donderdag 19 juni 2014

Donderdag
19
juni


Ik sta dus ik ben
zegt in t Hollands

meer over wezen en

zijn dan Descartes
ooit bedenken kon
in het Latijn

Ik staat zou zelfs
nog beter zijn

Jules Deelder

uit: Het graf van Descartes

zondag 15 juni 2014

Zondag
15
juni


Ode aan het Haagse hopje

het is nog Haagser dan de ooievaar
Couperus, Binnenhof of Lange Poten
de witte wikkel zit hem als gegoten
het is de trots der ware Hagenaar

zo’n prachtig bruingebakken exemplaar
wordt wereldwijd en zeer beschaafd genoten
de receptuur is aan het brein ontsproten
van Jahweh of een duivelskunstenaar

de lekkernij verdient een schouderklopje
een loflied met een smakelijk refrein
of beter nog ... een standbeeld op het Plein
het wint van chocola, gebak en dropje

al is het slechts een centimeter klein
niets is er groter dan het Haagse hopje


Daan de Ligt

donderdag 12 juni 2014

Donderdag
12
juni

De dichter aan zijne vrienden.

Wen ik sterve, lieve vrienden,
Siert mijn graf dan met geen steen,
Laat een' groten, vrugtbren wijngaard,
Mij ter eer- en graszuil zijn!
Drinkt, zoo vaak de lieve Lente,
Langs de ruime velden, danst,
Drinkt dan mij, uw' vriend, ter eere,
Driewerf uwen beker uit!
Brengt dan de allerschoonste meisjes,
Bij mijn stil en eenzaam graf!
Laat die lieve, schoone meisjes,
Zingen op mijn eenzaam graf!
Laat haar zingen: ‘Vrugtbre wijnstok!
Schiet uw dartle ranken uit!
Hij, dien uwe wortels dekken,
Was een vriend der zoete min!
Ook uw vrugten, edle wijngaard!
Hebben vaak zijn ziel verheugt!
Speelgenootjes! laat ons zingen!
Hier rust onzer aller vriend!



Jacobus Bellamy (1757-1786)

uit: Proeven voor het verstand, den smaak en het hart 

dinsdag 10 juni 2014

Dinsdag

10
juni


Uurwerkmaker


God geeft den tijd bij dag en jaar,
ach neen, bij kleene tikskes maar,
en ’t laatste tikske komt aleer
men ’t peinst of weet, eilaas, te zeer!
De wijzer wijst elk uur en tijd,
maar de uur niet dat gij schuldig zijt
te sterven. Zijt dus voorbereid,
de wijzer wijst naar de eeuwigheid.

Guido Gezelle (1830-1899)

donderdag 5 juni 2014

Donderdag

5
juni

De Vlabber & De Vlaar
Elke ochtend na het opstaan
staan de Vlabber en de Vlaar
met z’n tweeën voor de spiegel
en ze vragen aan elkaar:
‘Wie van ons was nou de Vlabber?’

Tja, daar staan ze dan te dubben
met hun harken in hun haar.
‘Heel de nacht alles onthouden
krijg ik echt niet voor elkaar!’
roept de Vlaar dan (of de Vlabber?).

En de ander antwoordt kriegel:
‘Even denken... Rustig maar!
Kijk, mijn kop lijkt op een zwabber
en mijn lijf lijkt op een schaar.
Dus dan ben ik vast de Vlabber.’

Elke avond voor ’t naar bed gaan
staart de Vlaar weer met de Vlabber
in diezelfde grote spiegel
en ze vragen aan elkaar:
‘Wie was ook al weer de Vlaar?’

Heel de dag alles onthouden
is voor hen een groot bezwaar
dus daar staan ze weer te dubben.
‘Jouw geheugen is belabberd!’
roept de Vlabber (of de Vlaar?).

En dan zegt de ander maar:
‘Kijk, mijn kop lijkt op een vlieger
en mijn lijf op een gitaar.
Volgens mij ben ik de Vlaar,
dan ben jij vanzelf de Vlabber.’

Tja, dan gaan ze maar weer slapen
en dan staan ze maar weer op
en ze koken hun rabarber
en ze roken hun sigaar
en dan zijn ze ’t wéér vergeten.

‘Maar dat kan ons mooi niks schelen’,
giechelt de verstrooide Vlabber
– of, wie weet, de suffe Vlaar?

Judy Elfferich
(Uit Er zit een feest in mij, Querido’s Poëziespektakel 5, 2012)

zondag 1 juni 2014

Zondag
1
juni


Bij gelegenheid van ons bezoek aan de abdij van Tongerlo, België

Psalm 150

Loof hem met trommels,
Bazuinen en hoorngeschal,
Loof hem met snaren,
Met fluit, breng hem eer.

Loof thans zijn daden, zijn
Multi-oneindigheid,
Breng, al wat adem heeft,
Lof aan de Heer.

Frans Woortmeijer

(uit: 150 Psalmen in light verse)

woensdag 28 mei 2014

Donderdag

29

Mei


Bij gelegenheid van ons bezoek aan de abdij van Tongerlo, België


Psalm 8

Zie ik de hemel,
Het werk van des Heren hand,
De maan en de sterren
Staan stil in een boog.

Wat is een sterveling?
Godwelgevallige?
Wat is een mensenkind
Nou in uw oog?

U schenkt hem glans,
Hebt hem bijna tot God gemaakt.
Hij is vertrouwd
Met het werk dat u doet.

Schapen en geiten en
Steppenbegrazenden,
Vissen en vogels
Legt u aan zijn voet.
Frans Woortmeijer
(uit: 150 Psalmen in light verse)