vrijdag 24 oktober 2014

Donderdag

23
oktober
 Vlaggen

Ik heb mijn vlaggen bij jouw deur geplant,
je ruikt de plekken, zonder het te willen.
Besmeur ik hiermee vuilnisbakken, schillen,
de rotzooi die jouw kleine hof aanrandt,
jij geeft niet thuis, een teken aan de wand.
Ik roep je, voel het onderhuidse trillen,
Ik heb mijn vlaggen bij jouw deur geplant,
je ruikt de plekken, zonder het te willen.

Ik glip naar buiten, waar de zon haar prille
licht op het voorjaar vlijt, onaangerand,
en snuif de lucht, geef toe aan liefde’s grillen,
maar jij blijft liggen, ik kan jou niet drillen.
Ik heb mijn vlaggen bij jouw deur geplant.





Ben Hoogland

zondag 19 oktober 2014

Zondag

19
oktober


Aan mijn verzekeringsagent

Er is tien meter van mijn tuin verbrand,
Gij kunt het zien, gij schijnt het niet te willen
Benedenmaats, meesmuilt ge, gans verschillen
Die dingen niet met wat was aangeplant
Ik zie geen boom, alleen een zwarte rand
Ze stonden er, zeg ik, mijn stem gaat trillen
Er is tien meter van mijn tuin verbrand,
Gij kunt het zien, gij schijnt het niet te willen

Ik wijs naar buiten, maar mijnheers pupillen
Staan in 't herfstlicht haast al roodomrand
Niet te benaderen voor noodlots grillen
Een brandverzekeraar valt niet te tillen
Er is tien meter van mijn tuin verbrand


Remko Koplamp

dinsdag 14 oktober 2014

Dinsdag

14
oktober


Vergankelijkheid

Er staat een Conifeer in onze tuin
Uit zaad ontkiemd en groeiend zonder zorgen
Jaar in jaar uit, van d’ ochtend tot de morgen
Op fiere stam, geen centimeter schuin

Er staat een Conifeer in onze tuin
Ooit aangewaaid, een eigen plek verworven
In zwarte aarde, nooit door gif bedorven
Goed negen meter hoog van grond tot kruin

Er stond een Conifeer in onze tuin
Na zes en twintig jaar is hij gestorven
De reden van zijn sneven bleef verborgen
Zijn groene kwasten schrompelden tot bruin


Nog één keer zal hij geur en vreugde geven:
als haardvuur in een kort maar vlammend leven


Adriaan van Dam

donderdag 9 oktober 2014

Donderdag

9
oktober



“Hoe verder hij ging des te langer zijn terugweg”
C.Crone gaat thans op tournee door de stad
Je weet waar ie jaren een topplekje had?

Dat werd afgebroken, dat was dikke pech!
Misschien ging het alles in goed overleg

Nu hangt hij te pronken vlak naast het station
Een lijst aan een wand  van grauw gietbeton
Maar ooit gaat hij verder, wat ik je nu zeg!



Frans Woortmeijer

dinsdag 7 oktober 2014

De beroemde regels van C.C.S. Crone, die zeker twintig jaar de zijgevel van het inmiddels gesloopte pand Van Sijpesteijnkade 35 sierden, komen terug. Op dit moment staat Jos Peeters op een steiger op het Stationsplateau te puzzelen hoe hij die letters op de kunststof gevelafwerking moet krijgen voor aanstaande woensdag.





zondag 5 oktober 2014

Zondag

5
oktober

Ithaka


Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka
wens dat de weg dan lang mag zijn,
vol avonturen, vol ervaringen.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woedende Poseidon behoef je niet te vrezen,
hen zul je niet ontmoeten op je weg
wanneer je denken hoog blijft, en verfijnd
de emotie die je hart en lijf beroert.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woedende Poseidon zul je niet treffen
wanneer je ze niet in eigen geest meedraagt,
wanneer je geest hun niet gestalte voor je geeft.

Wens dat de weg dan lang mag zijn.
Dat er veel zomermorgens zullen komen
waarop je, met grote vreugde en genot
zult binnenvaren in onbekende havens,
pleisteren in Phoenicische handelssteden
om daar aantrekkelijke dingen aan te schaffen
van parelmoer, koraal, barnsteen en ebbehout,
ook opwindende geurstoffen van alle soorten,
opwindende geurstoffen zoveel je krijgen kunt;
dat je talrijke steden in Egypte aan zult doen
om veel, heel veel te leren van de wijzen.

Houd Ithaka wel altijd in gedachten.
Daar aan te komen is je doel.
Maar overhaast je reis in geen geval.
't Is beter dat die vele jaren duurt,
zodat je als oude man pas bij het eiland
het anker uitwerpt, rijk aan wat je onderweg verwierf,
zonder te hopen dat Ithaka je rijkdom schenken zal.
Ithaka gaf je de mooie reis.
Was het er niet, dan was je nooit vertrokken,
verder heeft het je niets te bieden meer.

En vind je het er wat pover, Ithaka bedroog je niet.
Zo wijs geworden, met zoveel ervaring, zul je al
begrepen hebben wat Ithaka's beduiden.


K.P. Kavafis (1863-1933)
vertaald uit het Grieks: Hans Warren en Mario Molengraaf,
Gedichten, Amsterdam 1991, p. 25.


Ithaca

(vrij naar Kavafis)

De reis gaat beginnen naar Ithaca’s stranden
Bezie je weg vrolijk en wens hem zeer lang
Je hebt niets te vrezen, je wordt toch niet bang?
’t Is meer dan genieten van kleurrijke landen.
Bespaar je de angst , - want dat is echt een schande –
Voor duivels, demonen, ’t getal van het beest
Die zijn hier te nimmer aanwezig geweest
Je neemt immers lot en je leven in handen?

Ja, wens dat je weg lang en vrolijk mag zijn
De zon te zien stralen, exotische kusten,
Leg aan in de havens, vier bot er je lusten
En koop er geschenken heel kostbaar of klein
Koop kralen van barnsteen, een kruik ambrozijn
Verplaats je daarna naar Egyptische steden
En leer van hun wijzen, van toen en van heden
En zet je des avonds tevree aan de wijn

Maar Ithaca, houd het wel steeds in gedachten
Het eens te bereiken blijft nochtans je doel
Geen haast echter, geef altijd toe aan gevoel
Blijf tot je bejaard bent heel rustig toch wachten
Je reis gaf je steeds weer opnieuw verse krachten
En Itaca lag aan de basis hiervan
Je raakte al reizend steeds meer in de ban
Dus over geluk heb je zeker geen klachten

Al is het wat pover, het land treft geen schuld
Want Ithaca is voor jou niet meer verhuld



Frans Woortmeijer