dinsdag 7 oktober 2014

De beroemde regels van C.C.S. Crone, die zeker twintig jaar de zijgevel van het inmiddels gesloopte pand Van Sijpesteijnkade 35 sierden, komen terug. Op dit moment staat Jos Peeters op een steiger op het Stationsplateau te puzzelen hoe hij die letters op de kunststof gevelafwerking moet krijgen voor aanstaande woensdag.





zondag 5 oktober 2014

Zondag

5
oktober

Ithaka


Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka
wens dat de weg dan lang mag zijn,
vol avonturen, vol ervaringen.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woedende Poseidon behoef je niet te vrezen,
hen zul je niet ontmoeten op je weg
wanneer je denken hoog blijft, en verfijnd
de emotie die je hart en lijf beroert.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woedende Poseidon zul je niet treffen
wanneer je ze niet in eigen geest meedraagt,
wanneer je geest hun niet gestalte voor je geeft.

Wens dat de weg dan lang mag zijn.
Dat er veel zomermorgens zullen komen
waarop je, met grote vreugde en genot
zult binnenvaren in onbekende havens,
pleisteren in Phoenicische handelssteden
om daar aantrekkelijke dingen aan te schaffen
van parelmoer, koraal, barnsteen en ebbehout,
ook opwindende geurstoffen van alle soorten,
opwindende geurstoffen zoveel je krijgen kunt;
dat je talrijke steden in Egypte aan zult doen
om veel, heel veel te leren van de wijzen.

Houd Ithaka wel altijd in gedachten.
Daar aan te komen is je doel.
Maar overhaast je reis in geen geval.
't Is beter dat die vele jaren duurt,
zodat je als oude man pas bij het eiland
het anker uitwerpt, rijk aan wat je onderweg verwierf,
zonder te hopen dat Ithaka je rijkdom schenken zal.
Ithaka gaf je de mooie reis.
Was het er niet, dan was je nooit vertrokken,
verder heeft het je niets te bieden meer.

En vind je het er wat pover, Ithaka bedroog je niet.
Zo wijs geworden, met zoveel ervaring, zul je al
begrepen hebben wat Ithaka's beduiden.


K.P. Kavafis (1863-1933)
vertaald uit het Grieks: Hans Warren en Mario Molengraaf,
Gedichten, Amsterdam 1991, p. 25.


Ithaca

(vrij naar Kavafis)

De reis gaat beginnen naar Ithaca’s stranden
Bezie je weg vrolijk en wens hem zeer lang
Je hebt niets te vrezen, je wordt toch niet bang?
’t Is meer dan genieten van kleurrijke landen.
Bespaar je de angst , - want dat is echt een schande –
Voor duivels, demonen, ’t getal van het beest
Die zijn hier te nimmer aanwezig geweest
Je neemt immers lot en je leven in handen?

Ja, wens dat je weg lang en vrolijk mag zijn
De zon te zien stralen, exotische kusten,
Leg aan in de havens, vier bot er je lusten
En koop er geschenken heel kostbaar of klein
Koop kralen van barnsteen, een kruik ambrozijn
Verplaats je daarna naar Egyptische steden
En leer van hun wijzen, van toen en van heden
En zet je des avonds tevree aan de wijn

Maar Ithaca, houd het wel steeds in gedachten
Het eens te bereiken blijft nochtans je doel
Geen haast echter, geef altijd toe aan gevoel
Blijf tot je bejaard bent heel rustig toch wachten
Je reis gaf je steeds weer opnieuw verse krachten
En Itaca lag aan de basis hiervan
Je raakte al reizend steeds meer in de ban
Dus over geluk heb je zeker geen klachten

Al is het wat pover, het land treft geen schuld
Want Ithaca is voor jou niet meer verhuld



Frans Woortmeijer












woensdag 1 oktober 2014

Woensdag


1


oktober

Literatuur 

Toen ik verloofd was met René
die zoveel hield van Hemmingway,
las ik het werk van Hemmingway
omdat dat werk me zoveel dee.
Maar toen het uit was tussen ons,
toen kreeg ook Hemmingway de bons.

Daarna was ik met Guus verloofd
en kende Ibsen uit mijn hoofd.
Later, met Peter, hield ik zo
enorm van Valéry Larbaud.

Maar ik ben nooit verloofd geweest
met iemand die Homerus leest,
en ik heb nooit een man bemind
die Rabelais het hoogste vindt.

En dus zijn er nog verscheiden gaten,
helaas, in mijn cultuur gelaten.
Ik hoop nog altijd op Pascal,
maar wat dan ook, in elk geval:

hoe meer het aantal liefdes stijgt
hoe meer ontwikkeling men krijgt.





