maandag 23 september 2019


maandag
23
september


Droom

In ’t midden van de nacht geraakte ik aan ’t dromen
en zag mijn Rosemond omtrent mijn bedde komen:
haar woorden waren zoet, zij was haar wreedheid moe,
haar oogjes wierpen mij veel lieve lonkjes toe.
’k Verstoute mijn gemoed en ik begon te klagen
de lange eeuwigheid van mijn bedroefde dagen,
mijn leven zonder vreugd, mijn eindeloze smart
en haar verstaalde ziel in een metalen hart.
Een zee van tranen stond in mijn gezwollen ogen,
uit mijn benauwde borst kwam zucht op zucht gevlogen.
Ik bad haar om genâ, om ’t einde van mijn nood
óf door haar wedermin, óf door een rasse dood.

Z’ ontsloot het schoon koraal, de zeilsteen van de kusjes,
de haven van mijn ziel, de speelhof van de lustjes,
haar lipjes gingen op, zij sprak mij aldus aan:
‘Vermoordt uw ogen niet en laat uw wenen staan.
Zij, die u heeft gekwetst, kan u weerom genezen;
zij, die is wreed geweest, kan u weer gunstig wezen;
zij, die uw hart bezit, maakt einde aan uw pijn
en geeft u ’t haar weerom, en wil de uwe zijn.’
O vriendelijk bedrog! O zoete dromerijen!
Helaas, hoe kort is het geluk van wie er vrijen,
want als ik met een kus haar lieve mond genaak
(ha, korte droom-geneugt!), voel ik dat ik ontwaak.


Ik heb nog lang daarna met aangename grepen
geveinsd te dromen, en mijn ogen toegenepen:
Maar, laas! de vaak verging, en ik bevond daarnaar

mijn vreugde vals te zijn en mijne droefheid waar.


Jacob Westerbaen (1599-1670)





zaterdag 21 september 2019

dinsdag 17 september 2019


dinsdag
17
september

Annie

Haar lichaam golfde in het bed
– de herten traden uit het woud
van berkenzon en beukengoud –
en in het deinen van haar schoot,
gevangen in het gouden net,
verging mijn lichaam in het wed
tusschen haar schouders en haar schoot.

in 't zachte golven van haar buik
verging de ziel en stroomde uit
in 't donker, wijnrood golvend dal,
en samen, hemel en heelal,
waren in snellen wisselval
wij beurt'lings golf en golvendal.

maar golf of dal of mast of boot -
onder het weemlend sproetengoud,
onder den wilden harenval
van beukenrood en berkengoud,
werden wij, hemel en heelal,
een voorgolf van den dood.


H. Marsman (1899-1940)



maandag 16 september 2019


maandag
16
september


Herfst is de tijd van vermoeden, niet van weten.
Van tasten, niet van grijpen. Van eerst met mijn duim
het waas wegvagen van een purperen pruim
en van voelen en van dàn pas eten.

Herfst is rustig doende, niet als zomer doende was,
met dat druk ondernemen, proclameren en oprichten
en met uitbreiden en met weer iets anders stichten.
Herfst vertraagt een ogenblik de pas.

Een krekel zit nog vol te houden in het gras.
en op de grintweg snort een laatste bij.
Wat vorig jaar nog komen moest, is nu voorbij.

Maar de geest is vrij.
Om te berekenen en te weerleggen en te ijken.
En om te rangschikken en te bevragen, te beschouwen en te kijken.


Herman De Coninck (1944-1997)



donderdag 12 september 2019


donderdag
12
september

Gott, Dich lob' ich - Ode aan Bach

Gott ist mein Leitmotiv! Johann Sebastian
Onovertroffen barokcomponist
Telt als de opperste harmonisatieman,
Tijdloos, al wordt dat nog wel eens betwist

Drie- tot tigstemmigheid. Hoe werkt zo’n hersenpan?!
Ingenieus was die Bach dus beslist
Contrapuntiek vormt zijn heiligegraalroman
Hierin bedacht hij wat God had gemist

Levendig swingend, hoor
Ook heel dramatisch vaak. Zonde toch –
Bach hoor je nu slechts by chance

Identiteitsarm door
Consumentismetrends, kent men nog
Hooguit De Toppers en dance

Puur vakwerk: Ollekebollekes, tezamen vormend een sonnet èn een acrostichon!

Manuel van Baarsen



woensdag 4 september 2019

donderdag
5
september

Op de wandeling

Wij traden saam langs een verlaten laan:
Geen wind bewoog de looverlooze twijgen,
Wij voelden vredes ijlen nevel stijgen
En wisten ons van ’t kleed der vrees ontdaan.

En vreemd: die zoo vaak met haar was gegaan,
Haar liefde kende en liefdes rijke zwijgen,
Mij was nog nooit haar smal gelaat zoo eigen
En nooit had ik zoo diep haar blik verstaan,

—’ Ik weet nog wel: er riep geen klein geluid,
Een roerloos waas had alles overtogen,
Alleen klonk van een vogel ’t ver gefluit…

Wij spraken niet: maar stil, gelukbewust
Zijn onze hoofden tot elkaar gebogen
En zacht en lang heb ik haar mond gekust.

J.G. Danser (1893-1920)






woensdag
4
september


Een land beginnen

Laat ik eens een land beginnen
zei een man op donderdag
en hij ging een winkel binnen
kocht een blauw-met-gele vlag
en met stokken en met touw
heeft hij toen (om een gebouw
om een schuur en om een plein
en een braakliggend terrein
met wat schapen en wat bokken)
om zijn land een grens getrokken
met die vlag van hem erbij
en hij zei: Zet in de krant
en op internet dat wij
– ik dus eigenlijk – een land
zijn begonnen, ook al weet
ik nog niet hoe dit land heet
maar dat ga ik gauw verzinnen
want mijn land kan nu beginnen
en ik zeg hoe alles moet
want ik ben de baas hier, goed?

Er was niemand die zei: Nee
maar al na een uur of twee
is er een agent gekomen
touw en vlag zijn weggenomen
want zijn land mocht niet bestaan.
Zonder vlag en zonder touw
is hij weer naar huis gegaan
en hij zei tegen zijn vrouw:
Nou, ik heb me niet verveeld.
Al die tijd de baas gespeeld!


Joke van Leeuwen (1952)
uit: Hee daar mijn twee voeten (2019)