zaterdag 26 oktober 2019


zaterdag
26
oktober


Kwartjesdag in Artis

I

Netjes naast mekanderlopen
Hiero in de dierentuin
Draag je pet niet zo besope
Kees, je kouse zitte schuin

II

Hier is effe! De kemeele
Met een bult uit de woestijn
Loop me niet zo te vervele
Vor me voete, stuk segrijn!

III

Ha!... de ape
Niet zo schreeuwe!
Blijf nou effe bij mekaar
Of ik gooi je voor de leeuwe
Snuit je koker en bedaar!

IV

Die daar met die blauwe billen
Met een broekie van ´t bestuur…
Asse jullie ijssies wille
Nou vooruit maar, van de huur!

Willem van Iependaal (1891/1970)




dinsdag 22 oktober 2019


maandag
21
oktober

Spreeuwen

Er wordt gebumperkleefd, gemiddelvingerd
wanneer de weg opeens wordt afgesneden
Gevloekt, geschreeuwd, gescholden, klem gereden
En append langs de middenstreep geslingerd

Terwijl het zonder vloeken, schelden, schreeuwen
Perfect gaat in een wolk van duizend spreeuwen
Otto van Gelder

maandag 21 oktober 2019


maandag
21
oktober
liever naar het malieveld dan aan de hanenbalk

denkt u er wel eens over
om uit het leven te stappen?
vroeg agrarisch coach
monique te kiefte in 2018
aan een aantal boeren


meer dan 10 mensen zeiden ja
zegt ze in een item van nieuwsuur
van november vorig jaar


echt zorgen maakte ze zich pas
wanneer een boer niks zei en zij zag
dat hij zich betrapt voelde


boeren zijn binnenvetters
die vragen niet makkelijk om hulp


verlies je je boerderij dan verlies je
niet alleen je eigen baan


je verliest de baan van je kind
grond waar je een band mee hebt


het is niet het failliet van een man
maar van een familie


je laat verloren gaan wat je ouders
en hun ouders hebben opgebouwd


daar zou ik ook voor met de trekker
naar den haag gaan


toen ik niet durfde te springen
heb ik de dominee gebeld


zegt een drentse varkensboer
in hetzelfde item


die is meteen gekomen
en heeft mij gezegd


haal dat touw alsjeblieft weg daar

Tsead Bruinja


Is het nieuwe gedicht van Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja inderdaad een gedicht? Het doet er alles aan om zo min mogelijk op poëzie te lijken, bijvoorbeeld door een verwijzing naar een heel concrete persoon in een heel concreet, met name genoemd tv-programma, of door een aantal clichés over boeren (dat ze binnenvetters zijn, dat ze mannen zijn).

Misluktegrappenmakers
Een van de sympathieke kanten van de huidige Dichter des Vaderlands is – vind ik – in ieder geval dat hij durft te zeggen waar het volgens hem op staat. Nodig je hem uit op de Fryske Dei, dan vertelt hij daar dat Zwarte Piet volgens hem niet bij het Fries thuishoort.Besluit hij een gedicht over de boeren te schrijven, dan blijkt het een gedicht vol medeleven te zijn. Zijn dichterschap is er niet voor slaapliedjes voor het vaderland.
Ik neem aan dat Bruinja in ongeveer dezelfde sociale kringen verkeert als ik en laten we zeggen dat de discussies bij het koffie-apparaat deze week niet overal dropen van de sympathie voor de boeren. Het was ook lastig om niet geïrriteerd te zijn: onbehouwen lui die naar de stad rijden in hun trekkers om daar een grote ravage aan te richten. Een clipje van een woedende boer die bijna een fietser aanreed tijdens zo’n actie ging rond op de sociale media als bewijs van de moordzucht, net als foto’s van een galg die een paar misluktegrappenmakers hadden neergezet.

