maandag 15 mei 2017


Maandag
15
mei

Russisch gebed
“Balalaïka-orkest”

Heer, langs de steppen trekken vreemde paarden.
De dag was dor, en avond droef en zwaar.
Heer, op het veld, het rood-en-zwart bezwaarde,
brandt laag de zon, als kaars op een altaar.

Heer, dorpen aan de doez’lig’ einder branden;
de stroom, die langs de dorpen spoelt, is rood.
Heer, stilten, vreemd als schepen, die gaan landen
aan verre kust, staan bij ons, stom en groot.

Heer, machten, angsten die we nauw’lijks kennen,
zinkt nu de nacht op onze schouders neer.
Heer, om ons al gevaren, ongewende
en ongetelde. En gij zo ver, o Heer!

Johan Theunisz (1900-1979)
uit: Het klare dagen (1923)

zondag 14 mei 2017

Zondag
14
mei
Moeder

Moeder naar wier liefde mijn verlangen
Sinds mijn kinderjaren heeft geschreid,
Ach, hoe zult gij mij zoo straks ontvangen
Na den langen scheidingstijd?

Zult gij me aanstonds als uw kind begroeten,
Als ‘k ontwaken zal uit mijnen dood?
Zal ik nederknielen mogen voor Uw voeten
Met mijn hoofd in uwen schoot? …

Maar wat dan? Wat zult gij tot mij zeggen,
Bij het ver gegons van de engelenschaar,
Als ge uw jonge, blanke hand zult leggen
Op dit oude grijze haar?



Jacqueline van der Waals (1868-1922)
uit: Laatste verzen (1922)