donderdag 26 december 2013


Donderdag

26

December

ZESTIEN MILJOEN VLAMMETJES 't Is vier dagen voor Kerstmis, dit is de kortste dag. Als het straks buiten donker wordt begint de langste nacht. En als we nu niet gauw iets doen, dan houdt die nacht nooit op. Dan blijft het donker buiten. En ook in onze kop. Dit is het oude Joelfeest. Jaag nu het duister weg! Ik heb gelezen hoe dat moet, dus doe wat ik je zeg: steek allemaal een kaarsje aan, dat is vannacht verplicht. Zo vragen wij tezamen om de terugkeer van het licht. Dat deed de oermens vroeger al, met vuurtjes groot en klein. Dat deden ook d'Egyptenaar, de Griek en de Romein. Dat deden de fossielen, dat deden de Germanen, dat deden alle cowboys en ook de Indianen. Dat deden Batavieren en de Kaninefaten, en ook de dinosaurussen toen die nog konden praten. Ook zij staken een kaarsje aan en zongen dan een lied. Het ging niet over Jezus, die had je toen nog niet. Ook zij staken een kaarsje aan en gingen zitten dromen over de terugkeer van het licht, over een nieuwe zomer. Zo vierden zij het feest van Joel, joegen het duister weg. 't Is al die eeuwen goed gegaan, dus doe wat ik je zeg. Zo moeten wij het ook doen, met z'n allen deze nacht. Het moet vooral tezamen - daarin ligt onze kracht. Kom je uit Joegoslavië, uit Goes of Enschede, of ver weg uit Somalië, doe hier vooral aan mee. Kom je uit Suriname, Aruba, Curaçao, of kom je van Bonaire, pak nu een kaarsje - gauw! En kom je uit het oosten en ben je Islamiet, het geeft niet waar je in gelooft. Dat hindert nu eens niet. Dus kom je uit Marokko, of van Paleis Soestdijk, dit klusje doen we samen, ja, allen tegelijk. Dit is het oude Joelfeest. Jaag nu het duister weg! Ik heb gelezen hoe dat moet, dus doe wat ik je zeg. We steken nu de kaarsjes aan. Het is een prachtgezicht, die zestien miljoen vlammetjes. Dat heet midwinterlicht. Die zestien miljoen vlammetjes - daarin schuilt onze kracht. Het moet vooral tezamen. Want anders blijft het nacht.
Sjoerd Kuyper

zondag 22 december 2013

Zondag

22

December






KERSTINKOPEN

Kerstinkopen, Kerstinkopen
honderdduizend rondjes lopen
mama heeft 'n lange lijst
waar ze steeds bezorgd op wijst



'Rauwe ham en eendenborst
wilde rijst en Spaanse worst
Danish Blue en Camembert
voor de kaasplank na 't dessert
biogarde, zure room
hé Milan, doe niet zo sloom
race je even naar 't snoep
haal ik de aspergesoep'



Kerstinkopen, Kerstinkopen
achter mama's wagen lopen
't is een hele lange lijst
waar ze zo bezorgd op wijst



'Broccoli en aubergines
champignons en nectarines
rode besjes, mandarijnen
kerstomaten, van die kleine
peultjes, bieslook, pijnboompitten
hé, waar zou Milan toch zitten?
artisjokken, goudreinetten
kijk 'ns mooie Kerstservetten'



Kerstinkopen, Kerstinkopen
ik ben lekker weggeslopen
door de snoep- en koekjespaden
richting strips en autobladen



'Cashewnoten, kaviaar
geen jenever maar dit jaar
rode/witte wijn, cognac
niet vergeten; pijptabak
cola, jus d'orange, cacao
hé Milan, waar blijf je nou?
mosterd, mayo, sesamolie
nacho's, pinda's, huishoudfolie'



Kerstinkopen, Kerstinkopen
bijna klaar mam? 'k mag het hopen
'k heb 't hier nu wel gehad
Kerstinkopen? lang duurt dat



'Bitterkoekjes, bokkenpootjes
stokbrood, toastjes, worstenbroodjes
Kerstkransjes; gevarieerd
chocopasta die goed smeert
drie croissants voor 't ontbijt
hé Milan is weer 'ns kwijt
'k hoop maar dat ie buiten wacht
en nog aan de snoepjes dacht'



Kerstinkopen, Kerstinkopen
'k ben maar vast naar huis gelopen
'k paste er toch niet meer bij
Kerstinkopen? Niks voor mij

Cato Fluitsma 

donderdag 19 december 2013

Kijk nog maar een keer goed naar het plaatje hierboven, want in werkelijkheid zul je deze prachtige "kreet" van C.S.S.Crone niet meer tegenkomen.
Het huis viel deze week ten offer aan de sloophamer bij de grote renovatiewerkzaamheden rond |Utrecht CS.
Donderdag

19

December

Euthanasia 

In dat geweldige uur, waarin het vege leven
Nog eenmaal - maar hoe zwak - de broze wieken rept,
Wanneer de hoop, nabij de grenzen van haar streven,
Als een gebarsten klok haar laatste slagen klept,

Verlatene dan de ziel haar vleselijke woning,
Die weldra achterblijft, een dienaar zonder heer,
Gelijk de zatte bij, die, zwaar van de' aardsen honing,
Wegvliegt van 't geurge veld door gouden schemersfeer.