Man
Ik heb deze week een paar keer meegemaakt dat jonge intellectuelen en doorgewinterde nieuwsconsumenten vol verontwaardiging spraken over het feit dat die boeren met hun tractoren files veroorzaakten.
(Ik zou zeggen: laten wij er een voorbeeld aan nemen. Bij WO in Actie wordt nog steeds gediscussieerd of het niet heel vervelend is voor de studenten als wij eens een dagje zouden staken. Kennelijk zijn we zo door en door fatsoenlijk dat een paar uur extra file al onacceptabel is. ).
Van het enige commentaar dat ik tot nu toe op het internet kon vinden over Bruinja’s gedicht, van Ton van ’t Hof, vermoed ik dat het kenmerkend zal zijn voor de respons op dit gedicht: het is “populair, oppervlakkig, eenzijdig, sentimenteel & zelfs enigszins demagogisch”. Nog veelzeggender is de laatste zin van het ultrakorte stukje: “Er ligt nog een waas van wit gif over zijn laarzen.”
Zijn, want ook voor Van ’t Hof is de boer een man.

Minimale middelen
Veel discussie van de afgelopen week is natuurlijk ingegeven door het feit dat wij, die geen boeren zijn, vinden dat die lui ongelijk hebben met hun protest tegen de stikstofmaatregelen. Ze produceren te veel stikstof en hun acties tegen de RIVM die de metingen heeft gedaan zijn volkomen onredelijk. Van de wetenschap blijf je af, richt je dan tot de politiek!
Het goede van Bruinja’s gedicht vind ik dat het daaraan voorbijgaat, dat het de redeloosheid van de boeren als radeloosheid wil zien. Beter een smakeloze symbolische galg voor een niet benoemde ander dan een echte voor jezelf.
Maar is het daarmee een gedicht? Vrijwel alles wat er in de tekst staat komt bijna woordelijk uit het item in Nieuwsuur. Het is er als het ware een samenvatting van. De dichter geeft een YouTube-registratie van dat item ook op zijn pagina met het gedicht. Dat item hoort dus ook echt bij het gedicht. Hij gebruikt daarbij minimale middelen om het tot een gedicht te maken: regelafbrekingen, geen hoofdletters en geen interpunctie.

Ellende
Maar misschien zijn dat de juiste middelen. De prozaïsche vorm bestaat al – het item in Nieuwsuur.
Bruinja had ook een column kunnen schrijven waarin hij nu dat items vorig jaar in herinnering bracht en een verband trok met de voor buitenstaanders zo onbegrijpelijke vernielzuchtige woede van de boeren. Maar sommige dingen had hij daar niet zo makkelijk kunnen doen: zijn eigen identificatie met die boeren vormgeven zoals hij dat nu doet bijvoorbeeld. Door het gebrek aan interpunctie lopen regels als “daar zou ik ook voor met de trekker / naar den haag gaan // toen ik niet durfde te springen / heb ik de dominee gebeld” in elkaar over, en valt de ene ik in ieder geval heel even samen met de andere.
Maar vooral heeft hij, simpel door zijn status van dichter (des vaderlands nog wel) te gebruiken en de tekst zo vorm te geven, haar even omhoog getild, van het verhaal van zomaar een agrarisch coach in zomaar een tv-programma tot iets waar wij het ook over kunnen hebben, en moeten hebben – het einde van het boerenbedrijf en de ellende die dat veroorzaakt. Het roept op tot empathie voor mensen die door het lint gaan voor een volkomen onredelijke zaak. Dat is iets wat de poëzie vermag.

(Marc van Oostendorp)

zaterdag 19 oktober 2019


zaterdag
19
oktober

Verhaal van een ooggetuige

Zowat driehonderd mannen zitten in een kring.
Het is ijskoud en ze zijn naakt.
Ze beschermen hun blote vrouwen en kinderen
tegen de scherpe zuidpoolwind.
Soms mag een oudere man de kring verlaten
om wat warmte op te doen tussen de vrouwen.
Vaak krijgt hij dan een stukje rauwe vis.
Daarna neemt hij opnieuw zijn plaats in,
want bij de mensen blijven mannen altijd mannen.

