dinsdag 9 februari 2021

 

dinsdag

9

februari

Die nimmer zot wil zien, moet deur en vensters sluiten,

Koom’ nimmer uit zyn huis en hou’ er andren buiten;

Maar opdat hem zyn wensch onfeilbaar moog’ gelukken

Sla hy de spiegels door zyn gansche huis aan stukken.

 

Pieter Boddaert (1694-1760)




zondag 7 februari 2021

 

zondag

7

februari

Wij sterven en ons land sterft om ons henen…

Niets bleef dan regen, dorre bladen, dode stenen;

De wind rukt aan de bladen en de bomen

Kilte en mist, ons eigen eenzaam wenen.

 

Erich Wichmann (1890-1929)




zaterdag 6 februari 2021

 

zaterdag

6

februari

Leven en dood

 

Leven: een duizelig bevangt de lijven.

Het lentefeest rumoert met dans en schal.

Dood: op de heuvelen alleen te blijven,

Terwijl de herders keerden naar het dal.

 

 

J.C.Bloem (1887-1966)




maandag 1 februari 2021

 

maandag

1

februari

 

Trots op Nederland?

Dat ooit voor mij als vaderlandse zoon
Het leven in dit land een aanvang nam
Is iets wat mij toevallig overkwam,
Maar waar ik mij wel dankbaar voor betoon.

Maar dat ik mij nou op de borstkas ram
Uit trots omdat ik hier nog altijd woon
Is net zo vreemd voor mij als autochtoon
Als dat een appel trots is op zijn stam.

Met wat ik doe ben ik soms best tevreden,
Dan breng je immers zelf iets moois tot stand,
Maar wat mijn landgenoten doen of deden
Is voor voldoening voor mijzelf geen reden.

En trots op eigen volk en vaderland
Is vaak de vonk voor weer een wereldbrand.



Driek van Wissen (1943-2010)





woensdag 27 januari 2021

 

woensdag

27

januari

 

Geduld

 

Als die venijnige
ijzerenheinige 
virusjes die je niet ziet 

als die rondhoppende
in de war schoppende
piepkleine stukjes verdriet 

weg zullen kwijnen 
en daarna verdwijnen 
dat nergens nog één overschiet

dan zal ik je kussen
maar ja, ondertussen
doe ik dat maar niet.

 

Joke van Leeuwen




maandag 18 januari 2021

 

maandag

18

januari

 

Volle maan

’k Ontvlucht de stad
’k Zoek het pad
’k Zoek de buitenwegen
’k Zoek de maan
’k Zoek mijzelf
Wellicht kom ik mij tegen.

Daar bij de heg, daar is de weg
Daar staat het hooi op hoopen
Daar ga ik samen met mijn ziel
Onder de maanzon loopen.
Is dat een huis?
’t Was een huis
Nu is het een karbonkel,
Is dat een schuur?
Het was een schuur
Het is nu licht en donker,
Is dat soms hooi?
Hooi was het in de morgen
Nu speurt de aarde
Levend goud
In ’t hooi is opgeborgen.
Is dat daar water?
Het was water eens
Nu is het paerlemoer.
Is dat een schuit?
Het was een schuit
Nu steekt een donkere vogel
Ten halve het water uit.
Is dat mijn hand?
Het wàs mijn hand
’t Is nu een vreemde
Witte plant.



Theo van Doesburg/I.K. Bonset (1883-1931)




zaterdag 16 januari 2021

 

zaterdag

16

januari

 

De Kerkhofganger


Wat ritselt op de Achterweg
De Dalmse Steeg voorbij
Er glipt een schaduw langs de heg
Onder de bomenrij
De wind kreunt in de oude eiken
Hij kan geen hand voor ogen kijken
Maar de maan breekt door het wolkendek
En hij klimt over de muur, de gek

Het kerkhof, het kerkhof
Het kerkhof bij nacht
Het kerkhof, het kerkhof
Het kerkhof bij nacht

Bij een vers gedolven graf
Werpt hij zijn mantel af
Hij stoort een dode in haar rust
Want zie, hij bukt en bukt en kust
Bij de maan haar schaarse licht
Kust hij haar marmerbleek gezicht
Dan scheurt hij zijn hemd van 't lijf
Bespringt de dode, koud en stijf

Het kerkhof, het kerkhof
Het kerkhof bij nacht
Het kerkhof, het kerkhof
Het kerkhof bij nacht

Hij rukt de kleding van de vrouw
Huiverend van genot en kou
Levende vrouwen zijn hem te heet
Te willig met hun lucht van zweet
Bij het kreunen van de eiken
Schendt hij nog een drietal lijken
Daar krast de raaf, daar roept de uil
Hij opent nog een verse kuil

Het kerkhof, het kerkhof
Het kerkhof bij nacht
Het kerkhof, het kerkhof
Het kerkhof bij nacht

Van vrouwenlijken met lang haar
Breekt hij de benen van elkaar
We zien een dode, half vergaan
Maar daar trekt hij zich niets van aan
Haar borsten zijn al weg aan 't rotten
Zacht haar schedel, broos haar botten
Eindelijk komt hij hijend af
En kruipt bevredigd uit het graf

Het kerkhof, het kerkhof
Het kerkhof bij nacht
Het kerkhof, het kerkhof
Het kerkhof bij nacht

Voor hij huiswaarts zal gaan keren
Klopt hij de maden uit zijn kleren
En na het horen van dit lied
Is een pedofiel zo erg nog niet



     Hans Dorrestijn