zondag 23 maart 2014

Zondag
23
maart


Doodshoofd

Arme mens, wat zijt gij trots?
Ziet gij 't zwaard niet opgeheven
Van den strengen Engel Gods,
Dreigende u den slag te geven?
Schat noch rijkdom kan u niet
Van een snelle Dood bevrijden,
Die gij voor uw ogen ziet
In dees droeve en vege tijden.
Nu u God nog leven gunt,
Beter u, terwijl gij kunt.




Joost van den Vondel (1587-1679)

donderdag 20 maart 2014

Donderdag

20
maart


Iedereen moet iets nalaten wanneer hij sterft. Een kind of een boek of een schilderij of een huis of een zelfgebouwde muur of een zelfgemaakt paar schoenen. Of een door hemzelf beplante tuin. Iets wat je hand op de een of andere manier heeft aangeraakt, zodat je ziel ergens heen kan gaan wanneer je sterft, en wanneer de mensen naar die boom of die bloem die jij geplant hebt kijken, ben jij daar. Het komt er niet op aan wat je doet, zolang je maar iets door de aanraking van je handen in iets van jezelf verandert. Het verschil tussen de man die enkel grasvelden maait en een echte tuinman ligt in het aanraken. De grasveld-maaier had er net zo goed niet kunnen zijn; de tuinman zal er een leven lang wezen.

Uit: Fahrenheit 451
Ray Bradbury

zondag 16 maart 2014

Zondag

16
maart

De twee gedachten




Een denker dacht met zacht misbaar 
twee gedachten bij elkaar 


Daar zij niet naar buiten kwamen 
had hij zelf voor hen geen namen. 



Wij noemen ze dus Ploot en Fuit 
(zo zagen zij er namelijk uit)… 



Fuit was zestig Ängström groot 
maar magerder dan kromme Ploot. 



Het viel niet op hoe overdag 
de een over de ander lag 



maar in de stilte van de nacht 
lagen zij languitgedacht 



en zo verward als mensenhaar 
vochten zij dan met elkaar 



zodat de denker mompels maakte 
en met een pijn in ’t hoofd ontwaakte. 



Dus stonden altijd naast zijn bed: 
a) glas water b) tablet. 


Hij goot en kruimde deze dingen 

dan door het hoofd het lichaam binnen 



en spoedig lagen Ploot en Fuit en 
ook anderen het westen buiten. 



Later hadden ze dan spijt 
van hun tegenstrijdigheid. 



“Waarom denkt’ riep dan het paar 
‘hij ons altijd bij elkaar? 



Als hij ons om beurten dacht 
wou ‘k wel om de andere nacht 
opnieuw bedacht.’ 



Toen kreeg de denker een idee: 
Hij dacht om beurten aan de 2. 



Nu slaapt hij altijd in op tijd 
en door tot uren na het ontbijt. 



Moraal 



Op enkele dagen van het jaar 
is bijna alles wel eens waar. 



Leo Vroman (1915-2014)
Uit: Fabels. 

donderdag 13 maart 2014

Donderdag

13

maart


PRECIES GENOEG

Op een dag zeg ik ‘Genoeg.’
Maar één ding wil ik nooit:
door een ramp tien minuten te vroeg
tot pap te worden voltooid,

Zoals een jonge soldaat
door een bom, een handgranaat,
met een restant zeg maar
van eenenzeventig jaar.

Alle bloemen moeten ontplooid.
Alle eieren moeten gelegd,
want één ding wil ik nooit -
maar dat heb ik al gezegd.

Leo Vroman (1915-2014)

zondag 9 maart 2014

Zondag

9
maart
XXXIV

Der menschen hoogste smart is wonderbaar.
         Zonder gelach,
                  Zonder geween,
                           Lig ik gestrekt,
                                   Beweegloos gestrekt,
                                             Starend en stom,
                                                      In den nacht.

         Paarden-getrappel en wagen-gedraaf,
Donkere vormen bewegen zich zacht
                                              In den donkeren nacht....
         Donkere vormen, zonder gerucht,
                                                      En ik zucht....

         Paarden-getrappel en wagen-gedraaf,
         Paarden en wagenen draven gestaag,
Paarden en wagenen draven gestaag met getrappel op straat....
                   Waar ik roerloos gestrekt lig,
                             Zonder gerucht,
                  In den nacht, in den nacht.

Willem Kloos (1859-1938 )
Uit: Verzen, Versluys, Amsterdam 1894

donderdag 6 maart 2014

Donderdag

6
maart


Wereld

De wereld draait om seks en geld,
om geld en seks.
De wereld draait om seks en geld,
om geld en seks.
De wereld draait om seks en geld,
om geld en seks.
God heeft het aangezien
en goed bevonden.
De duivel heeft het bekeken
en goedgekeurd.
Ieder moet maar zien hoe hij het redt,
met seks en geld of zonder het.




Eli Scheen (1914-1982)
uit: Gedichten (2003)

zondag 2 maart 2014

Zondag

2
maart


Het volk wil brood en spelen

Het volk wil geen gerechtigheid, geen goeiigheid of slechtigheid
Geen vrede en geen anarchie, geen vorm en geen asymmetrie
Geen vrijheid en geen dictatuur, het volk wil niet goedkoop of duur
Het wil het halve noch het hele, het volk wil brood en spelen

Het volk wil geen barmhartigheid, geen moed en geen lafhartigheid
Het wil niet kort en bondig zijn, maar ook niet al te grondig zijn
Het acht de goede tijden niet, het volk verdraagt het lijden niet
Het wil niet heersen noch verdelen, het volk wil brood en spelen

Het volk verlangt niet wijs te zijn, niet wit of zwart of grijs te zijn
Het werkt omdat het werken moet, het kerkt omdat het kerken moet
Het eet en drinkt en existeert, en wie er al dan niet regeert
Dat kan het volk niet zoveel schelen , het volk wil brood en spelen

Het volk wil niet ter linker zijn, maar evenmin ter rechter zijn
En legt men zijn geweten bloot, dan slaat het zijn profeten dood
En ik die hier dit lied vertolk, verklaar mij één met gans het volk
Ik ben au fond dus even laakbaar en mede daarom ga’k maar

Jules de Corte (1924-1996)