woensdag 11 maart 2015

Woensdag

11

maart



DE FRANCTIRELIRS

Geen Pennewip met brillende argus-ogen
hebben wij ooit één regel toegedacht.
Geen jongedames, die beheerst en zacht,
als door een rietje, van de leuren zogen.

Geen kenners die, waar zij nooit jokken mogen,
trouw prijzen wat vertrouwd is, langgeacht.
Geen vakmanswijsheid hebben wij betracht,
geen boekwinkeltriomfen overwogen.

Geen koster, hoe genaamd, hoe bijgepompt,
maakt onze maag afkerig van 't gekruide.

Geen levensles, geen preek, hoezeer vermomd,
geen etika kan ièts voor ons beduiden.

De poëzie blijft, naakt en ongekromd,
een tijdverdrijf voor enkle fijne luiden.
uit: Parlando 1922


Eddie du Perron

dinsdag 10 maart 2015

Dinsdag

10

maart



ROMAN IN TWEE VENSTERS

1

Mijn lief zat voor het open raam,
een zon, die langzaam viel,
omlijstte met verzachte schijn,
in een bleekgouden, tere lijn,
haar hoogvoornaam
profiel.

Toen schoof mijn lief de blinden dicht,
verveeld, een beetje boos,
maar binnen drong één scherpe straal
en op haar mooie mond, brutaal,
danste het licht
een poos.

Als eens mijn lief, verveeld en boos,
mijn liefde buitensluit,
dan sterft mijn liefde, zo gewond,
stil, als dat zonlicht, op die mond,
zonder één voos
geluid.

2

'k Sta aan mijn venster. Het is laat.
Ik kijk neer op de stille straat.
In duisternis, waar niemand gaat.

Van nergens komt meer één geluid.
'k Sta met mijn hoofd tegen een ruit.
Wanneer gaat die lantaren uit?

Eén lichtkring op wat vunzigheid.
Die gloor is met dat goor in strijd.
Daar gaat zelfs geen verloren meid.

In mij is net zo'n stille straat.
Waar niet één lamp te branden staat.
Waar sedert lang geen mens meer gaat.

uit: Parlando 1922


Eddie du Perron

maandag 9 maart 2015

Maandag

9

maart



Rhijnauwen

Moe landschap ligt, door bromfietsen en bussen
vroeg in de zomer al van streek geraakt,
door een te grote stad murw gemaakt,
te welke in de herfstzon langs de lussen.

Van de te kromme stroom, die in de knusse
laaglandelijke rust zijn omloop staakt,
nu wel voorgoed aan lager wal geraakt
met weggetjes en weilanden ertussen.

Dit heet natuur. Hier zou het ware wezen,
aan de moderne mens geopenbaard,
hem drenken aan de oorsprong en genezen.

Ik acht het qua natuur geen stuiver waard,
maar vind het wel, hoe ook de rest mag wezen,
het meest verrukkelijke oord op aard.

J.Meulenbelt



zondag 8 maart 2015

Zondag

8

maart



HET HUIS

Laat ons niet spreken van de regen
die zeurt, dit sterke huis voorbij,
maar speuren naar 't verdoken leven
van de besloten negorij.

't Klavier en de overtrokken meublen
zwijgen opvallend van 't bederf;
zij hoorden de jonkvrouwen keuvlen,
tans zo verbleekt in waterverf.

Oud -vlaams buffet, chinese borden,
bête gravures van Goupil,
wij zullen weer uw roem verkonden
die met onz' kindsheid samenviel.

Wij zijn zeer ouwerwets, en morgen
zullen wij 't haast nog erger zijn;
geen .roes hoeft ons bestaan te korten,
wij vragen stilte als medicijn.

Als 't wiegelied dat wij vergaten
en dat opeens door 't hart weer zong,
neemt ons dit huis, waarin we eens lazen
hoe elk van ons de Wereld dwong.


Eddie du Perron

zondag 4 januari 2015

Zondag

4

januari


Hoog bezoek

Het paar had overal geinformeerd
Er was haast bij, want zij liep op alle dagen
De bedden bleken allemaal gereserveerd
En ze waren bij het vee geinstalleerd
Enfin, het was gelukkig goed gegaan
En er heerste dus een zeker welbehagen
In alle hoeken zag je buurtbewoners staan
Later kwam er nog een groepje heren aan

De eerste heette Caspar
De tweede heette Melchior
De derde heette Balthasar
De vierde was niet mee

De heren waren niet voor niets op reis
Nee, ze kwamen met een duidelijke reden
Ze wilden het geboren kind hun eerbewijs
Komen brengen met een toespraak en een prijs
Men had de heren namelijk voorspeld
Dat dit kind een toppositie zou bekleden
Ze kwamen dan ook onderdanig aangesneld
En ze hoopten waar te krijgen voor hun geld

De eerste heette Caspar
De tweede heette Melchior
De derde heette Balthasar
Ze waren erg benieuwd

Dat kraambezoek is geen succes geweest
Daar de hele delegatie bijna flipte:
Een ezel is nu eenmaal geen gezelschapsbeest
En een os verwacht je ook niet op zo'n feest
Bedankt hoor, zei de gastheer na een poos
En tot ziens! Wij emigreren naar Egypte
Hij liet de heren uit, ze waren sprakeloos
Het was zonde van de reis en de cadeaux

De eerste heette Caspar
De tweede heette Melchior
De derde heette Balthasar
Ze voelden zich bekocht

En toch is dit verhaal wel instructief
Mocht men u voor zo'n partijtje inviteren
Blijf dan maar lekker thuis en schrijf een mooie brief
Dat bespaart u ergernis en ongerief
Familiefeesten zijn doorgaans een flop
Denk maar aan het avontuur van deze heren
Want daardoor leden zij een financiele strop
En ze deden ook een aantal vlooien op

De vlooien beten Caspar
De vlooien beten Melchior
De vlooien beten Balthasar
En niet zo zuinig ook!


Drs P

woensdag 31 december 2014

Woensdag

31

december

Winter

De wereld schijnt wat lichter van geluid
Een echo golft langs dikbesneeuwde bomen
Gelach, gegil, twee kinderen onderuit
De winter is dit jaar al vroeg gekomen

Breed glimlachend maak ik de beelden buit
En voel hoe snel mijn bloed begint te stromen
In plaats van hier te staan, achter de ruit
Had ik graag aan de sneeuwpret deelgenomen

Voor even weer het spelend kind van tien
Dat onvermoeibaar hapt naar witte vlokken
Ik weet dat dit niet kan en bovendien

Daar buiten is het koud en kil en guur
Ik accepteer het verder zonder mokken
En werp een laatste houtblok op het vuur




Remko Koplamp

zondag 21 december 2014

Zondag

21

december



Het Kerstkribje

De vlammen stonden bevend en bedeesd
te branden in de kerstboom, en daaronder
eerbiedig aangetreden om het wonder
de ezel en de os, het brave beest.

En Jozef ook, misschien het allermeest
verwonderd over wat er met en zonder
hem was gebeurd, maar blozender, haast blonder
en blijer dan hij ooit nog was geweest.

Maria in Mariablauw en wit,
de wijzen uit het oosten met geschenken.
zou iemand aan iets lelijks kunnen denken
bij zoveel moois en liefelijks als dit?
Er blonk een ster. Herodes was te vroeg.
Het kindje had nog heel wat voor de boeg.


Kees Stip (1913-2001)