maandag 16 juli 2018


Maandag
16
juli

De ballade der vierduizend Friezen


Vierduizend friezen stonden aan den Rijn
tegen honderdduizend Fransozen.
En het aantal, dat er nog meer moest zijn,
ging wel vijfmaal dat der Friezen te boven.

Vierduizend Friezen wachtten aan de Rijn
onder bevel van drie Hollandsche luiten.
zij lagen bij Lobith onder een Hollandsch kapitein
om den opmars der Franschen te stuiten.


De Fransozen marcheerden op aan den Rijn
want Wezel was al gevallen
en Holland zou gansch verloren zijn,
als bij Lobith niet lagen de wallen.

Als bij Lobith de Friezen niet hielden de wacht,
onder een Hollandsch kaptein en drie luiten,
met ’t bevel van den Prins om de legermacht
der Franschen bij Lobith te stuiten.

Met ’t bevel van den Prins, tot den lesten man
de macht der Fransozen te stuiten.
En vierduizend Friezen zijn nimmer bang
onder een Hollands kapitein en drie luiten.

Want vrijheid, dat is zulk een kostbaar goed
en dat wordt maar zoo zelden gevonden,
daarvoor geven Friezen hun hartebloed
met een lach op hun stugge monden.

Vierduizend friezen stonden aan den Rijn,
tegen honderdduizend Fransozen.
En het aantal, dat er nog meer moesten zijn
ging wel vijfmaal dat der Friezen te boven.

Jan Petersen was een valsche boer,
die heeft aan de Franschen verraden
de plek bij de Tol, waar men overvoer
en het water der Rijn kon doorwaden.

Jan Petersen was een valsche boer,
die werd door de Friezen gevangen.
Jan Petersen werd als Jan Toereloer
aan den hoogsten boom opgehangen.

Toen trokken de Franschen het water in.
Hun koning stond op de kade.
Hij sloeg van den wal het tochtbegin
van zijn machtige legers gade.

En naast hem keken zijn maarschalken toe.
Condé, Luxembourg en Turenne,
die zagen met angst in hun lijven hoe
de Franschman aan water moest wennen.

En aan vuur, want Friezen mogen er zijn.
En een Hollandsch kaptein weet van wanten.
Hoeveel Franschen vielen daar aan den Rijn?
Hoeveel bloed vloeide daar van de kanten?

Hoveel eed’len verloren den grond in den Rijn?
En hun trots en hun lief en hun leven?
Maar van vierduizend Friezen onder ’n Hollandsch kaptein
zijn er veel in dien strijd gebleven.


Want vierduizend Friezen onder ’n Hollandsch kaptein
hadden ’t bevel van Oranje gekregen:
Gij houdt bij het Lobither Tolhuis ter Rijn
den Fransoos, tot den lesten man, tegen.

Van de morgenzon tot het avondrood
hebben vierduizend Friezen gestreden.
Het water bij lobith was purperrood.
Zoo hebben de Fransen geleden.

En maarschalk Condé kreeg een schot in zijn arm,
Hij kon ’t ‘En Avant’ niet meer geven.
Hij heeft met het Hollandsche lood in zijn arm,
op den rand van den dood gelegen.

Van de avondzon tot het morgenrood
viel bij Lobith een kogelregen.
En vierduizend Friezen bevochten den dood,
tot de leste Fries was gebleven.

Want vierduizend Friezen en een Hollandsch kapitein
hadden ’t bevel van Oranje gekregen:
Gij houdt voor de vrijheid van ’t land aan den Rijn
de Fransoos, tot den lesten man, tegen.

Jan H. de Groot (1901-1990)





vrijdag 13 juli 2018


Vrijdag
13
juli

Op het kerkhof

Ik zou hier wel gelukkig zijn
om zomer en om zonneschijn
wanneer ik jonger was – en niet
te vol was van te veel verdriet


Maar als ik jong was en nog klein
dan zou ’k hier niet gekomen zijn
want kinderen waarderen niet
de stilte van dit vreemd gebied

Hier lijkt de zon hun minder fijn
en angstigheid is in hun brein
voor ’t open graf waar ’t soms geschiedt
dat men er oude beenderen ziet


Maar ’k zou hier nu gelukkig zijn
om vlinders en om zonneschijn
wanneer ik anders was – en niet
te vol was van te veel verdriet


Jan Hanlo (1912-1969)



maandag 9 juli 2018



Maandag
9
juli

Joris

Ik heb vanavond, met de poes op schoot,
de onrust uit het beestje weggestreken,
waarbij de goedzak mij heeft aangekeken
met ogen zo onpeilbaar diep en groot,
dat het mij één moment heeft toegeleken
als was hij eeuwen lang al deelgenoot
van het geheim van leven en van dood
en nu dan op het punt stond om te spreken.

Een aandrang, waar hij niet voor is bezweken,
omdat hij langzaamaan de ogen sloot
en nog een lome haal gaf met zijn poot
als halve aai en onzachtzinnig teken
dat men hem ooit nadrukkelijk verbood
het zwijgen rond die zaken te verbreken.

