zondag 10 januari 2016

Zondag

10
januari

Mont Ventoux
(voor Youp van 't Hek)

dichten is dalen van de Mont Ventoux
alwaar ik een konijn heb aangereden
onder zo tragische omstandigheden
werd hier het arme huppeldier doodmoe
het eind kwam snel, er werd dus niet geleden
juist knagers sterven jong, da's geen taboe
(veeleer is het een waarheid als een koe)
zij moeten ook het asfalt nóóit betreden
de hemel heeft iets van die kale berg
men zoekt een monument, er wordt gebeden
geweld wordt, als het even kan, vermeden
en mens en dier zijn nietig als een dwerg
de goede God, hij vond het niet zo erg
dat Flap, gestoofd en al, werd aangesneden
Daan de Ligt

Mont Ventoux

Dichten is fietsen op de Mont Ventoux,
waar Tommy Simpson nog is overleden.
Onder zo tragiese omstandigheden
werd hier de wereldkampioen doodmoe.

Op deze col zijn velen losgereden,
eerste categorie, sindsdien tabu.
Het ruikt naar dennegeur, Sunsilk Shampoo,
die je wel nodig hebt, eenmaal beneden.

Alles is onuitsprekelijk vermoeiend,
de Mont Ventoux opfietsen wel heel erg,
waarvoor ook geldt: bezint eer gij begint.

Toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend,
de top van deze kaalgeslagen berg:
ijdelheid en het najagen van wind.






Uit: Fietsen op de Mont Ventoux, 1974
Uitgever: De Arbeiderspers

Jan Kal

dinsdag 29 december 2015

Dinsdag

29
December


Meligheid aan de kerstdis

Cocktail

dit is een ode, heerlijke garnalen
door mij zo wreed ontstolen aan de zee
ik nam uw jeugd en mooie toekomst mee
en liet u triest de hoogste tol betalen
er klinkt voor u een warm en luid applaus
(en ook een beetje voor de whiskysaus)

Wild

een hijgend hert kon nipt de jacht ontkomen
en ligt nog niet in stukken op een schaal
zijn plan leek simpel, maar was geniaal
het schuilt nu in struweel en achter bomen
de jagers woest, het vuren werd gestaakt
gelukkig werd de ever wel geraakt

Het rijmpje over het toetje zal ik u besparen.



Daan de Ligt

maandag 28 december 2015



Maandag

28
December


November
(vrij naar J.C. Bloem)
Het regent en het is december
De dichter Bloem is onvoorstelbaar kwaad
Natuur wordt telkenmale ongewender
Die gore plensbui is een maand te laat



Daan de Ligt



Profielfoto van Daan de Ligt

zondag 27 december 2015

Zondag

27
December

De herders

Omdat eenvoudigen verstaan
Wat door geen ingewikkeld zoeken
Noch lezen in geleerde boeken
Begrepen wordt of nagegaan,

Zijn herders toen in uwe stal
Geknield en hebben U aanbeden;
Dit is tweeduizend jaar geleden
En nog weet elk het overal.

Geen mens heeft ooit hun naam gemeld;
De rest van hun onschuldig leven
Is door geen wetenschap beschreven,
Wordt slechts aan kinderen verteld.




Anton van Duinkerken (1903-1968)
uit: Verzamelde gedichten (1957)

maandag 21 december 2015

Maandag

21
December



Walking the roads of our youth,
Through the land of our childhood, our home, and our truth,
Be near me, guide me, always stay beside me so I can be free.
Free…
Let’s roam this place, familiar and vast,
Our playground of green frames, our past,
We were wanderers. Never lost, always home,
And every place was fenceless and time was endless.
Our ways were always the same.
Calm my demons and walk with me brother,
Until our roads lead us away from each other.
And if your heart’s full of sorrow, keep walking. Don’t rest.
And promise me from heart to chest to never let your memories,
Die. Never.
I will always be alive and by your side.
In your mind,
I am free.


Dorian en Daniel

vrijdag 27 november 2015

Vrijdag

27
November

Drs.P  RIP

Een man vertrekt, ik doe hem uitgeleide
Een stille man vertrekt en ik blijf hier
Straks glijdt de veerpont naar de overzijde
Van deze onheilspellende rivier

De wind steekt op, het onweer wacht niet langer
De bliksem flitst, de donder gaat tekeer
En hij reist af: mijn vriend, de dichter-zanger
De man van het befaamde Heen en Weer

De veerman steekt zijn vaarboom in het water
En jaagt de golven met zijn boot uiteen
Die boot zal leeg zijn als terugkomt later
Want deze schipper brengt alleen maar heen

De nevel sluit zich en toch blijf ik kijken
Een tovenaar verlaat ons dichtersland
En nooit meer, nooit kan ik hem nog bereiken
Hij blijft voor eeuwig aan de overkant



Ivo de Wijs

donderdag 26 november 2015

Donderdag

26
November


November

ut waas 12 oor, in venlo ut waor tied um naor hoes te gaon.
Toen iemand zei heej loêp es mej, ut is heer nog neet gedaon.
Ik keek ow aan en ik schrok d'r vaan, ik háj ow jaore neet gezeen.
Geej waar nog moei, net zo moei ás toen gans in ut begin.
Op ut kerkplein, in November zág ik ow veur den ierste kier,
de wind dae weide daor ow hoar en ik zág ut gevaor.
ik zág mien hand al in ow hand en ik docht loêp doer loêp doer,
onderwaeg heb ik meej zelf verteld, ut waas ni mier dán un blaad dát velt.

már un blaad det velt en un book giet dicht már wat bleef dát was ow gezicht,
overdaag de zon en snachts de moan, ik kos ow oêge neet wirstoan.
Ik doch mier aan ow dan aan mejzelf ik doch daage aan en stuk,
wat is dit nou, moeîe vrouw, dit is weggegoeit geluk.

en snachts in bed sloap ik net komde geej op bezeuk beej meej,
mien bed is kalt mien kamer kaal en ik droêm hárd as staal.
en geej ziet zacht ás dons ás vacht en ik drej meej um ow hin.
en in ow èrm weer ik wèrm en droêm mien moeiste zin.

Teveul gedoch te lang gewacht ik ging door op halve kracht,
der bleef niks mier oaver vaan dit schip, ut dreef langzaam tot èn stip.
tot èn peuntje aan d'n horizon, op enne oceaan zo groêt.
Ik heb álles, overboart gegoeïd dun háve deen kwam noeit.

Ut waar smerges vroeg, in Venlo hoêg tied um nao hoes te goan,
geej keek meej aan en ik keek ow aan van kiek os heer now stoan.
ik peek ow hand en ik lachte want, ow gezicht en owwe naam.
en hoe geej keek, ow hoar wegstreek toen de zon aan d'n hiêmel kwaam.



Rowwen Heze