dinsdag 18 juni 2019


dinsdag
18
juni

Alphabetisch

Alfabetisch gezien
staat alles voor niets
Adam voor Eva en
auto voor fiets

Hel komt voor hemel
Duivel voor god
Haat staat voor liefde
Sleutel voor slot


Dood komt voor leven
Donker voor licht
Zes staat voor zeven
Maan komt voor zon


Dicht staat voor open
Ledig voor vol
Beneden voor boven
en tegen voor voor


© Jules Deelder (1944)
uit: Ruisch (2011)



maandag 17 juni 2019

maandag
17
juni

Bloemen

Als alle mensen eensklaps bloemen waren
zouden zij grote bloemen zijn met lange snorren.
Vermagerde vliegen, dode torren
zouden blijven haken in hun haren.
Tandenstokers, steelsgewijs ontsproten,
zouden zwellen tot gedraaide tafelpoten,
katoenen knoppen zouden openscheuren
tot pluchen harten die naar franje geuren,
en op de bergen zouden gipsen zuilen staan
die gipsen druiven huilen.

Op het water dreven bordkartonnen blaren,
de vlinders vielen uit elkaar tot losse vlerken
en van geur verdorden alle perken
als alle mensen eensklaps bloemen waren.
Leo Vroman (1915-2014)
uit: 262 Gedichten 




zondag 16 juni 2019


zondag
16
juni

Zomerregen

Vanmorgen regent het. Er is geen wind.

Het tikken van het droppen van de bomen,
Bijna geworden tot een ruisend stromen,
Vervult de kamer waar ik mij bevind.


Slechts ’t dunne glas der ramen dat mij scheidt

Van wat een zaligheid is in het leven:
De zomerregen die, als is het even,
De stem en ’t ritme heeft der eeuwigheid.


Willem van Hussem (1900-1974)



zaterdag 15 juni 2019


zaterdag
15
juni

zet het blauw
van de zee
tegen het
blauw van de
hemel veeg
er het wit
van een zeil
in en de 
wind steekt op

Willem van Hussem (1900-1974)



vrijdag 14 juni 2019


vrijdag
14
juni

wat je bezit
is op weg
naar anderen

Willem van Hussem (1900-1974)



donderdag 6 juni 2019



donderdag
6
juni

Het zangfietspad

Een fietspad waar je ongestoord kunt zingen
Niet bang zijn dat je nagekeken wordt
't Staat keurig aangegeven met een bord
Je hoeft je zanglust hier niet te bedwingen

Dat wil ik wel een keertje uitproberen
Voorzichtig neurie ik wat voor me uit
Waarna ik, opgaand in mijn stemgeluid
Al fietsend luidkeels zit te kwinkeleren

Dan klinkt een harmonie van mannenstemmen
Daar komt een stoet aan, minstens vier man breed
De borst vooruit, in stemmig zwart gekleed
Geschrokken knijp ik stevig in de remmen

Ik kom van rechts, maar laat ze toch maar voor
Je wint het als solist niet van een koor
Christiaan Abbing


zondag 2 juni 2019


zondag
2
juni

Dit ene vraag ik nog

Dit ene vraag ik nog: laat mij wat tijd

tussen de maning en het huur van halen,
opdat ’k beseffe: dit kleed werd te wijd;
en voele: hier kan ’k niet meer ademhalen.


Ik bid u, roep niet zonder waarschuwing

mijn naam. Er is werk, dat ik af moet maken.
Een valse plooi in ’t hart streek eer ik ging
ik graag nog glad. Er zijn nog andere zaken.


Een stem fluistert met onvermurwb’ren klank:

“hoevele jaren had ge om te leven
als een kind Gods betaamt? Is dit uw dank?
Maar het ogenblik is u nog gegeven.”



Henriette Roland Holst (1888-1976)