maandag 11 oktober 2021

 

maandag

11

oktober

October

 

Als ge in October goede raad aanvaardt:

Uw bivak in de bergen opgeslagen!

 Vul met het fruit, dat men daar plukt, uw magen, 

Pannen vol eikels staan bijeengeschaard.  

 

Water klaar als kristal, het drinken waard, 

Moge u verkwikken, makkers, en behagen; 

En ga op de bergpassen de aasgier jagen,

 Als die tenminste uw strot en ogen spaart!  

 

De lucht is in de bergen ijl en fijn 

En doet alleen voor die van Pisa onder, 

Ook is 't verschil met de Riviera klein.  

 

Doe dus wat ik u zeg en geen gedonder; 

IJskoude kip zal 't voor de maaltijd zijn, 

Om warm te worden is er niets gezonder!

 

Cenne da la Chittara (?-1336)

zaterdag 9 oktober 2021

 

zaterdag

9

oktober

Woorden

Ik wantrouw het woord, een mensch, dat praat,
Het weet van alles het hoe en waarom;
Daar is op aarde geen heiligdom,
Waar niet het woord naar binnen gaat.

En dit heet ‘huis’ en dat heet ‘hond’
En dit heet ‘God’ en dat ‘gebed’,
En noemt men iets, dan weet men het,
En nergens is meer heilige grond.

Der menschen woord raakt alles aan.
— En dan verstomt der dingen lied, —
Hun tuin grenst vlak aan Gods gebied ....
Ik waarschuw: blijf van verre staan,

En nader niet met een naam, met een woord,
De juiste term, de gave zin,
Het doode lichaam ligt er in
Der dingen, die men heeft vermoord.




Jacqueline van der Waals (1868-1922)
uit: Iris (1918)

vrijdag 24 september 2021

 

vrijdag

24

september

 

JANTJE

Jantje zag eens pruimen hangen
Favoriete fruit van Jan
Maar toen hij er een wou plukken
Keef zijn vader: Niks ervan!

Krijg de tering, vloekte Jantje
Rot toch op, jij idioot
Denk maar niet dat ik gehoorzaam
Stik de moord en val maar dood!

Ja, hij pakte snel een ladder
Klom tot in de hoogste tak
En viel gillend naar beneden
Waar hij alle wervels brak!

Kinderen, bemin je ouders
Toon je vader diep respect
Voor de Heer telt deze regel:
Wie niet braaf is, wordt genekt!



Frits Criens



dinsdag 21 september 2021

 

dinsdag

21

september

Als gij mij leest, dan moet gij mededichten

Als gij mij leest, dan moet gij mededichten,
En algeheel in mijn gedicht opgaan,
Het moet gelijken op een zelf-verrichten,
Alsof niet ik, maar gij het hadt gedaan.

Gij zult tevreden zijn, en ziet het aan,
En blijdschap zal uw dichtend oog verlichten; —
Het is een kleinigheid, een vers te dichten,
Al lezende, is het in u ontstaan.

Ik las het echter, vóór gij hadt gelezen, —
Dit is het onderscheid van u tot mij.

En niettemin deed ik geheel als gij,
Want wat gij lezen mocht uit mij, — vóór dezen,
Stond het geschreven, lichtend, rei aan rei,
Door de natuur, in tekens onvolprezen.



A. van Collem (1858-1933)



maandag 6 september 2021

 

maandag

6

september

 

Μίκης Θεοδωράκης


Was hij een Sisyphus?

Onvermoeid voorvechter

Grote vernieuwer der

Griekse muziek

 

Zingende banneling

Vaderlandslievende

Parlementariër

Zorba de Griek

 

 

Ben Hoogland


vrijdag 3 september 2021

 

vrijdag

3

september

 

September

En in september geef ik je alle dagen
buikriemen, knopen, naald en draad en spelden,
en vleermuizen en valken, maar dan wel de
loodzware kruisboog op je schouders dragen,

en ’s nachts op ransuilen en oehoes jagen
van hier tot Montpellier in bos en velden,
en wollen wanten om je te doen gelden
en beurzen om je liefste te behagen.

En kopen en verkopen van en aan
straatsjacheraars die je onderweg bezoekt,
en heel de maand lang blij door ’t leven gaan.

En schreeuwen als je in Siena bent: “Vervloekt
de Salimbeni’s, die de deugd van ’t geven
volledig uit de stad hebben verdreven!”




Cenne da la Chittara (?-1336)

donderdag 2 september 2021

 

donderdag

2

september

 

September

En in september zal ik je behagen
met buizerd, havik, sperwer en smerlijn,
slechtvalken op de hand en aan de lijn,
en brakken die het bange wild opjagen;

kruisbogen die de lucht met verre vlagen
van pijlen vullen, en het jachtdomein
vol grage vogels die geoefend zijn
om rap de wildprooi naar je toe te dragen.

En een gezelschap waarin men elkander
rijk en royaal laat delen in de buit
zonder dat de een afgunstig is op de ander;

en als je ergens op een vreemde stuit,
hetzij een vriend hetzij een tegenstander,
ban dan in godsnaam elke schraapzucht uit!




Folgóre da San Gimignano (1270-1322)