zondag 30 maart 2014

Donderdag

27
maart


Don't think twice

It ain’t no use to sit and wonder why, babe
It don’t matter, anyhow
An’ it ain’t no use to sit and wonder why, babe
If you don’t know by now
When your rooster crows at the break of dawn
Look out your window and I’ll be gone
You’re the reason I’m trav’lin’ on
Don’t think twice, it’s all right

It ain’t no use in turnin’ on your light, babe
That light I never knowed
An’ it ain’t no use in turnin’ on your light, babe
I’m on the dark side of the road
Still I wish there was somethin’ you would do or say
To try and make me change my mind and stay
We never did too much talkin’ anyway
So don’t think twice, it’s all right

It ain’t no use in callin’ out my name, gal
Like you never did before
It ain’t no use in callin’ out my name, gal
I can’t hear you anymore
I’m a-thinkin’ and a-wond’rin’ all the way down the road
I once loved a woman, a child I’m told
I give her my heart but she wanted my soul
But don’t think twice, it’s all right

I’m walkin’ down that long, lonesome road, babe
Where I’m bound, I can’t tell
But goodbye’s too good a word, gal
So I’ll just say fare thee well
I ain’t sayin’ you treated me unkind
You could have done better but I don’t mind
You just kinda wasted my precious time
But don’t think twice, it’s all right


Bob Dylan
Zondag

30

maart



Het gebed uit de keuken

Heer, ik bid u uit mijn keuken,
Daar ik geen heilige kan zijn
Achter stille kloostermuren
Of in Afrika’s woestijn,
Of in lange meditaties
Als een vurige novies.
Maak me Heilig door het koken
En door ’t wassen van het servies.
Ik heb Martha’s handen nodig
Maar Maria’s hart nog meer
En bij het poetsen van de schoenen
Zie ik Uw sandalen weer.
‘k Zie ze gaan in Martha’s woning
Als ik hier de vloeren boen.
Wees tevreden met mijn werken
Want lang bidden kan ik niet doen.
Warm de keuken met Uw liefde
En verlicht ze met Uw vree
En vergeef mij al mijn tobben,
Maak mij rustig en tevree.
Gij die graag de mensen spijsde
In de vlakte en aan zee:
Neem dit werk van mijne handen
Dat ik u ter liefde dee
Amen


Anoniem,
Waarschijnlijk jaren 1920

zondag 23 maart 2014

Zondag
23
maart


Doodshoofd

Arme mens, wat zijt gij trots?
Ziet gij 't zwaard niet opgeheven
Van den strengen Engel Gods,
Dreigende u den slag te geven?
Schat noch rijkdom kan u niet
Van een snelle Dood bevrijden,
Die gij voor uw ogen ziet
In dees droeve en vege tijden.
Nu u God nog leven gunt,
Beter u, terwijl gij kunt.




Joost van den Vondel (1587-1679)

donderdag 20 maart 2014

Donderdag

20
maart


Iedereen moet iets nalaten wanneer hij sterft. Een kind of een boek of een schilderij of een huis of een zelfgebouwde muur of een zelfgemaakt paar schoenen. Of een door hemzelf beplante tuin. Iets wat je hand op de een of andere manier heeft aangeraakt, zodat je ziel ergens heen kan gaan wanneer je sterft, en wanneer de mensen naar die boom of die bloem die jij geplant hebt kijken, ben jij daar. Het komt er niet op aan wat je doet, zolang je maar iets door de aanraking van je handen in iets van jezelf verandert. Het verschil tussen de man die enkel grasvelden maait en een echte tuinman ligt in het aanraken. De grasveld-maaier had er net zo goed niet kunnen zijn; de tuinman zal er een leven lang wezen.

Uit: Fahrenheit 451
Ray Bradbury

zondag 16 maart 2014

Zondag

16
maart

De twee gedachten




Een denker dacht met zacht misbaar 
twee gedachten bij elkaar 


Daar zij niet naar buiten kwamen 
had hij zelf voor hen geen namen. 



Wij noemen ze dus Ploot en Fuit 
(zo zagen zij er namelijk uit)… 



Fuit was zestig Ängström groot 
maar magerder dan kromme Ploot. 



Het viel niet op hoe overdag 
de een over de ander lag 



maar in de stilte van de nacht 
lagen zij languitgedacht 



en zo verward als mensenhaar 
vochten zij dan met elkaar 



zodat de denker mompels maakte 
en met een pijn in ’t hoofd ontwaakte. 



Dus stonden altijd naast zijn bed: 
a) glas water b) tablet. 


Hij goot en kruimde deze dingen 

dan door het hoofd het lichaam binnen 



en spoedig lagen Ploot en Fuit en 
ook anderen het westen buiten. 



Later hadden ze dan spijt 
van hun tegenstrijdigheid. 



“Waarom denkt’ riep dan het paar 
‘hij ons altijd bij elkaar? 



Als hij ons om beurten dacht 
wou ‘k wel om de andere nacht 
opnieuw bedacht.’ 



Toen kreeg de denker een idee: 
Hij dacht om beurten aan de 2. 



Nu slaapt hij altijd in op tijd 
en door tot uren na het ontbijt. 



Moraal 



Op enkele dagen van het jaar 
is bijna alles wel eens waar. 



Leo Vroman (1915-2014)
Uit: Fabels. 

donderdag 13 maart 2014

Donderdag

13

maart


PRECIES GENOEG

Op een dag zeg ik ‘Genoeg.’
Maar één ding wil ik nooit:
door een ramp tien minuten te vroeg
tot pap te worden voltooid,

Zoals een jonge soldaat
door een bom, een handgranaat,
met een restant zeg maar
van eenenzeventig jaar.

Alle bloemen moeten ontplooid.
Alle eieren moeten gelegd,
want één ding wil ik nooit -
maar dat heb ik al gezegd.

Leo Vroman (1915-2014)

zondag 9 maart 2014

Zondag

9
maart
XXXIV

Der menschen hoogste smart is wonderbaar.
         Zonder gelach,
                  Zonder geween,
                           Lig ik gestrekt,
                                   Beweegloos gestrekt,
                                             Starend en stom,
                                                      In den nacht.

         Paarden-getrappel en wagen-gedraaf,
Donkere vormen bewegen zich zacht
                                              In den donkeren nacht....
         Donkere vormen, zonder gerucht,
                                                      En ik zucht....

         Paarden-getrappel en wagen-gedraaf,
         Paarden en wagenen draven gestaag,
Paarden en wagenen draven gestaag met getrappel op straat....
                   Waar ik roerloos gestrekt lig,
                             Zonder gerucht,
                  In den nacht, in den nacht.

Willem Kloos (1859-1938 )
Uit: Verzen, Versluys, Amsterdam 1894