dinsdag 28 maart 2023

 

dinsdag

28

Maart

Finis

Wat ziet gij, liefste, mij aan?
Nóg kan ik donker vervaren
om het kwaad der donkere jaren
dat, donker, ik u heb aangedaan.
Wat ziet gij, liefste, mij aan?
Geen sterveling weet wat zij waren
dan gij, die dit donkere, zware
door liefde teniet hebt gedaan.



Ida Gerhardt (1905-1997)



maandag 13 maart 2023

 

Maandag

 

13

Maart

 

Stemadvies

Niet slechts de dieren hebben veel te duchten,
Ook de bananen sterven weldra uit.
Dus richt ik de Partij op van het Fruit
Die opkomt voor de rechten van de vruchten.

Stem woensdag dus lijst honderd, stem op Driek!
Dan komt er een bananenrepubliek.



Driek van Wissen (1943-2010)



zondag 12 maart 2023

 

Zaterdag


11

Maart

Droom

Ik droomde moe: ik was zo stil als oud,
ik wist alleen: nooit zal ik alles weten,
mijn handen waren van verwachting koud.

Toen trad zij binnen die 'k niet kan vergeten,
zij lachte en haar lach was mij vertrouwd,
zij heette zoals zij alleen kan heten.

Ik riep haar, nam haar slanke bruine hand,
oud was ik zeer, zij was zo jong gebleven
als mijn herinnering, en op de rand

en op de ijle rand van dood en leven
liep ik opnieuw met haar, als eens aan 't strand
waarvan ik door haar sterven was verdreven.


Max Nord (1916-2008)



donderdag 9 maart 2023

 

donderdag

9

Maart

Een psalm voor dit heelal

Systeem! Hoe graag met U alleen
verklein ik in mijn droom Uw blote
heelal tot knuffelbare grootte
en koester U door mij heen!

Hoe dolgraag schurkt mijn oude huid
flink langs Uw Tijdeloos Begin,
zaait er mijn dood verleden in
en zuigt er mijn toekomst uit!

Maar ach, ik zit hier met mijn wit
vel vol beeld- en tegenspraak
en weet niet wat het scheelt:

eerst stond hier niets, en nu weer dit,
ik weet het niet en schrijf maar raak
en toch is dit Uw Beeld

Gij doet mij schrijven want ik maak
per ongeluk Uw beeld

Gij schrijft mij nooit, ik schrijf te vaak
en heb U weer verveeld.



Leo Vroman (1915-2014)



woensdag 1 maart 2023

 

woensdag

1

Maart

 

Aan Klitia

’t Geele keursje dringt wellustig
’t Zwoegend borstalbast omhoog,
En verrukt de tedere oogen,
Maar weêrhoud het vurig oog.
’k Wensch dat keursje vaak ontregen:
’k Wensch het, lieve Klitia!
Van uw middel los te scheuren,
Hoe bekoorlyk ’t u ook sta!
Waarom poogt gy toch den boezem,
Dien ’t genot ten offer wacht,
Hoogstwreedaartig op te tooijen
Met een diep gevloekte pracht?
Zoud gy 's zomers hem bedekken
Voor den fellen brand der zon,
Die het rozenrood verbleeken,
’t Lelywit verzengen kon?
Zoud gy ’s winters hem verbergen
Voor het snerpen van de koû,
Die het zyden vel verrimplen,
’t Sneeuwwit wasch versteenen zou?
Billyk, dat uw zorg hun woede
Zo veel schoons onttrokken heeft,
Maar zoud ge aan de min ’t onthouden,
Die ’t een’ nieuwen luister geeft?
Dek het voor den strengen jaarkeer,
Die licht roekloos eens het schond,
Maar ontbloot den open boezem
Voor de blikken van myne oogen
en de kusschen van myn’ mond.




Hendrik Tollens (1780-1856)
uit: Proeve van minnezangen en idyllen (1805)



zaterdag 25 februari 2023

 

zaterdag

25

Februari

 

O mensch, wil merken: de tijd heeft vlerken

Ziehier, geliefde jeugd, de trap van ‘s menschen leven:
De kindscheid huppelt voort langs paden van geneugt,
De jongelingschap komt aan, en wil naar vreugde streven,
Echter, onervaren, wijkt zij vaak van ’t pad der deugd.

Nu daagt de manbaarheid; ziedaar de denkkrachtjaren;
De mensch stapt langzaam voort; ‘t verstand verslapt, verdwijnt,
thans is ’t der grijsheids beurt met haar zilvren haren;
Het brein neemt langzaam af, als het leven ook verkwijnt.

O knaapjes wilt gij eens (doe ’t jarenwigt u bukken),
Op uw vervlogen jeugd nog lagchend nederzien,
Wilt dan, in vreugd en wee, de baan der deugd steeds drukken,
Zij is het, die op aard’ reeds hemelvreugd kan bieden.







Memento mori

Wat is van onze jeugd en van het ganse leven?
Het is, gelijk een stroom, in haasten weggedreven.
Het is gelijk een boom, die neder is geveld,
Het is gelijk een droom, die kranke zinnen kwelt.

Het enig, dat de ziel in dit geval verblijdt,
Dat is een zoet gepeins van welbestede tijd.

Er blijft niets aan den mensch, dan droeve nagedachten
Het eenig’ dat de ziel in dit geval verblijdt
is een herinnering aan welbesteden tijd.

Al wat het wakker oog, beschouwt aan alle zijden,
Dat wijst de mensch aan, wat eenmaal staat te lijden.
God laat ons elken dag, als in het kleine zien,
Wat eens ter zijner tyd de wereld zal geschien!

Vol onschuld en vermaak, o knaapje! is uw leven,
het bloempje lacht u aan en bloeit voor uwe schreën:
Smaak vrolijk dat genot, weldra zal ’t u begeven,
Uw lagchend tijdperk vliegt als morgendamp daar heen.

Streef, rappe jongeling! de loopbaan vrolijk tegen,
Waar nutte werkzaamheid, eer en geluk u wacht;
Zet nimmer uwen voet op doodelijke wegen,
Maar wijdt aan ’t goede en schoon steeds al uw levenskracht.

Zoo stapt de man vol moeds de baan der eere biinnen,
Werkt voor de maatschappij, voor gade en teeder kroost;
Zijn vreugd ligt in het heil der dierbren, die hem minnen,
Wier liefde onder ’t leed der aarde hem vertroost.

De grijsaard nadert aan het graf der voorgeslachten,
Ras is zijn vreugd voorbij, en al zijn leed geleën;
Het reeds geopend graf schijnt minzaam hem te wachten,
Daar komt de dood en wekt – reeds is de sterfling heen.

vrijdag 24 februari 2023

 

vrijdag

24

Februari

Inzicht

Het gras is groen, de rozen kaal
mijn uitzicht is maar minimaal
en ook mijn uitzicht in het leven
is met de grond gelijk gebleven

Eens stond ik op de Belvédère
het geluk schitterde van verre
maar daarna kreeg ik ongeluk
mijn huwelijk liep volkomen stuk

Nu wandel ik in Judy’s tuinen
het oude leed wat op te ruimen
het gras is groen, de rozen kaal
mijn uitzicht is maar minimaal

 

Kees Winkler (1927-2004)