donderdag 24 oktober 2013

Donderdag
24
Oktober


Voor mekaar

Vroeger hield ik alleen van je ogen.
Nu ook van de kraaiepootjes ernaast.
Zoals er in een oud woord als meedogen
meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast

om te hebben wat je had, elke keer weer.
Vroeger was er alleen maar nu. Nu is er ook toen.
Er is meer om van te houden.
Er zijn meer manieren om dat te doen.

Zelfs niets doen is er daar één van.
Gewoon bij mekaar zitten met een boek.
Of niet bij mekaar, in 't cafè om de hoek.

Of mekaar een paar dagen niet zien
en mekaar missen. Maar altijd mekaar,
nu toch al bijna zeven jaar.


~Herman de Coninck (1944-1997)

dinsdag 22 oktober 2013

Woensdag
23
Oktober
 
Spotlied op de vegetariërs 
 
Vegetariërs zijn lieden, 
Die 't gebruik van melk verbieden. 
Weldra zal men niet gedoogen 
Dat de moeders kindren zogen. 
Kindren moeten zich vergasten 
Aan gefiltereerde kwasten. 
Alle zuigelingen staken 
Als ze daarmee kennis maken. 
En het menschdom gaat ten onder 
Door dat zeuren en gedonder. 
Want 't is zoo deftig, 't is zoo fijn 
Vegetariër te zijn. 
 
Vegetarisch adem halen 
Is je middel tegen kwalen; 
Ademhalen door een netje 
Is ons allernieuwste pretje, 
Want het is ons streng verboden 
Zelfs bakteriën te dooden. 
Om zoo'n beest niet in te slikken 
Moet de menschheid dan maar stikken. 
En het vangen van de vlooien 
Wordt ons mettertijd verbooien. 
Want 't is zoo deftig, 't is zoo fijn 
Vegetariër te zijn. 
 

Niemand draagt meer beenen knoopen, 
Gaat op leêren zolen loopen. 
Leer en been zijn beide zaken 
Die we van de dieren maken. 
Tandenborstels zijn verboden, 
Daarvoor moet men beesten dooden. 
Aan zoo'n borstel zitten haren 
Die weleer van varkens waren. 
Weg met alle wollen kleeren, 
Daarvoor moet men schapen scheren; 
Kleeren kan men dan niet koopen .... 
Gaan we in Godsnaam nakend loopen. 
Ja, we zullen zoo verdwazen 
Dat we in de wei gaan grazen. 
Want 't is zoo deftig, 't is zoo fijn 
Vegetariër te zijn.


Koos Speenhof (1869-1945)

zondag 20 oktober 2013

Zondag
20
Oktober


"Spotlied op de vegetariers" 


Vegetariers zijn mensen, die de mensen anders wensen
Daarom eten zij slechts planten, net als grote olifanten
Zij zijn bang van dooie koeien, want die kunnen niet meer loeien
Beesten doden om te eten, noemen ze van Godvergeten
't Is zo best en 't is zo fijn, vegetarier te zijn

In hun reine restauratie, is voor arm en rijk een plaatsie
Overal, tot in de keuken, hangen Christelijke spreuken
Die de ziel zo zeer versterken en zo spijsverterend werken
Ons voor overdaad behoeden, ons met idealen voeden
Want 't is zo deftig, 't is zo fijn, vegetarier te zijn

Zondags bonen, 's maandags bonen, dinsdags bonen, 's woensdags bonen
Donderdags gepofte bonen, vrijdags bonen, altijd bonen
Zaterdags gestoofde bonen, God bewaart je voor die bonen
Bonen eten is 't beste, tot we bonen zijn ten leste
Want 't is zo deftig, 't is zo fijn, vegetarier te zijn

Voor een heel klein beetje duiten, ga je je aan pap te buiten
Voor een paar onnozele centen eet je appelen met krenten
Soep van blaren, pas gevallen, met mahoniehouten ballen
Meisjes met verboden konen, brengen je je porsie bonen
Vriendelijk kijken is er nodig, fooien geven overbodig
Want 't is zo deftig, 't is zo fijn, vegetarier te zijn

Vegetariers zijn lieden, die een ander wat verbieden
Vegetariers zijn poppen, die zich vol met groente stoppen
't Zal nog zover met ze komen, dat ze nestelen in de bomen
Dat ze dooie blaren eten, voor de rust van hun geweten
Want, 't is zo deftig, 't is zo fijn, vegetarier te zijn...
 

