woensdag 8 oktober 2014
dinsdag 7 oktober 2014
De beroemde regels van C.C.S. Crone, die zeker twintig jaar de zijgevel van het inmiddels gesloopte pand Van Sijpesteijnkade 35 sierden, komen terug. Op dit moment staat Jos Peeters op een steiger op het Stationsplateau te puzzelen hoe hij die letters op de kunststof gevelafwerking moet krijgen voor aanstaande woensdag.

zondag 5 oktober 2014
Zondag
5
oktober
Ithaka
Als
je de tocht aanvaardt naar Ithaka
wens
dat de weg dan lang mag zijn,
vol
avonturen, vol ervaringen.
De
Kyklopen en de Laistrygonen,
de
woedende Poseidon behoef je niet te vrezen,
hen
zul je niet ontmoeten op je weg
wanneer
je denken hoog blijft, en verfijnd
de
emotie die je hart en lijf beroert.
De
Kyklopen en de Laistrygonen,
de
woedende Poseidon zul je niet treffen
wanneer
je ze niet in eigen geest meedraagt,
wanneer
je geest hun niet gestalte voor je geeft.
Wens
dat de weg dan lang mag zijn.
Dat
er veel zomermorgens zullen komen
waarop
je, met grote vreugde en genot
zult
binnenvaren in onbekende havens,
pleisteren
in Phoenicische handelssteden
om
daar aantrekkelijke dingen aan te schaffen
van
parelmoer, koraal, barnsteen en ebbehout,
ook
opwindende geurstoffen van alle soorten,
opwindende
geurstoffen zoveel je krijgen kunt;
dat
je talrijke steden in Egypte aan zult doen
om
veel, heel veel te leren van de wijzen.
Houd
Ithaka wel altijd in gedachten.
Daar
aan te komen is je doel.
Maar
overhaast je reis in geen geval.
't
Is beter dat die vele jaren duurt,
zodat
je als oude man pas bij het eiland
het
anker uitwerpt, rijk aan wat je onderweg verwierf,
zonder
te hopen dat Ithaka je rijkdom schenken zal.
Ithaka
gaf je de mooie reis.
Was
het er niet, dan was je nooit vertrokken,
verder
heeft het je niets te bieden meer.
En
vind je het er wat pover, Ithaka bedroog je niet.
Zo
wijs geworden, met zoveel ervaring, zul je al
begrepen
hebben wat Ithaka's beduiden.
K.P. Kavafis (1863-1933)
vertaald uit het Grieks: Hans Warren en Mario Molengraaf,
Gedichten, Amsterdam 1991, p. 25.
Ithaca
(vrij naar
Kavafis)
De reis gaat
beginnen naar Ithaca’s stranden
Bezie je weg
vrolijk en wens hem zeer lang
Je hebt
niets te vrezen, je wordt toch niet bang?
’t Is meer
dan genieten van kleurrijke landen.
Bespaar je
de angst , - want dat is echt een schande –
Voor
duivels, demonen, ’t getal van het beest
Die zijn
hier te nimmer aanwezig geweest
Je neemt
immers lot en je leven in handen?
Ja, wens dat
je weg lang en vrolijk mag zijn
De zon te
zien stralen, exotische kusten,
Leg aan in
de havens, vier bot er je lusten
En koop er
geschenken heel kostbaar of klein
Koop kralen
van barnsteen, een kruik ambrozijn
Verplaats je
daarna naar Egyptische steden
En leer van
hun wijzen, van toen en van heden
En zet je
des avonds tevree aan de wijn
Maar Ithaca,
houd het wel steeds in gedachten
Het eens te
bereiken blijft nochtans je doel
Geen haast
echter, geef altijd toe aan gevoel
Blijf tot je
bejaard bent heel rustig toch wachten
Je reis gaf
je steeds weer opnieuw verse krachten
En Itaca lag
aan de basis hiervan
Je raakte al
reizend steeds meer in de ban
Dus over
geluk heb je zeker geen klachten
Al is het
wat pover, het land treft geen schuld
Want Ithaca is
voor jou niet meer verhuld
Frans
Woortmeijer
woensdag 1 oktober 2014
Woensdag
1
oktober
Literatuur
Toen ik verloofd was met René
die zoveel hield van Hemmingway,
las ik het werk van Hemmingway
omdat dat werk me zoveel dee.
