woensdag
9
september
Op Cromwel in sijn coets
Siet hoe den Dwingelandt praelt, bruyst, in sijne Coets,
Om dat hy Stuart heeft ten setel uitgeruckt.
Hy heeft de stale byl hem door de neck gedruckt.
Hy heerst, ach, met verlies van soo veel edel bloets!
Hy breeckt de Croon in stuck, hij treckt de throonen af,
Hy wringht de oppermacht het Parlement uyt handen,
Hy heerst als een Monarch met sijnen ijsren staf,
Hy jaeght de vrijheit in het duystre, nare, graf,
Hy prest den ondersaet*, bint hem met zeel* en banden.
Ach 't is een hart gelach voor Londen, die moet lijen,
De staetsucht des soldaets, die hare pracht en prael
Afperst van 't sinloos volck, met haer bebloede stael!
O overheerde Brit! o slaefse Borgeryen!
Ghy wert geperst, verdruckt, geschopt, aen allen sijen,
Van die daer praelt in sijn bebloede Coets!
Sijn ooghen sijn vol moorts, sijn handen sijn vol bloets!
Margareta van Godewyck (1627-1677)