dinsdag 17 maart 2026

 

dinsdag

17

maart

Na Jaren

Als ik na jaren weer zal komen
uit mijn overgroeide graf,
zal ik dan nog de verzen horen
die ik bij mijn leven gaf?...

Zal er dan nog een enkele wezen
die ze niet vergeten heeft,
zal er nog één de bladen lezen
waar 'k mijn ziel heb uitgeleefd?...

Laat ik niet hopen, laat ik niet denken,
dichters komen, dichters gaan,
zoals ik had, zo moest ik schenken
en mijn lief heeft mij verstaan.

François Pauwels (1888-1966)

maandag 16 maart 2026

 

maandag

16

maart

De reis

Vaarwel, kortstondig leven, handvol dagen,
ik wacht op het perron, mijn kraag omhoog,
ginds komt de trein door de berookte boog
om in het duister met mij heen te jagen.

Dit is het einde van mijn aardse plagen
het schaars geluk dat spiegelde en bedroog,
het ongeluk dat immer zwaarder woog,
ik hoef ze beide langer niet te dragen.

Mijn leven was gelijk een dag van Leugen,
wat bleef er van in mijn verzwakte geheugen
dan het verlangen naar een beter lot?…

Mijn moede voet stijgt langs de lutt’le treden,
de Leugen lacht mij toe, maar beneden:
ik reis gerust, – de Waarheid is bij God …

 

François Pauwels (1888-1966)

donderdag 5 maart 2026

 

donderdag

5

maart

 

Faltonia Betitia Proba (ca. 315-360), stamde uit een vooraanstaande Romeinse familie. Ze bekeerde zich tot het Christendom en gaf uiting aan haar nieuwe geloof door de belangrijkste verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament na te vertellen in verzen die ze ontleende aan het oeuvre van Vergilius. Ze werden vertaald en ingeleid door Mieke de Vos, onder de titel “De gouden bron. De Bijbel in verzen van Vergilius”. Het onderstaande vers beschrijft de eerste periode vlak nadat Eva en Adam uit het paradijs zijn verdreven.

 

Nieuwe straffen voor de mensheid

De Vader maakte toen de beet van slangen giftig,
ontnam de mens het vuur en de honing uit de bomen,
Hij liet de wolf op mensen jagen, verhief de zee,
niet langer stroomden beken over van zoete wijn.
Daarna bezocht Hij het graan met ziekte, aren zwart
van roest, een mislukte oogst, overal heerste honger.

Het vangen van wild met lijm en vallen is toen bedacht.
In harde tijden heerste nooddruft op de velden,
en zette de zorg om het bestaan het hart op scherp.

Geleidelijk aan verzwakt de mensheid, verschiet van kleur,
het ijzeren geslacht verscheen op de harde aarde,
gevolgd door blinde strijdlust en liefde voor bezit.
Wat restte was een wereld zonder een spoor van recht.
Het duurt niet lang of woede en drift verjagen de rede:
het bloed van je broer vergieten, dat verschaft pas vreugde!
De rijken begroeven hun goud en bleven er op broeden,
de armen kregen medeleven noch een helpende hand.



Proba (ca. 315-360)
uit: De gouden bron (Damon, 2025)

vrijdag 30 januari 2026

 

vrijdag

30

Januari

Doe het toch maar

 

Doe het toch maar

Ook op die momenten

Dat je denkt dat

Niemand je ziet

Blijf het doen

Roer je

Kom opdagen

Maak een vuist

Laat je horen

 

Doe het toch maar

Zeg dat maar tegen jezelf op die momenten

Dat je niet meer weet waarvoor je het doet

 

Doe het toch maar

Ook als ze blijven zeggen

Dat het hier niet Amerika is

Dat het hier niet zo erg is

Dat je anders maar moet ophoepelen

Naar een ‘eigen’land

 

Doe het toch maar

Ook al is de verleiding soms groot

Om je stil te houden

Je te schikken

Omdat nooit iedereen hetzelfde recht

Zal hebben

Om comfortabel

In hun eigen lichaam

Huis, in dit land te zijn

Wat is het dan waard?

 

Doe het toch maar

Ook op die momenten

Dat je denkt dat

Niemand je ziet

 

Doe het toch maar

Blijf herhalen

Wat je gisteren zei

Zeg het vandaag weer

En morgen ook

Babs Gons

vrijdag 23 januari 2026

 

vrijdag

23

Januari

dagenboek

je doet wat aan de flat, prutst met een vergrootglas
schuift een beeldje verder, nog verder, en dan
gooi je het weg

je opent en sluit deuren, ramen, boeken, een la
spijkert een prent vast, daarna nog één
en mijmert

je verft de muur geel, bruin, later groen
ruilt de vleugel tegen een keukentafel
en tafelt

onder een dwergkap met reuzenfranjes
lees je papier vol grove poriën en dut in
je neus glimt

je weekt postzegels af en droogt ze op een theedoek
je hoedt je krullende liefjes tegen te bruuske tocht
en tilt een vlies op

je draait aan knoppen, stelt avondbeelden scherper
blaast over een plaat, plukt van de naald een pluisje
en danst wat

je leest sprookjes voor van gisteren en eergisteren
tussen koffie en bier douche je dof fluitend
en drupt na

haar maak je ook nog even open
aan één of twee happen heb je genoeg



Erika Dedinszky (1942-2022)

 

dinsdag

20

Januari

Dat ge wel uw poes aanvaardt
ondanks tegenstrijdigheden:
huisdieraard en roofdieraard,
doch uws minnaars ruwe zeden
wilt berispen, geeft mij reden,
echter zonder hier te treden
in een aanloop voor debat,
ernstig te vermoeden, dat
gij 't verschil toch tussen kat
en aanbidder overschat.



Hendrik de Vries (1896-1989)

maandag 19 januari 2026

 

maandag

19

Januari

Berbermeisje

Omdat ik van je heb gehouden
omdat je haar zo gouden was
omdat je lachte in je ellende
omdat je alle zonden kende
en toch een kind gebleven was
heb jij alleen me meer gegeven
wanneer ik in je ogen las
dan alles wat de boeken schreven
omdat je van mij hebt gehouden
hoewel die liefde zonde was.



Jef Last (1898-1972)