donderdag 2 juni 2016

woensdag 1 juni 2016

Woensdag



1


juni


Verdrinken

ô Diepe zee, ô wijde plas!
Wat ligt er in uw golven
Al menig-een bedolven!...
Maar toch! - hoe groot het aantal was
Van hen, die in Uw' afgrond zonken,
Toch zijn er vrij wat méer verdronken
In 't klein jeneverglas.

ô Diepe zee, ô wijde plas!
Wie in Uw' vloed moest sneven,
Weet, dat zijn dood en leven
Toch in de hand des Heeren was! -
Maar wie zegt, in Wiens hand zij zonken,
Die in het helsche vocht verdronken
Van 't klein jeneverglas!



J.P. Heije (1809-1876)

uit: Al de volksdichten, deel 2 (1865)

dinsdag 31 mei 2016


Dinsdag



31


mei

Filosofie 
Ik ken het klappen van de zweep, Ik ken de regels van het spel, Ik ken de zin van het bestaan, Maar als ik drink dan gaat het wel.
Jan Boerstoel

maandag 30 mei 2016

Maandag



30


mei

                                   Een rillerige herfstdag                                                                  (naar Rilkes naar                                                                        (Naar Rilkes Herbsttag)


Heremetijd, de zomer was eindeloos
Bewaar het schoonste van de zonne-uren
En jaag uw wind over de heideroos

Vertel de laatste vruchten rijp te zijn
Maar geef ze nog twee zomerzotte dagen
Dring aan op volle wasdom in het jagen
Naar laatste zoetigheid in zware wijn

Wie nu geen huis heeft, kan nergens heen
Wie nu alleen is, zal dat zeker blijven
Dat wordt wachten, lezen, brieven schrijven
En eenzaam klagend steen en been
In deining dwalen als blad’ren drijven

Hanny van Alphen



Herbsttag

Herr, es ist Zeit. Der Sommer war sehr groß.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,
und auf den Fluren lass die Winde los.

Befiehl den letzten Früchten, voll zu sein;
gib ihnen noch zwei südlichere Tage,
dränge sie zur Vollendung hin, und jage
die letzte Süße in den schweren Wein.

Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
und wird in den Alleen hin und her
unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.

Rainer Maria Rilke, 21.9.1902, Paris

donderdag 26 mei 2016

Donderdag



26


mei

Oma

bandiet, geteisem, lamstraal, schobbejak
gepeupel, doerak, gluiperd, boerenpummel
stuk onverlaat, kwajongen, mafkees, lummel
jij klojo, vlegel, vlerk en labbekak

geboefte, laaienlichter, klotenklapper
ellendeling, rapaille, uilenbal
gehaktbal, flapdrol, plurk, schavuit en kwal
jij zuipschuit, schijtluis, knuppel, oelewapper

jandoedel, kwibus, slome duikelaar
serpent, stuk vreten, kwelgeest, teringlijer
gedrocht en boeventronie, geitenbreier

lamlendig varken, naarling, hork, barbaar
in ‘t kort haar iets belegen woordenschat
toch heeft ze opa innig liefgehad

Daan de Ligt

woensdag 25 mei 2016




Woensdag



25


mei


Wat voel ik me triest dezer dagen,
ik weet niet wat dat beduidt…
Een oeroude Rijnlandse sage
die wil mijn hoofd maar niet uit:

De lucht is koel en het donkert
en rustig stroomt de Rijn,
de top van ’t gebergte flonkert
in late zonneschijn.

Die zonnestralen strelen
een wonderjonkvrouw daar;
goud blinken haar juwelen,
ze kamt haar gouden haar.

En bij het kammen zingt ze
een wonderschoon refrein –
zo machtig en prachtig klinkt ze
als ooit Heer Halewijn.

Een schipper, door hartzeer bevangen,
verliest zo zijn koers uit het oog:
het lied wekt een razend verlangen,
zijn blik gaat voortdurend omhoog.

En dan loopt zijn schip op de klippen,
geloof ik, dan is het voorbij;
een glimlachje speelt om de lippen
van Jonkvrouw Lorelei.

vrij naar Heinrich Heine (1797-1856)
Judy Elfferich


maandag 23 mei 2016

Maandag



23


mei

Technostress
De mens van nu is nergens meer alleen
Met dag en nacht die smartphone bij de hand
De uitknop wordt voor velen te riskant
Het recht op onbereikbaarheid vliedt heen

Zelf denk ik dat ik ‘zonder’ ook kan leven
(Maar als ik ‘s nachts een bliep hoor kijk ik even)



Hendrik te Paske