Dan geve God zijn rust aan de vermoeide voeten,
Vermoeid van 't zwerven langs der wereld heerlijkheid,
Gezweept door 't dagelijks verlaten en ontmoeten,
Maar nimmer naar een vast en veilig doel geleid.

Rust aan de handen, die zo dikwijls smekend trachtten
De vreugd te grijpen bij haar langswaaienden zoom,
Maar van een koenen greep geweerd door die gedachten:
Dat de vervulling steeds het einde is van een droom.

En rust aan de ogen, die, verblind van 't stof der straten,
Van tranen om het leed der eenzaamheid gedoofd,
Toch nimmer leerden om, ontgoocheld en gelaten,
Het leven te zien gaan voorbij het lustloos hoofd.

En boevenal aan 't hart, dat overal wou wonen,
En nergens wonen kon, daar steeds het elders riep,
Een rust als van wie droomt, gewiegd op verre tonen,
En niets meer voelt dan een bekoring, koel en diep.

Rust, rust en vroom ontzag bij 't grootste der geheimen:
Een mens, om wien nu luwt het wereldse gedruis,
Zoals na lentedag de woeste stormen zwijmen,
En 't hoorbaar stiller wordt rondom het donker huis.

Dat dan één zekerheid hem stervenskracht verlene:
Verzadigd heen te gaan van 's levens koningsmaal,
Opdat hij 't hoofd niet kere en tegen 't kussen wene
Bij 't wrange denken aan den eersten morgenstraal.


J.C.Bloem (uit Het Verlangen)




zondag 15 december 2013

Zondag
15
December

Slavernij

Hebt ge vuisten kloek en sterk,
Hebt ge een harte zacht en goed,
Zijt ge lang geen domme bloed,
Maar de knapste haast in ’t werk,
Zijt gij eerlijk, trouw en braaf,
Leeft ge, wat uw arbeid zij,
Als een vogel, vrij en blij,
Drink dan ‘water,’ zoo als hij -
Anders zijt gij morgen Slaaf!

Ach, hoe menig kloeke hand,
Ach, hoe menig blij gemoed,
Hoe veel harten zacht en goed,
Hoe veel flinkheid en verstand,
Zag ’k verdronken in een glas,
Waar (in steê van 't zuiver nat,
Dat uit bron of duinwel spat)
’t Vloeijend vuur uit kruik of vat,
’t Helsch jenevervocht in was!

Ziet! die ergste slavenbeul
Smeedt zijn kluisters om u heen,
Snerpt zijn zweepslag om uw leên,
Zonder troost ooit, zonder heul! -
Hieldt ge eens tegen Slavernij
Tachtig bange jaren stand,
Krachtig volk van Nederland!
Thàns omsluit u strenger band....
Blanke slaven, vecht u vrij!


Jan Pieter Heije (1809-1876)

donderdag 12 december 2013

Donderdag
12
December
 
Je ogen zien het varend schip
voorgoed vertrokken van de ka
kleiner en kleiner worden na
tot enkel nog een vage stip

verdwijnt achter de horizon,
waarna een stem terzijde zegt:
‘keer je maar om, nu is het weg,
je deed het laatste wat je kon.’

Maar is het weg?  Vanuit het zicht
van hier verdween die kleine boot,
maar ginds vaart hij nog even groot
als toen het anker werd gelicht

en juist als hier klinkt: ‘laat ons gaan’
roept iemand aan de overkant
al wijzend, wijzend met zijn hand:
‘daar komt hij aan, daar komt hij aan.’


Hans Mudde

zondag 8 december 2013

Zondag
8
December

De spookpier

de zee is woest en kolkt bij windkracht negen
er is geen mens, geen beest  zelfs, op het strand
het onweer krijgt van God de vrije hand
de pier is ziek en bang en voelt de regen

hij zucht en kraakt, al jaren doodgezwegen
en danig  aangevreten door de tand
des tijds, is hij nu in het stadium beland
van bidden, hij houdt stand op hoop van zegen

de lucht is grauw als aangetast  beton
er zweven vreemde klanken, alsof spoken
de macht gegrepen hebben op de pier

ze houden huis en kennen geen pardon
waar eens pilaren stonden, staan nu knoken
de toekan is veranderd in een gier

Daan de Ligt