maandag 7 september 2020

 

maandag

7

september


Macte Animo

Ik moet er niet van weten, van die zuidsche vrouwenzielen,
die, voelend het noodlottig leed hun longeren vernielen,
te midden het ontbladeren van de boomen kneuteren gaan
dat ’t jammer is van hen en van hun lief en van de blaân.

Zijt gij het die ik rochelen voel hier rond mijn hert, vernieling?
Zijt gij het, God verplette u, worm die mijner jeugd bezieling
verknagen moet! Het lijf wierp u mijn eigen roekloosheid,
doch, zier om zier, bestrijde ik u den geest, Noodlottigheid?

Gij die vandaag den hemel kuischt van vuiler dampen rotheid,
O licht, o warmte, o levenslust, bedanke u, vurige godheid!
– Mijn zonnig land... mijn verten... mijn jong leven... Kameraad,
nicht raisonniren... weer u scherp, en eind als een soldaat!


Albrecht Rodenbach (1856-1880




zaterdag 29 augustus 2020

 zaterdag

29

augustus

 

De ploeger

Ik vraag geen oogst; ik heb geen schuren,
ik sta in uwen dienst zonder bezit.
Maar ik ben rijk in dit:
dat ik den ploeg van uw woord mag besturen,
en dat gij mij hebt toegewezen
dit afgelegen land en deze
hoge landouwen, waar – als in het uur
der schafte bij de paarden van mijn wil
ik leun vermoeid en stil –
de zee mij zichtbaar is zover ik tuur.

Ik vraag maar een ding, kracht
te dulden dit besef, dat ik geboren ben
in ‘t najaar van een wereld
en daarin sterven moet.
Gij weet hoe, als de ritselende klacht
van die voorbije schoonheid mij omdwerelt,
weemoed mij talmen doet
tot ik welhaast voor u verloren ben.

Ik zal de halmen niet meer zien
noch binden ooit de volle schoven,
maar doe mij in den oogst geloven
waarvoor ik dien…

Opdat, nog in de laatste voor,
ik weten mag dat mij uw doel verkoor
te zijn een ernstig ploeger op de landen
van een te worden schoonheid; eenzaam tegen
der eigen liefde dalend avondrood –
die ziet beneden aan den sprong der wegen
de hoeve van zijn deemoed, en het branden
der zachte lamp van een gelaten dood.



A. Roland Holst (1888 – 1976)

Uit: Gedichten 1911-1976 (2004)



dinsdag 11 augustus 2020

 

dinsdag
11

augustus

 

Bedtime-boutade

Wanneer Professor slapen gaat rond den elven,
Is hij gewis en zeer ten rechte moe:
Den heelen dag in Plinius zitten delven,
En dan studenten – deksels – nog aan toe!

Hetzelfde geldt voor Celestijn van ’t hoekje,
Die druppeltjes verkoopen moest en dronk;

Voor doppers die rij-schoven met hun boekje,
En voor des pasters meid die ’t zilver blonk.

En verder voor de wroeters uit gewelven,
Barbieren, beelaars, clowns en Miss Turkij,
En dan ten slotte nog voor Hoogstdezelve,
Die heel den godschen dag moest koning-zijn.

Die allen gaan terecht vermoeid dus slapen,
(Toch niet zóó moe dat ’t hen niet slapen doet),
Bedanken God gelijk rechtschapen schapen,
En droomen (zoo ze droomen) droomen zoet.

Helaas – zooveel valt niet elkeen ten deele!
Er zijn er (‘manekijkers’ noemt men hen)
Waarvan de nacht niet sluit d’ontstoken scheelen,
Maar tranen afperst in een stompe pen.

Zij delven – dwazen – in hun ‘vrije’ uren
Naar een gewijd geheim dat duur zich wreekt,
Ontvangen gratis ’t oordeel van hun buren,
Terwijl hun eigen geest hun hart doorsteekt.

Geven hun geld, laten zich handicappen,
Riskeeren ’t àl, hebben bij vrouwen pech,
Geven hun haar en ziel, tellen geen klappen, –
Kortom: zijn duts èn held. En slapen slecht.



Johan Daisne (1912-1978)




vrijdag 31 juli 2020

vrijdag
31

juli

 

Letterfeest

Vanavond vieren ze hun eigen feestje
En komen kleurig uitgedost bijeen
Niet slechts in saai zwartblauw zoals voorheen:
De sjeu is trend bij menig letterbeestje

Gejoeld wordt er, geklonken en gedanst
De glazen worden alsmaar volgeschonken
De wulpse s begint voor tien te lonken
Warempel, zelfs de stijve u die sjanst!

Zijn vriend de q kijkt scheef, hij is eenkennig
Een polonaise zwiert naar de foyer
Gebroederlijk op kop gaan n en e
De vreemde x wil niks, voelt zich onwennig

Het gros is op het einde aangeschoten
Een lachbui overmant de zatte h
Ruig aan het klooien zijn de l en k
Alleen de m staat stevig op zijn poten

De zelfbewuste . krijgt eigenwaan
Verd . mt het v . . ralsn . g . m hier te staan



Inge Boulonois (1945)
uit: Vers gekruid (2020)




maandag 20 juli 2020


maandag
20
juli

Rotterdam
Hoe vreemd ligt deze stad nu open,
Hoe is zij wonderlijk en licht:
De huizenlooze straten loopen
Van niets naar niets – toch niet ontwricht.