Maar toen het uit was tussen ons,
toen kreeg ook Hemmingway de bons.
Daarna was ik met Guus verloofd
en kende Ibsen uit mijn hoofd.
Later, met Peter, hield ik zo
enorm van Valéry Larbaud.
Maar ik ben nooit verloofd geweest
met iemand die Homerus leest,
en ik heb nooit een man bemind
die Rabelais het hoogste vindt.
En dus zijn er nog verscheiden gaten,
helaas, in mijn cultuur gelaten.
Ik hoop nog altijd op Pascal,
maar wat dan ook, in elk geval:
hoe meer het aantal liefdes stijgt
hoe meer ontwikkeling men krijgt.
Toen ik verloofd was met René
die zoveel hield van Hemmingway,
las ik het werk van Hemmingway
omdat dat werk me zoveel dee.
Maar toen het uit was tussen ons,
toen kreeg ook Hemmingway de bons.
Daarna was ik met Guus verloofd
en kende Ibsen uit mijn hoofd.
Later, met Peter, hield ik zo
enorm van Valéry Larbaud.
Maar ik ben nooit verloofd geweest
met iemand die Homerus leest,
en ik heb nooit een man bemind
die Rabelais het hoogste vindt.
En dus zijn er nog verscheiden gaten,
helaas, in mijn cultuur gelaten.
Ik hoop nog altijd op Pascal,
maar wat dan ook, in elk geval:
hoe meer het aantal liefdes stijgt
hoe meer ontwikkeling men krijgt.
Annie M.G Schmidt (1911-1995)
woensdag 24 september 2014
Donderdag
25
september
Kortjakje
Kortjakje
zeer hups en fijn,
Js
de meeste tijd beschonken,
Kortjakje
mag geen Brandewijn,
Maer
het moet Jannever zijn,
Altijd
is Kortjakje ziek,
Midden
in de Week en Zondags niet,
Dan
gaet zy haer hert versterken,
Midden
in de week wil zy niet werken,
Atijd
is Kortjakje ziek,
Midden
in de week en Zondags niet.
Kortjakje
heeft hier op let,
De
Ring al van haer hand genomen,
En
die heeft die dronke slet,
By
Jan-Oom te pand gezet,
Kortjakje
mag geen Brandewijn,
Maer
het moet Janever zijn,
Kortjakje
gaet haer hert versterken,
Midden
in de week wil zy niet werken,
Altijd
is Kortjakje ziek,
Midden
in de week en Zondags niet.
Kortjakje
is vroeg opgestaen,
En
zy is met radde kooten,
Na
de Markus Brug gegaen,
De
Jongers volgden agter aen,
Kortjakje
mag geen Brandewijn,
Maer
het moet Janever zijn,
Daer
vond zy 't Raedhuys bescheten,
Dat
kon Ragel niet op eeten,
Daerom
is Kortjakje ziek,
Midden
in de week en Zondags niet.
Kortjakje
zogt de Besemstok,
En
begon op de Jongers te vloeken,
En
zy sprak hou toe jou bek,
Of
ik bruy jou op de Nek,
Kortjakje
mag geen Brandewijn,
Maer
het moet Jenever zijn,
Kortjakje
gaet haer hert versterken,
Midden
in de week wil zy niet werken,
Altijd
is Kortjakje ziek,
Midden
in de week en Zondags niet.