Annie M.G Schmidt (1911-1995)

woensdag 24 september 2014


Donderdag


25


september


Kortjakje

Kortjakje zeer hups en fijn,
Js de meeste tijd beschonken,
Kortjakje mag geen Brandewijn,
Maer het moet Jannever zijn,
Altijd is Kortjakje ziek,
Midden in de Week en Zondags niet,
Dan gaet zy haer hert versterken,
Midden in de week wil zy niet werken,
Atijd is Kortjakje ziek,
Midden in de week en Zondags niet.

Kortjakje heeft hier op let,
De Ring al van haer hand genomen,
En die heeft die dronke slet,
By Jan-Oom te pand gezet,
Kortjakje mag geen Brandewijn,
Maer het moet Janever zijn,
Kortjakje gaet haer hert versterken,
Midden in de week wil zy niet werken,
Altijd is Kortjakje ziek,
Midden in de week en Zondags niet.

Kortjakje is vroeg opgestaen,
En zy is met radde kooten,
Na de Markus Brug gegaen,
De Jongers volgden agter aen,
Kortjakje mag geen Brandewijn,
Maer het moet Janever zijn,
Daer vond zy 't Raedhuys bescheten,
Dat kon Ragel niet op eeten,
Daerom is Kortjakje ziek,
Midden in de week en Zondags niet.

Kortjakje zogt de Besemstok,
En begon op de Jongers te vloeken,
En zy sprak hou toe jou bek,
Of ik bruy jou op de Nek,
Kortjakje mag geen Brandewijn,
Maer het moet Jenever zijn,
Kortjakje gaet haer hert versterken,
Midden in de week wil zy niet werken,
Altijd is Kortjakje ziek,
Midden in de week en Zondags niet.



Loop jou honden voor de pest,
Of de duyvel zal jou halen,
Want ik geef je aers de rest,
Sprak Kortjakje op het lest,
Kortjakje mag geen Brandewijn,
Maer het moet Jenever zijn,
Valderappus wil niet trouwen,
Maer zy begint met Pluggen t'houwen,
Altijd is Kortjakje ziek,
Midden in de week en Zondags niet.

Kortjakje heeft met boosheyd groot,
Een steen in haer hand genomen,
En sy sey by slapperloot,
Daer mee bruy ik jou strak dood,
Kortjakje mag geen Brandewijn,
Maer het moet Jenever zijn,
Kortjakje gaet haer hert versterken,
Midden in de week wil zy niet werken,
Altijd is Kortjakje ziek,
Midden in de week en Zondags niet.

Die dit Liedtje heeft gedigt,
Die heeft een Jenever gekregen,
Zy woont by Kortjakie digt,
't Js Ragel Falderappus Nigt:
Kortjakje mag geen Brandewijn,
Maer het moet Jenever zijn,
Kortjakje gaet haer hert versterken,
Midden in de week wil zy niet werken,
Altijd is Kortjakje ziek,
Midden in de week en Zondags niet.

Een Nieuw Lied, van Ragel Valderappus, Eersaeme en seer secreete Vrouw, zittende op 't Raedhuys van de Markus Brug,
op de wijs, Op een tyd niet lang geleen.

zondag 10 augustus 2014

Zondag

10

augustus

In eigen boezem

Ik zeg u wat mij aan McDonald's stoort,
-’t is wel niet veel maar toch moet u het weten
al is ’t alleen maar dat ik word gehoord-
is dat er zo godsgruwelijk wordt gevreten.

Iets extra’s af en toe, nou ja, akkoord,
maar wat daar niet naar binnen wordt gesmeten,
is wat mij aan McDonald's danig stoort
en dat mag u van mijn part best wel weten.

De mensen raken in zo’n tent ontspoord;
men schroomt niet zich een hartinfarct te eten.
Dat is wat mij zo aan McDonald's stoort,
ik laat het u hierbij vol afschuw weten.

Misschien dat er bij ú herkenning gloort . . .
Wel bliksem nog aan toe krijg nou de hik
-ik laat het u beschroomd maar eerlijk weten-
De allerbeste klant daar . . . dat ben ik!





Adriaan van Dam

maandag 4 augustus 2014

Zondag

3

augustus

Grafbeplanting

Op het zwijgend erf der doden
Moet de treurwilg zijn gezet
Maar de popel ruise er nevens:
Bij de rouw het stil gebed.

Op het zwijgend erf der doden
Sta de donk're beuk in de aard;
Maar de meidoorn sta er nevens:
Aan de weemoed hoop gepaard.

Op het zwijgend erf der doden
Bloeie 't roosje in de schâuw,
Maar 't vergeet-mij-nietje er nevens:
vluchtigheid en liefdetrouw.

Ed Laurillard  (1830-1908)
Uit: Rust een weinig (1891)