Er nadert een helikopter door zeehonden bemand.
Het zijn geleerden, technici en godsgezanten.
Ze maken films en droppen helgekleurde zakken
met voedsel. Er staan goede woorden op de zakken.

Op zeker ogenblik schoudert een zeehond zijn geweer
en hoewel hij weet dat op het doden van mensen
zware straffen staan,
gaande van 500 dollar tot een jaar hechtenis,
legt hij een rechtstaande man,
de mooiste van allen,
neer.


Paul Snoek (1933-1981)
uit: Gedrichten. Gedokumenteerde aktualiteitspoëzie en/of
alternatieve griezelgedichten (1971)



vrijdag 18 oktober 2019


vrijdag
18
oktober

Reis rond de wereld in vierenveertig dagen

Jouw reis rond de wereld in vierenveertig dagen:
Roemenië, Servië, Italië, Parijs, Luik, Edegem;
in Wilrijk, Antwerpen, een witte kist, het niets.

En dat terwijl tussen wieg en graf grosso modo
een langer leven past. Je groeit op, verdient het
om verliefd te worden op het strand van Barcelona,

het noorderlicht in Noorwegen te ontdekken,
je krijgt een kind, of twee, of drie, waarvoor
je zelf wiegeliedjes zingt – nadien pas Napels zien.

Niet dit. We wilden een kans om met jou te praten
over je twee namen, de geur van tientallen
steden in je bloed, over maan en roos en vis.

Niet dit: nog tandeloos en al verloren zoon van Europa,
met je onbekende paspoort en kapotte kompas,
met twee ouders hun adresloze gemis.

Maarten Inghels (1988)



zondag 13 oktober 2019


zondag
13
oktober

Heimwee naar moeders woordenschat

Ach moeder, ik weet zoveel woorden meer
en van de muze honderd lepe wetten
om ze verbluffend naast elkaar te zetten
tot schone larie over duister zeer.


Maar als ik op een avond bij ruig weer
de vangst bijeengaar uit mijn rijmennetten,
de troost schudt uit de kuil van mijn sonnetten,
vind ik mijn stem wel maar mijn hart niet meer.


Geleerde vrienden, die het kunnen weten,
hebben eens de armoe van uw mond verteld
maar geen heeft mij dan tot nog toe geteld


hoe gij met twintig silben mild gemeten
mij meer met wijsheid en geluk vervult
dan mijn orkesttaal zwoegend mij onthult.



Karel Jonckheere (1906-1993)



vrijdag 11 oktober 2019


vrijdag
11
oktober

De hardnekkige onkunde
Gij groote, wijze mannen,

Die, in uw schoone schriften,
De comma’s en de punctum’s,
De stippen en de streepen,
Zoo kunstig, weet te plaatsen;
o Groote, wijze mannen!
Al ben ik juist geen schrijver,
Toch weet ik, in een reden,
De comma’s en de punctum’s
De stippen en de streepen,
Zoo nu en dan, te plaatsen:
Wanneer ik, groote mannen,
In de armen van mijn meisje,
Op haren boezem, ruste,
Dan praat mijn lagchend meisje,
En zegt mij honderd dingen;
Mijn meisje kent geen comma’s,
Geen punctum’s, of geen stippen;
Maar ik zet, onder ’t praaten,
De comma’s en de stippen
Geduurig op heur wangen;
Dit doe ik met mijn lippen!
Maar, ’t plaatsen van een punctum
Schijn ik niet wel te weten;
Want, dikwijls is mijn meisje,
In ’t midden van een reden,
Dan druk ik reeds mijn lippen,
Op heur, nog sprekend, mondje –
En dit – dit is een punctum!
o Groote, wijze mannen!
Al is ‘t, dat ik de punctum’s
Wat al te schielijk plaatse –
Maakt mij toch nimmer wijzer.

Jacobus Bellamy (1757-1786)