Driek van Wissen (1943-2010)

maandag 25 juni 2018


Maandag
25
juni

In "Neerlandistiek" van 17 juni jl las ik, op vakantie in het prachtige heuvellandschap van Umbrië, aflevering 180 van Marc van Oostendorp's "geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten" : Poly-interpretabel van Drs P.:

Poly-interpretabel

In smakzoen hangen rode etenswaren
En zware honden (koest man!) en sigaren
Na Mao’s knarsen zweeg een hedonist
We zoeken dorstig manna, hè, en snaren

Een ranke non had zwanenroes gemist
Haar Weense kannen zoemen… ’n Drogist
Zwemt in Arosa, Dongen, Sneek en Haren
Hoera, ze kennen Wrongman, een sadist

Shoarma, snoer, Nanking, een zedenwet –
Zo werken grind en thee om ananassen
Ga! Wens een nazihemd en tsarenkroon
(Weer hazendrek, gans, tennis, anemoon!)
Haemorroïden wenken: zang en tassen?
Een heidens werk, zo’n anagramsonnet.


(Drs. P [H.H. Polzer], (1919-2015)
uit: Het Rijmschap)



Dit is een zogenaamd anagram-sonnet, dwz. regels 4 en 8 en 11 en14 bevatten dezelfde letters. Het heeft geen enkele zin, het levert niet een sprankelend sonnet op maar het is, in de woorden van de meester zelf: Een heidens werk, zo’n anagramsonnet! Maar wel een kunststukje!

vrijdag 22 juni 2018


Vrijdag
22
juni

Vaders

De vader zegt: wat ga je doen?
De dochter zegt: ‘k ga rijen,
De vader zegt: met wie, met Koen?
Gaan jullie met z’n beien?
De dochter zegt: jawel, allicht,
En dan houdt Paps z’n wafel dicht.
Daar gaat ze dan, ze zegt: so long,
En paps bijt liever op zijn tong
Dan nog te vragen hoe of waar.
Het lieve kind is zestien jaar,
Ze heeft gezegd wat ze gaat doen.
Ze gaat op ’t scootertje met Koen,
Maar vader denkt: wat gaan ze dóén?


De vader zegt: waar ga je heen?
De dochter zegt: kamperen.
De vader zegt: met Koen alleen?
En in die malle kleren?
De dochter zegt: met Jan. Salu!
Ze gaat. En daar zit vader nu.
Ze heeft gezegd wat ze gaan doen,
Ze gaat kamperen, niet met Koen.
Ze gaat kamperen met haar Jan.
En vader denkt: wat dóén ze dan?


Zo zitten al die duizend pa’s

Zich zwijgend op te vreten.
Helaas helaas, helaas helaas,
Zij zullen het niet weten.
Wat doet mijn dochter op de plas?
Jawel, ik weet, ze zeilt met Bas.
Wat doet mijn dochter nu vandaag –
Ze danst met Leo in Den Haag.
Zij zwemt met Dick, ze roeit met Piet,
Maar wat ze dóén, dat weet Paps niet.


Annie M.G.Schmidt (1911-1995)



donderdag 21 juni 2018


Donderdag
21
juni

Zie mij niet aan

Zie mij niet aan, doe mij geen vragen,
Toon mij voor troost geen medelij:
’t Ongeluk, dat mij altijd heeft geslagen,
Gaat met het eind van ’t leven voorbij.


Steeds bleef ik eenzaam, nooit kende ik mijn vader,
Ik had een moeder die vroeg mij ontviel.
Ik had een vriend, hij werd mijn verrader;
Liefde vermoordde de rust van mijn ziel.

Wat zal nog hopen, wat zal nog vreezen,
Hier of hierna, wie ’t geloof heeft verloren?
Enkel het graf kan zijn jammer genezen,
Enkel het graf kan zijn snikken smoren.



Hendrik de Vries (1896-1989)
uit: Spaansche Volksliederen (1931)



zondag 10 juni 2018

Zondag
10
juni

Vast en zeker

Maar één ding dat staat vast, ik weet het zeker:
Ooit komt de dag dat ik ben uitgeteld.

’t Gezicht vervaagt tot een wat wazig veld
met horen is het ook al droef gesteld
de huid verschilfert en wordt steeds iets bleker
‘t geheugen raakt zo nu en dan bekneld
en maagzuur komt op afroep als een wreker
na ’t nuttigen van de geringste beker
wat ook voor speklap en kroketten geldt.

Ja, één ding dat staat vast, ik weet het zeker.

De spieren worden langzaamaan wat weker
terwijl de libido ~malaise~ meldt.
Geen middel van de beste apotheker
noch cornflake breakfast van het merk The Quaker
of acuprikken met een gouden speld
noch knokenkraker dan wel zielenbreker
voorkomen wat mij toch het meeste kwelt:
De sloopgang naar de Zwarte Gravensteker.

Ooit komt de dag dat ik ben uitgeteld
en dat staat vast, jawel, ik weet het zeker.





Adriaan van Dam (1942- ?)