Loop
jou honden voor de pest,
Of
de duyvel zal jou halen,
Want
ik geef je aers de rest,
Sprak
Kortjakje op het lest,
Kortjakje
mag geen Brandewijn,
Maer
het moet Jenever zijn,
Valderappus
wil niet trouwen,
Maer
zy begint met Pluggen t'houwen,
Altijd
is Kortjakje ziek,
Midden
in de week en Zondags niet.
Kortjakje
heeft met boosheyd groot,
Een
steen in haer hand genomen,
En
sy sey by slapperloot,
Daer
mee bruy ik jou strak dood,
Kortjakje
mag geen Brandewijn,
Maer
het moet Jenever zijn,
Kortjakje
gaet haer hert versterken,
Midden
in de week wil zy niet werken,
Altijd
is Kortjakje ziek,
Midden
in de week en Zondags niet.
Die
dit Liedtje heeft gedigt,
Die
heeft een Jenever gekregen,
Zy
woont by Kortjakie digt,
't Js Ragel Falderappus Nigt:
Kortjakje
mag geen Brandewijn,
Maer
het moet Jenever zijn,
Kortjakje
gaet haer hert versterken,
Midden
in de week wil zy niet werken,
Altijd
is Kortjakje ziek,
Midden
in de week en Zondags niet.
Een Nieuw
Lied, van Ragel Valderappus, Eersaeme en seer secreete Vrouw, zittende op 't
Raedhuys van de Markus Brug,
op de wijs,
Op een tyd niet lang geleen.
zondag 10 augustus 2014
Zondag
10
augustus
In eigen boezem
Ik zeg u wat mij aan McDonald's stoort,
-’t is wel niet veel maar toch moet u het weten
al is ’t alleen maar dat ik word gehoord-
is dat er zo godsgruwelijk wordt gevreten.
Iets extra’s af en toe, nou ja, akkoord,
maar wat daar niet naar binnen wordt gesmeten,
is wat mij aan McDonald's danig stoort
en dat mag u van mijn part best wel weten.
De mensen raken in zo’n tent ontspoord;
men schroomt niet zich een hartinfarct te eten.
Dat is wat mij zo aan McDonald's stoort,
ik laat het u hierbij vol afschuw weten.
Misschien dat er bij ú herkenning gloort . . .
Wel bliksem nog aan toe krijg nou de hik
-ik laat het u beschroomd maar eerlijk weten-
De allerbeste klant daar . . . dat ben ik!
Adriaan van Dam

In eigen boezem
Ik zeg u wat mij aan McDonald's stoort,
-’t is wel niet veel maar toch moet u het weten
al is ’t alleen maar dat ik word gehoord-
is dat er zo godsgruwelijk wordt gevreten.
Iets extra’s af en toe, nou ja, akkoord,
maar wat daar niet naar binnen wordt gesmeten,
is wat mij aan McDonald's danig stoort
en dat mag u van mijn part best wel weten.
De mensen raken in zo’n tent ontspoord;
men schroomt niet zich een hartinfarct te eten.
Dat is wat mij zo aan McDonald's stoort,
ik laat het u hierbij vol afschuw weten.
Misschien dat er bij ú herkenning gloort . . .
Wel bliksem nog aan toe krijg nou de hik
-ik laat het u beschroomd maar eerlijk weten-
De allerbeste klant daar . . . dat ben ik!
Adriaan van Dam
maandag 4 augustus 2014
Zondag
3
augustus
Grafbeplanting
Op het zwijgend erf der doden
Moet de treurwilg zijn gezet
Maar de popel ruise er nevens:
Bij de rouw het stil gebed.
Op het zwijgend erf der doden
Sta de donk're beuk in de aard;
Maar de meidoorn sta er nevens:
Aan de weemoed hoop gepaard.
Op het zwijgend erf der doden
Bloeie 't roosje in de schâuw,
Maar 't vergeet-mij-nietje er nevens:
vluchtigheid en liefdetrouw.
Ed Laurillard (1830-1908)
Uit: Rust
een weinig (1891)
Abonneren op:
Posts (Atom)
