dinsdag 2 februari 2016

dinsdag 26 januari 2016


Dinsdag

26

januari


Taal-rijm

Opgedragen aan de vreemdeling die Hollands leert.

O, vreemdeling, die onze taal bestudeert,
Lees verder, ik wed dat mijn rijm je wat leert.
'k Hoop niet, dat de studie je tegen zal vallen.
Zo zegt men bal—ballen, maar, ach! niet: dal—dallen.
En 't enkelvoud, vreemdling, van koeien is: koe.
Maar de boef draagt wel boeien, de drenkling geen boe.
En Vondel, je weet het, schreef prachtige reien,
Maar niemand bestelt in een lunchroom ooit eien.
En kinden is niets, noch ook winderen—wel lammeren,
Wel: wortelen, geen eikelen, noch borstelen of kammeren.
Zo kom je van zelf op de lastige paderen:
Rad—raden? Stad—staden? Is vad stam van vaderen?
Ook heb je wel potten, maar nergens zijn slotten.
En niemand zegt roten, marmoten of lotten.
De boer houdt geen haanders, maar zeker wel hoenderen,
En draagt op het land meestal klompen—nooit schoenderen.
Het meervoud van krent is eenvoudig krenten.
Maar: vent in het meervoud, is kerels—niet venten.
Leer ook de geslachten, mijn leerling, vroegtijdig:
de vrouwen zijn vrouwelijk, maar wijf is onzijdig.
Zeg: naaister, maar schilderster moet je niet zegge’,
ook niet koninges of dievin of vriendegge.
Je zult al wel weten—ik hoop, dat je 't wist,
dat je heden zult eten, maar gisteren niet ist.
Toen gisteren de torenklok twaalf had geslagen,
zeg, ben je toen rustig naar huis toe gegagen?
Och, als je 't maar weet, is 't gemak'lijk genoeg,
joeg nooit bij 't behang naar een muisje dat knoeg.
En als je in vervelend gezelschap haast sliep,
heeft niemand gemerkt, dat je heimelijk giep.
Ik denk ook niet, dat je vaak hebt gezocht
naar een post in je boek, die verkeerd was gebocht.
Bedenk, vriend, als j' in verontwaardiging raakt
dat niet wan wordt getrouwd hij, die nacht heeft gebraakt.
Ik vraag j' of je hier wel eens ooit aan gedacht hebt
en of je 'r je aandacht genoeg aan geschacht hebt?
Leer ook de getallen, o vreemd'ling, aandachtig:
zeg: vijftig en zestig—niet drietig en achtig.
Ook d' uitspraak is soms nog een moeilijk ding
immers: beving je ooit van de angst een beving?
En hoorde j' ooit iemand in 't Hollands bevelen,
een vocht naar een lager staand vat te hevelen?
Al schrijf je ook Gorinchem, spreek het uit: Gorkum
maar schrijf in vergissing niet Borinchem voor Borkum.
Misschien ben je 't Hollands in zover al meester,
dat je heester niet zo maar laat rijmen op zeester.
En rijmt dit precies: ‘Als Marie gelei maakt,
dan vind ik dat die naar een spiegelei smaakt’?
Dus leer lieve lezer, de les uit mijn lied:
het Hollands is heus nog zo makkelijk niet.

Charivarius (1870-1946) 

zaterdag 23 januari 2016

Zondag

24
januari


De oogst

Aren rijpen, menschen rijpen,
Naast den maaier stapt de dood.

Wee het kroost voor krijg geboren!
Paarden trappelen door het koren.
Op den oogst volgt hongersnood.

Aren rijpen, menschen rijpen,
Dood zal halm en man omgrijpen.

René de Clercq (1877-1932)
Zaterdag

23
januari


Ome Jan

Hij had, toen hij trouwde, een kaart gestuurd
Aan familie en vrinden en heel de buurt
Aan Oom Marselien in Ameide
En aan Tante Cato in Terheyde
Aan neefjes en nichtjes uit Hoogezand
Vanwege de hechte familieband
Alleen Oom Jan uit Meeghen
Heeft nooit een kaart gekregen
En weet u hoe zoiets bestaat
Op Oom Jan is de hele familie al jaren kwaad
Ze kregen een jongen van ruim zes pond
En alweer stuurden ze overal kaarten rond
Een kaart naar Jan-Willem en Cissie
En naar pater De Beer in de missie
Een kaart naar Oom Theo en Tante Pum
En naar Rinus en Kobie in Ittersum
Alleen Oom Jan uit Meeghen
Heeft weer geen kaart gekregen
En weet u hoe zoiets bestaat
Op Oom Jan is de hele familie nog altijd kwaad
En zie, bij het zilveren bruiloftsfeest
Is 't idem 't zelfde recept geweest
Toen schreef 'ie z'n duizend adressen
Weer met even zoveel interesse
Tot hij op een ochtend de post doorlas
En opschrok omdat er een rouwkaart was
En weet u hoe zoiets bestaat
Op Oom Jan is de hele familie zelfs nu nog kwaad
Alleen kan 't 'm nou niet zoveel meer schelen

Jules de Corte (1924-1996)

maandag 18 januari 2016

Dinsdag

19
januari

De Gonzofoon

Kijk eens wat ik doe: ik blaas op een kazoo
En voeg aldus weer iets aan de muziekhistorie toe
Want doordat ik blaas, ontstaat er een geraas
Waarmee ik de aanwezigen en ook mijzelf verbaas
Maar het duurt niet lang meer of men hoort het her en der
Zelfs in een Te Deum en een Verdi-ouverture
Is 't niet wonderschoon, die warme volle toon
En let op de allure van m'n embouchure
Op de plastic gonzofoon


Heinz Polzer (1919-2015)
Afbeeldingsresultaat voor drs p





zondag 10 januari 2016

Zondag

10
januari

Mont Ventoux
(voor Youp van 't Hek)

dichten is dalen van de Mont Ventoux
alwaar ik een konijn heb aangereden
onder zo tragische omstandigheden
werd hier het arme huppeldier doodmoe
het eind kwam snel, er werd dus niet geleden
juist knagers sterven jong, da's geen taboe
(veeleer is het een waarheid als een koe)
zij moeten ook het asfalt nóóit betreden
de hemel heeft iets van die kale berg
men zoekt een monument, er wordt gebeden
geweld wordt, als het even kan, vermeden
en mens en dier zijn nietig als een dwerg
de goede God, hij vond het niet zo erg
dat Flap, gestoofd en al, werd aangesneden
Daan de Ligt

Mont Ventoux

Dichten is fietsen op de Mont Ventoux,
waar Tommy Simpson nog is overleden.
Onder zo tragiese omstandigheden
werd hier de wereldkampioen doodmoe.

Op deze col zijn velen losgereden,
eerste categorie, sindsdien tabu.
Het ruikt naar dennegeur, Sunsilk Shampoo,
die je wel nodig hebt, eenmaal beneden.

Alles is onuitsprekelijk vermoeiend,
de Mont Ventoux opfietsen wel heel erg,
waarvoor ook geldt: bezint eer gij begint.

Toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend,
de top van deze kaalgeslagen berg:
ijdelheid en het najagen van wind.






Uit: Fietsen op de Mont Ventoux, 1974
Uitgever: De Arbeiderspers

Jan Kal