Koos Speenhof (1869-1945)

donderdag 17 oktober 2013

Donderdag
17
Oktober

Herstel

Toen ik na de vertwijfeling en koorts
en lijfelijk onduldbare ellende,
geleidelijk weer aan de wereld wende,
kreeg elk geluid opnieuw iets ongehoords.

In woorden die ik al van kindsbeen kende
herkende ik de ware zin des woords;
haast ieder 'en' verborg een 'enzovoorts'.
in den beginne nam het woord geen ende.

Maar ik genas en deze roes verdween:
geluiden werden weer gewoon geluiden,
en in wat er gezegd wordt om mij heen

heerst als vanouds dezelfde flauwekul.
Men moet het mij maar niet ten kwade duiden
dat ik mij meer en meer in zwijgen hul.



Jean Pierre Rawie

zondag 13 oktober 2013

Zondag
13
Oktober

Het geluk op deze wereld

Een fraai, net en gerieflijk huis het zijne heten,
Een tuin vol leibomen als geurig lustprieel,
Fruit, keurwijn, weinig kroost en weinig personeel,
Een trouwe vrouw in stilte aan zijn zijde weten,

Geen schuld of harstocht kennen, geen geding of vete,
Geen ruzie maken met verwanten om zijn deel,
Niets hopen van een heer, voldaan zijn met niet veel,
Met een gepaste maat zijn grootse plannen meten,

Zijn eigen leven leiden, niet eerzuchtig zijn,
Zonder gewetenskwellingen godvruchtig zijn,
Zijn driften intomen en weten te bevelen,

Een vrije, sterke geest bewaren in de nood,
Zijn paternoster bidden en zijn boomgaard telen,
Dat is hier thuis in vrede wachten op de dood.


Christoffel Plantijn (1520-1589)

donderdag 10 oktober 2013

Donderdag
10
Oktober

Niets tweemaal

Niets gebeurt tweemaal en niets

zal tweemaal gebeuren. Geboren
zonder kundigheden, sterven we
dus als onervaren senioren.


Ook al zijn we nog zo hardleers

op de grote school van ’t leven,
geen winter, geen zomer wordt ons
nog een keertje opgegeven.


Niet één dag keert ooit terug,

twee nachten zijn nooit identiek,
geen kus is als een andere,
elke oogopslag is weer uniek.


Gisteren noemde iemand plots

in mijn bijzijn luid jouw naam
- het leek alsof een rode roos
naar binnen woei door het raam.


Nu we samen zijn vandaag,

haal ik mijn blik van je gezicht.
Een roos? Hoe ziet een roos eruit?
Is dat een bloem? Een steen wellicht?


Onzalig uur, onnodige vrees,

waarom bemoei jij je ermee?
Je bent – je moet voorbijgaan.
Je gaat voorbij – en alles is oké.


Lachend en elkaar omhelzend

verzoenen we ons met elkaar,
ook al zijn we zo verschillend
als twee druppels zuiver water.


Wislawa Szymborska (1923-2012)
(vertaling Gerard Rasch)

woensdag 9 oktober 2013

Er zijn weer een aantal verzen in mijn bezit gekomen. Dus hervat ik mijn blog, maar voorlopig alleen op donderdag en zondag.

Om er in te komen en nu Rusland dezer dagen zo negatief in de belangstelling staat een ollekebolleke van Peter Knipmeijer om erin te komen:

Bietensoep


Typische winterkost
Slavische bietensoep
Lekker met room
En een glas Pomerol

Minder fijnzinnige
Russischeborsjtsjschransers
Spoelen het weg
Met een fles methanol