De hemel straalt als nooit te voren
Op waar der eeuwen bouw verdween –
De zomer heeft geen glans verloren,
De zon schijnt zooals ze altijd scheen.

Men gaat in innerlijke afzondering,
Herdenken hoe het is geweest,
En vindt zichzelf tot zijn verwondring
Geschokt veel minder dan bedeesd.

Klaag niet. Steeds bloesemen de tuinen
Boven verganklijkheid en wee:
Een herder rust thans op de puinen
Van Babylon en Niniveh.

J.C. Bloem (1887-1966)


dinsdag 14 juli 2020


dinsdag
14
juli

Epikurisch feestgezang

Ruischende wanden, en schittrende zalen,
Bruisende bekers en ramlende schalen,
Blinkende toortsen in flonkrend kristal,
Klinkende kelken en jubelgeschal!
Schaatrende buien van lachen en zingen,
Klaatrende stroomen en kurken aan ’t springen;
Spreien van dons voor het uitgerekt lijf,
Reien van vrinden in ’t zalig verblijf!

Blazende wangen en smakkende lippen,
Azende blikken op aadlijke snippen,
Gouden fazanten en druipende kluif,
Oude, gemerkte, gezegende druif!
Heilige schotels van bruine pasteien,
Veilige feestdisch en gladde geleien,
Geuren en fleuren van ’t blinkend festijn,
Keuren van spijzen en kleuren van wijn!

Dappren, valt aan op uw puik-koteletten!
Wappren, als vaandels, de blanken servetten,
Spoedig met bloed van de druiven bemorst,
Moedig vergoten uit weeldrige dorst!
Helden, valt aan op uw walmenden feestdisch!
Melden de resten hoe goed bier de geest is!
Harten en magen, organen en geest,
Tarten tot morgen de drukte van ’t feest!

Vloeie nu ’t feestlied uit kokende longen!
Gloeie de Pudding in vurige tongen!
Krake de Noga en zinke tot puin,
Smake dat gruizel van eetbaar arduin!....
Ruikers en kransen en versche festoenen,
Suikers, vaniljes, oranjen, citroenen,
Adem van frischheid, verkwik ons gemoed,
Wadem een koeltjen in ’t ziedende bloed!

Rompen van taarten en marmeren klippen;
Klompen van ijzen versmelt op de lippen!
Gloeiende dronken aan vriendschap en min,
Vloeiende verzen vol boeienden zin!
Vonklende kelken en ruischende snaren,
Kronklende wolken van fijne sigaren!
Volop van weelde, van lust en genot....
Dolkop, bedenk u een zaliger lot!

Dampende kruien van ’t weelderig Oosten,
Stampende voeten bij hartlijke toasten!
Buien van geestdrift doorgieren de zaal,
Uien doorkruien het prachtige maal!
Eere dan, wie bij de feestbokaal rusten,
Eere wie ’t langste den bekerrand kusten,
Eere, wie ’t keurigst en fijnst heeft gesmuld;
Eere, wie ’t kundigst zijn maag heeft gevuld.
P.A. de Génestet (1829-1861)
uit: Eerste gedichten (1852)




zondag 12 juli 2020


zondag
12
juli
Joris
Ik heb vanavond, met de poes op schoot,
de onrust uit het beestje weggestreken,
waarbij de goedzak mij heeft aangekeken
met ogen zo onpeilbaar diep en groot,
dat het mij één moment heeft toegeleken
als was hij eeuwen lang al deelgenoot
van het geheim van leven en van dood
en nu dan op het punt stond om te spreken.

Een aandrang, waar hij niet voor is bezweken,
omdat hij langzaamaan de ogen sloot
en nog een lome haal gaf met zijn poot
als halve aai en onzachtzinnig teken
dat men hem ooit nadrukkelijk verbood
het zwijgen rond die zaken te verbreken.

Driek van Wissen (1943-2010)











Wanneer hij niet ging stappen in de stad
En thuis tot wat bezinning was genegen
Heb ik vaak uren op zijn schoot gelegen,
Het onbetwiste voorrecht van de kat

Hij streelde als in trance de onrust glad
En vroeg dan soms, het ogenblik ontstegen:
Wat kom je na je laatste adem tegen?
Alsof ik dit soort voorkennis bezat

Toch jammer dat hij niet besefte dat
Je niemand tot een uitspraak kunt bewegen
Die enkel stilte heeft als woordenschat

Maar nu hij zelf al tien jaar heeft gezwegen
Denk ik dat hij op vragen die hij had
Inmiddels wel een antwoord heeft gekregen


Ton Peters schreef bovenstaand sonnet als antwoord op Drieks gedicht 'Joris'.
Vandaag, precies 77 jaar geleden, werd Driek van Wissen in Groningen geboren
Helaas kon de Driekdag dit jaar door corona geen doorgang vinden.

Ton Peters