zondag 8 maart 2015

Zondag

8

maart



HET HUIS

Laat ons niet spreken van de regen
die zeurt, dit sterke huis voorbij,
maar speuren naar 't verdoken leven
van de besloten negorij.

't Klavier en de overtrokken meublen
zwijgen opvallend van 't bederf;
zij hoorden de jonkvrouwen keuvlen,
tans zo verbleekt in waterverf.

Oud -vlaams buffet, chinese borden,
bĂȘte gravures van Goupil,
wij zullen weer uw roem verkonden
die met onz' kindsheid samenviel.

Wij zijn zeer ouwerwets, en morgen
zullen wij 't haast nog erger zijn;
geen .roes hoeft ons bestaan te korten,
wij vragen stilte als medicijn.

Als 't wiegelied dat wij vergaten
en dat opeens door 't hart weer zong,
neemt ons dit huis, waarin we eens lazen
hoe elk van ons de Wereld dwong.


Eddie du Perron

zondag 4 januari 2015

Zondag

4

januari


Hoog bezoek

Het paar had overal geinformeerd
Er was haast bij, want zij liep op alle dagen
De bedden bleken allemaal gereserveerd
En ze waren bij het vee geinstalleerd
Enfin, het was gelukkig goed gegaan
En er heerste dus een zeker welbehagen
In alle hoeken zag je buurtbewoners staan
Later kwam er nog een groepje heren aan

De eerste heette Caspar
De tweede heette Melchior
De derde heette Balthasar
De vierde was niet mee

De heren waren niet voor niets op reis
Nee, ze kwamen met een duidelijke reden
Ze wilden het geboren kind hun eerbewijs
Komen brengen met een toespraak en een prijs
Men had de heren namelijk voorspeld
Dat dit kind een toppositie zou bekleden
Ze kwamen dan ook onderdanig aangesneld
En ze hoopten waar te krijgen voor hun geld

De eerste heette Caspar
De tweede heette Melchior
De derde heette Balthasar
Ze waren erg benieuwd

Dat kraambezoek is geen succes geweest
Daar de hele delegatie bijna flipte:
Een ezel is nu eenmaal geen gezelschapsbeest
En een os verwacht je ook niet op zo'n feest
Bedankt hoor, zei de gastheer na een poos
En tot ziens! Wij emigreren naar Egypte
Hij liet de heren uit, ze waren sprakeloos
Het was zonde van de reis en de cadeaux

De eerste heette Caspar
De tweede heette Melchior
De derde heette Balthasar
Ze voelden zich bekocht

En toch is dit verhaal wel instructief
Mocht men u voor zo'n partijtje inviteren
Blijf dan maar lekker thuis en schrijf een mooie brief
Dat bespaart u ergernis en ongerief
Familiefeesten zijn doorgaans een flop
Denk maar aan het avontuur van deze heren
Want daardoor leden zij een financiele strop
En ze deden ook een aantal vlooien op

De vlooien beten Caspar
De vlooien beten Melchior
De vlooien beten Balthasar
En niet zo zuinig ook!


Drs P

woensdag 31 december 2014

Woensdag

31

december

Winter

De wereld schijnt wat lichter van geluid
Een echo golft langs dikbesneeuwde bomen
Gelach, gegil, twee kinderen onderuit
De winter is dit jaar al vroeg gekomen

Breed glimlachend maak ik de beelden buit
En voel hoe snel mijn bloed begint te stromen
In plaats van hier te staan, achter de ruit
Had ik graag aan de sneeuwpret deelgenomen

Voor even weer het spelend kind van tien
Dat onvermoeibaar hapt naar witte vlokken
Ik weet dat dit niet kan en bovendien

Daar buiten is het koud en kil en guur
Ik accepteer het verder zonder mokken
En werp een laatste houtblok op het vuur




Remko Koplamp

zondag 21 december 2014

Zondag

21

december



Het Kerstkribje

De vlammen stonden bevend en bedeesd
te branden in de kerstboom, en daaronder
eerbiedig aangetreden om het wonder
de ezel en de os, het brave beest.

En Jozef ook, misschien het allermeest
verwonderd over wat er met en zonder
hem was gebeurd, maar blozender, haast blonder
en blijer dan hij ooit nog was geweest.

Maria in Mariablauw en wit,
de wijzen uit het oosten met geschenken.
zou iemand aan iets lelijks kunnen denken
bij zoveel moois en liefelijks als dit?
Er blonk een ster. Herodes was te vroeg.
Het kindje had nog heel wat voor de boeg.


Kees Stip (1913-2001)

maandag 15 december 2014

Maandag

15

december


MADENBALLADE

De laatste snik, het uitvaartritueel,
de al dan niet bedroefde nabestaanden -
doch verder lijkt er niet zo bijster veel
meer in en om de verse groeve gaande.

Maar schijn bedriegt: als wij er zijn geweest
en afgelegd zijn in een witte wade,
begint het pas, het eigenlijke feest
voor de op ons karkas beluste maden.

Er is nog heel wat leven ondergronds,
als wij tot slot voorgoed de ogen sluiten:
de maden lusten wel gehakt van ons,
ze kennen ons van binnen en van buiten.

Waar eens gedacht werd en waar werd gevoeld,
waar eens gestreefd werd naar de grootste daden,
niets blijft ervan dan dat het er krioelt
van vette onverzadigbare maden.

Het hart dat klopte voor een lieve vrouw,
de hersens die ons niets dan zorgen gaven,
de maden lusten heel die troep wel rauw
nadat men ons vakkundig heeft begraven.

Wat ik hier zing is akelig en naar,
want allen wacht hetzelfde lot ten leste.
- Ook maden moeten leven weliswaar,
maar misschien is cremeren toch het beste.



Jean Pierre Rawie

donderdag 11 december 2014

Donderdag


11


december




HET LEVEN VAN EEN KUNSTENAAR


Het leven van een kunstenaar
gaat geenszins over rozen:
het duurt hooguit tot volgend jaar
en dan is hij alleen nog maar
een soortement werkloze.

Het is een vreemde, wrede wet
die niet valt te vermijden,
maar wie zijn zinnen heeft gezet
op opera of strijkkwartet
die moet nu eenmaal lijden.

Want als een kunstenaar niet lijdt
dan is hij niet je ware;
derhalve dat de overheid
in een doordacht en wijs beleid
op kunst is gaan besparen.



Het is toch door de eeuwen heen
wel zonneklaar gebleken:
doorleefde kunst ontstaat alleen
-  denk maar aan Brahms of Tante Leen –
bij kommer en gebreken.

Kom, prijs daarom het heilig vuur
van ons gebenedijde,
ja, zegenrijke landsbestuur
dat tot behoud van de cultuur
de kunst durft te bestrijden!



Jean Pierre Rawie

zondag 7 december 2014

Zondag

7

december

Arme dichter

de dichter moet door diepe dalen gaan
zijn hele leven is een trieste bende
waar tijd verstrijkt met zwelgen in ellende
de wanhoop is niet bij hem weg te slaan

hij sleept zich voort, gebogen, ongeschoren
gekreukte lompen rond een mager lijf
het drinken als voornaamste tijdverdrijf
de lach is plechtig door hem afgezworen

maar met zijn pen kan hij nog altijd zweven
en lijmt hij scherven tot een fraaie zin
akkoorden door de hemel ingegeven

waarmee hij scoort bij veel te jonge meiden
die schoonheid bij hem vinden, binnenin
ach ja… een dichter kan niet altijd lijden

Daan de Ligt

(Uit de nieuwe bundel Voldaan, uitgeverij Liverse)