donderdag 15 september 2016

Donderdag

15

September

Sonnetten hier, sonnetten daar!
Een wereld vol sonnetten!
Men is er machtig gauw mee klaar
In spijt der stipte wetten.
Al loopt de zin wel wat gevaar,
Daar valt niet op te letten;
Het fijne van de mis is maar
Ze goed ineen te zetten.
Een klinkdicht – als ’t in ’t Hollandsch heet –
Heeft niets te doen dan klinken;
En hebt gij daar den slag voor beet,
Uw roem zal eeuwig blinken…
Zie zoo; het mijne is ook gereed,
En hoor het eens rinkinken!


Nicolaas Beets

zaterdag 27 augustus 2016

Zaterdag

27

Augustus


Moira

Clotho heeft haar draad gesponnen van je moeder's navelstreng
In de grote boze wereld, ook al ben je klaar, best eng
Jij doet dan je ogen open, ziet het eerste levenslicht
Achter je nog vaag de haven, die verdwijnt uit het gezicht

Lachésis had reeds gemeten, wist hoe lang jouw draad zou zijn
Welke bochten, welke kronkels, welke blijdschap welke pijn
Langs het pad gelegen waren, door het lot voor jou bereid
Nu eens blijdschap, dan verdriet, geloof, hoop, liefde op zijn tijd


Atropos was het tenslotte, die jouw draad dan heel kordaat
En voor altijd door zou knippen, waarna jij niet meer bestaat

Wie door nagelaten oeuvre, als hij zelf is heengegaan
Anderen nog blijft beroeren, heeft het beregoed geDaan


Andrea

vrijdag 26 augustus 2016

Vrijdag

26

Augustus

De wortels van het kwaad

Je vindt het vroeg, je ziet het laat
Waar je ook gaat en waar je staat
Nu onverwacht, dan obligaat
Soms in je bed en soms op straat
Het is de nijd, het is de haat
Het is de afgunst en de smaad
Het is de oude psychopaat
Het is de overdaad, die schaadt
Het zijn de wortels van het kwaad

Het is de slinkse diplomaat
Het is de slechte kameraad
En de corrupte advocaat
Het is Jan Rap, het is z'n maat
Het is de dure telepaat
Het is de dikke potentaat
Het is de duivelse piraat
De deserterende soldaat
Het zijn de wortels van het kwaad

Het is de pijn aan je prostaat
De kriebel in je apparaat
Het is het zinderende zaad
Dat hevig hunkert naar de daad
Maar ook de zielige castraat
Bij de kapotjesautomaat
De eerbiedwaardige prelaat
Die worstelt met het celibaat
Het zijn de wortels van het kwaad

Het is de flikker van formaat
De renegaat, Kaninefaat
De pleger van het plagiaat
De futurist en de fanaat
't Is de vermogende magnaat
Het is de plugger van de plaat
De kannibaal en de Kroaat
Het is de dove, die roept: WAAAT?
Het zijn de wortels van het kwaad

Het is het meisje van de straat
Het is haar hart dat sneller slaat
Daar komt de heer met wie zij gaat
En zijn hormonenpreparaat
Het is het aangebrand gebraad
En de vergiftigde tomaat
Het is spinazie met fosfaat
Het is de stank op het privaat
Het zijn de wortels van het kwaad

Het is de man die 's avonds laat
Uit wandelen gaat bij 'n internaat
De kleine jongens gadeslaat
En in ze knijpt en met ze praat
Het is de som van a-kwadraat
En b-septiem en c-paraat...
Het zijn de wortels...
Precies, jazeker, inderdaad!
Het zijn de wortels van het kwaad


Cabaret Ivo de Wijs

maandag 22 augustus 2016

Maandag

22

Augustus

Vandaag is Daan de Ligt, in het bijzijn van zijn familie overleden.
Met eerbied herplaats ik hier het gedicht dan hij een aantal maanden geleden schreef.

Strijd

Een vuist, die heb ik écht niet kunnen maken
de onmacht steeg me langzaam naar de strot
de vloeren van mijn vesting bleken rot
en gingen vaag, doch onheilspellend kraken

Geloof me maar, van strijden was geen sprake
het was berusten in een helder lot
het lichaam spande stiekem een complot
met cellen die verwoed de kop opstaken

Vergeet de termen ‘winnen’ of ‘verzaken’
(al wacht er aan het einde een schavot)
en drijf met dapperheid gerust de spot
een dode heeft geen schaamrood op de kaken

Er schuilt in mij geen held als Don Quichot
mijn lans zal nooit de wieken kunnen raken


Daan de Ligt (1953-2016)

woensdag 17 augustus 2016

Woensdag

17

Augustus

Eens
Eens zullen allen die
tussen ons kwamen,
zijn weggevallen-wie
weet nog hun namen…
Eens zal de vete zijn
bijgelegd
en zal vergeten zijn
ons bitter tweegevecht.
Eens zal het weer regenen
stil, zoals toen aan zee-
Kom mij dan tegen
en ga met me mee.
Adriaan Roland Holst (1888-1976)

uit: Alleen met de Zee

woensdag 3 augustus 2016

Woensdag

3

Augustus


Gescheiden

Den zomernacht die hen zo diep ontroert
zal hij wellicht, zij nimmermeer vergeten;
hij was als zij: verwonderd en vervoerd,
zij niet als hij: gepijnigd en verbeten.

Een strelende arm die om een hals zich snoert
is wel een band, maar niet voor het geweten:
zij kunnen zalig zijn, van de aarde ontvoerd,
en verder nooit iets van elkander weten.

Maar eenmaal komt een zomernacht als deze
dat ze in een ster of in een vogelkreet
het uur herkennen dat geheel hun wezen

deed rillen van een bovenaards genot,
om te verkeren in 't onzegbaar leed
der eenzaamheid. Dan zijn zij rijp voor God.




Jan van Nijlen (1884-1965)

zondag 31 juli 2016

Zondag

31

juli

De tortel

Zijn lied klinkt dof van uit de hoge linden.
Het lijkt wel of hij iets met nadruk vraagt
of iemand roept; hij kan de rust niet vinden.
Dichters beweren dat de tortel klaagt.

De dieren die de tere tortel horen
maken zich om dit schor gezang niet druk
en zoeken niet in het eenzelvig koeren
een zin van heimwee naar vergaan geluk.

Alleen de mens wil weten en begrijpen,
zoekt steeds naar reden, oorzaak of begin.
De zomer bloeit en de eerste vruchten rijpen,
het is zo stil; misschien heeft niets een zin.




Jan van Nijlen (1884-1965)