maandag 7 juni 2021

 

maandag

9

juni

Vondel in dubio

 

Zal ik gaan kiezen voor schrijven of dichten?

Doorgaans kan men mij van rijmen betichten

Met als bedoeling verlichten en stichten

Waar zal ik nou toch eens verder mee gaan?

 

Zal ik gaan kiezen voor dichten of schrijven?

Verzen of drama's in vele bedrijven

Alles moet ook nog gebeuren na vijven

Als ik mijn winkeldeur dicht heb gedaan

 

Zal ik gaan kiezen voor schrijven of dichten?

Zal ik nu steeds aan het twijfelen blijven?

Waar kan ik mij toch het best op gaan richten?

Zal ik gaan kiezen voor dichten of schrijven?

Laat maar, ik kies voor het retail-bestaan

 

Jaap Bakker



vrijdag 4 juni 2021

 

vrijdag

4

juni

 

Egoïsmus

Geef een meisje bruine lokken,
Lippen, nimmer moê of bang
Om te kussen en te jokken*
Heel het lieve leven lang;
Rozenblosjes, sneeuwen handen,
Hemelsche oogen, elpen* tanden,
Ranke leest en vluggen voet;
Armpjes, om er in te vliegen,
Of een kindjen op te wiegen,
En een blij gestemd gemoed.

Lieve Hemel, hoor mijn beden,
Geef haar zachtheid, stille trouw,
En die duizend kleinigheden,
Die zoo lief staan in een vrouw.
Kleine zonden, teedre nukken,
Die een gloeiend hart verrukken,
Liefdes dartle poëzij;
Geef haar wat zich de engel denken
En uw rijkste gunst kan schenken,
En dan — Hemel, geef haar mij!




P.A. de Génestet (1829-1861)



donderdag 3 juni 2021

 

donderdag

3

juni

 

Juni

Ik geef je in juni een moerasgebied
met aasraven en reigers, en een grote
zompige watervlakte zonder boten,
en middenin een eiland tussen ’t riet,

waarop een zwavelbron de grond uitschiet
en zich dampend vertakt in duizend sloten
en borrelend met slijk en slib doorschoten
haar stinkend water over ’t land uitgiet.

En doorns en lijsterbessen overal
met liesgras, mispel, braamstruik en kornoelje,
en op de wegen, modderig en smal,

lieden met kropgezwellen, smerig schoelje,
die je met schor geschreeuw de pleuris wensen
tot ergernis van God en van de mensen.




Cenne da la Chittara (?-1336)

woensdag 2 juni 2021

 

woensdag

2

juni

 

Juni

Voor juni bied ik je een heuvel aan
beschaduwd door bosschages en struwelen
met dertig landhuizen en twaalf kastelen
die alle om een kleine stad heen staan,

en middenin een bron waaruit spontaan
honderden waterloopjes zich verdelen,
die dartelend door groene gaarden spelen
en over ’t gras van frisse weitjes gaan.

En dadel, sinaasappel en limoen,
perzik en pruim, die sappig aan de daken
hangen van pergola en paviljoen,

en mensen die zózeer van liefde blaken
en zich zó inspannen om wel te doen
dat ze iedereen blij en gelukkig maken.




Folgóre da San Gimignano (1270-1322)


 

zaterdag 22 mei 2021

 

zaterdag

22

mei

 

Dorst!

 

Heerlijk, de zon schijnt weer
Snel dit terrasje op!
Eventjes zitten
Wat fijn is het hier

Ik heb een chronische
Dehydratatieangst
‘Ober, doe mij maar een
Pilsje of vier’

 

Adjudant B

 

Nat!

 

Wat een onstuimigheid
Waardeloos lenteweer
Regen en windhozen
Kou op de borst

Níks geen terrassen en
Antidepressiezon
Hoog die verwarming
En zuurkool met worst

 

Ben Hoogland

vrijdag 21 mei 2021

 

vrijdag

21

mei

De moerbeiboom

De moerbeiboom is niet als andre boomen,
Die vroeg ontluiken in het lentelicht.
Als overal knoppen en bloesems komen,
Blijven alleen zijn takken stil en dicht.

Het is of hij de milde zon niet voelt,
En niet hoe lenteregen hem bespoelt.
Hij lijkt te stroef, te eenzaam om te bloeien.
En toch zwelt teeder leven in dien stam.
Daar komen langzaam stugge blaren van,
Waaronder langzaam donkre vruchten groeien.




Jo Landheer (1900-1986)
uit: 
Donkere vruchten (1937)




dinsdag 11 mei 2021

 

dinsdag

11

mei

Het baanwachtershuisje

Het kleine huis, dat aan de spoorbaan staat,
Waarlangs de koorts van ’t reizen komt gevlogen,
— De bonte wasch hangt aan de lijn te drogen —
Wie weet, hoe zacht daarbinnen ’t leven gaat?

En deze jonge moeder met het kind —
Haar droomen drijven op haar zuivre zinnen
Naar de verliefdheid van het eerst beminnen
Bij de oude omhelzing van den zomerwind.

Maar zelfs al was dit onuitzegbre mijn,
Nog zou het diepst verlangen niet verdwijnen
Om na dit derven en dit lange schijnen
Eindlijk te zíjn.




J.C. Bloem (1887-1966)