en uw dag verlichten,

 

gezeefd door het traliewerk

haar vierkanten werpend

op de salpetergeurende kerkermuur

Kees Koelewijn

dinsdag 30 juni 2026

 

dinsdag

30

Juni

Sonnet

goeden nacht mandarijn

uw gouden mantel werd vandaag gebracht

en ook de blauwe van uw schoonzoon

en de witte van uw jongste dochter

 

het papaverveld is voor de helft omgeploegd

de witte hond heeft eindelijk wat gegeten

rijst en pindaboter, maar hij wacht nog

op de naam die hij zal dragen

 

in kwangsi heeft het zwaar geregend

er was een hevig onweer en daarna heeft

het zwaar en lang geregend

 

in de wilgenbomen zweefde vanmorgen een geest

en de paarden van de keizer zijn verzonden

de zeven paarden zijn vertrokken in twee wagens

 

Jan Hanlo (1912-1969)

vrijdag 26 juni 2026

 

vrijdag

26

juni

Goedemorgen, hemelse mevrouw Ping

is U de zachte nacht bevallen, hebben de on-
deugende, geheimzinnige planten naar behoren

gegeurd en zijn hopelijk geen van uw overige
zuigelingen aan de builenpest bezweken?

Hebt U de interessante nerveuze godvruchtige
vogeltjes, vrome goedertierende mevrouw, al wel

bekeken, druk telefonerend van: hallo, met piet,
kom je op mijn tak - o de sierlijke levendige

vogels, allemaal allemaal voor de brave poes,
die veelbeproefde droevige moeder. Ja verdomd,

deze ziekte, lieve beklagenswaardige mevrouw,
is een wrede rakker en zoveel is wel duidelijk:

er valt niet tegenop te baren, waar zelfs het
begrafeniswezen, die intieme huisgenoot, die

zeer bekende schenker ook van lauwe melk,
op zijn verlengde achterpoten het ter

aarde bestellen welhaast niet meer bij kan
benen, nietwaar, dame Ping, radarbesnorde,

dubbelgepuntmutste, mevrouwogige poezin?
Het is nu beter te zitten zonder weemoed in

de rauwe geurige ochtendlucht, nu de zon nog
teder is en de gordijnen levendig in de goede

vrolijke wind. O halmstaartige voortreffelijke,
kijk, zwijgzame zwakzinnige allerliefste,

er loopt een belangwekkend, héél klein maar
bijzonder lekker beestje tussen de kiezelstenen

onder de hemelsblauwe hortensia



(Aan mijn neerslachtige poes, ter vertroosting bij het overlijden van zijn gebroed)


F. Harmsen van Beek (1927-2009)
uit: Geachte Muizenpoot en achttien andere gedichten (1966)

donderdag 4 juni 2026

 

donderdag

4

juni

 

De volmaakte man

Gestadig in het werk tot nut van 't huisgezin,
En ievrig om zijn ampt met glorie te bekleeden;
Niet driftig, nooit geneigd tot wufte of dartle zeden;
Bezorgd voor zijn belang, maar wars van slecht gewin:

Aan 't spel niet toegedaan, aan Bacchus vocht nog min;
Bedacht om zelfs met nut zijn' speeltijd te besteeden;
Geen laf bewonderaar van vreemde aanvalligheden;
Verliefd, en tederlijk, maar op zijne Echtvrindin!

Getrouw tot in den dood aan de eedle vriendschapsbanden;
Bereid om voor den Staat zijn leeven te verpanden;
Meedogend, heusch, oprecht, wijs, vriendlijk, zacht van geest.

De Man, met zoo veel deugd, met zoo veel roem beschonken,
Die Man, zoo dubbel waard in Dichtlust mij te ontvonken,
Is, naar ik merken kan, nog nooit op aard geweest.



Juliana Cornelia de Lannoy (1738-1782)
uit: Nagelaten gedichten (1783)

dinsdag 26 mei 2026

 

 

dinsdag

26

mei

Eb

 

Ik trek mij terug en wacht.
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
iedre minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door 't ogenblik.
Zuigend eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.

 

Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?

 

 

 

M. Vasalis, (1909-1998)
uit: 
Vergezichten en gezichten

maandag 4 mei 2026

 

maandag

4

mei

 

Tot we allemaal vrij zijn

 

 

Tot we allemaal vrij zijn

Is er niemand vrij

 

Tot we allemaal vrij zijn

Liegen wij

Over wie we zijn

Als maatschappij

 

Tot we allemaal vrij zijn

Ontkennen wij

De ware betekenis

Van het woord vrij

 

Tot we allemaal vrij zijn

Vieren wij

Een herinnering

Aan een moment

Dat tegenwoordig niemand meer herkent

 

Tot we allemaal vrij zijn

Zijn we misschien te cynisch

In de rijmelarij

 

Tot we allemaal vrij zijn

Is er niemand vrij

 

Met alle respect, uiteraard

Dat hoort erbij.

 

Pepijn Lanen

zondag 3 mei 2026

 

zondag

3

mei

 

Tristis imago

Wat staat gij naast mijn bed, Moeder van gene zijde?
Wat doet gij in mijn kamer in de zwarte nacht?
Kan mijn bestaan zich nooit van uw bestaan bevrijden,
dat gij mijn slaap nog met uw heimelijkheid bevracht?

Wat praat gij tegen mij, Moeder van gene zijde?
Ik wíl niet wakker worden, als gij naast mij staat.
Het hart zal mij stukhameren, als ik moet lijden
het schrikkelijk verwijt op uw geblust gelaat.



Ida Gerhardt (1905-1997)

dinsdag 17 maart 2026

 

dinsdag

17

maart

Na Jaren

Als ik na jaren weer zal komen
uit mijn overgroeide graf,
zal ik dan nog de verzen horen
die ik bij mijn leven gaf?...

Zal er dan nog een enkele wezen
die ze niet vergeten heeft,
zal er nog één de bladen lezen
waar 'k mijn ziel heb uitgeleefd?...

Laat ik niet hopen, laat ik niet denken,
dichters komen, dichters gaan,
zoals ik had, zo moest ik schenken
en mijn lief heeft mij verstaan.

François Pauwels (1888-1966)