woensdag 2 juni 2021

 

woensdag

2

juni

 

Juni

Voor juni bied ik je een heuvel aan
beschaduwd door bosschages en struwelen
met dertig landhuizen en twaalf kastelen
die alle om een kleine stad heen staan,

en middenin een bron waaruit spontaan
honderden waterloopjes zich verdelen,
die dartelend door groene gaarden spelen
en over ’t gras van frisse weitjes gaan.

En dadel, sinaasappel en limoen,
perzik en pruim, die sappig aan de daken
hangen van pergola en paviljoen,

en mensen die zózeer van liefde blaken
en zich zó inspannen om wel te doen
dat ze iedereen blij en gelukkig maken.




Folgóre da San Gimignano (1270-1322)


 

zaterdag 22 mei 2021

 

zaterdag

22

mei

 

Dorst!

 

Heerlijk, de zon schijnt weer
Snel dit terrasje op!
Eventjes zitten
Wat fijn is het hier

Ik heb een chronische
Dehydratatieangst
‘Ober, doe mij maar een
Pilsje of vier’

 

Adjudant B

 

Nat!

 

Wat een onstuimigheid
Waardeloos lenteweer
Regen en windhozen
Kou op de borst

Níks geen terrassen en
Antidepressiezon
Hoog die verwarming
En zuurkool met worst

 

Ben Hoogland

vrijdag 21 mei 2021

 

vrijdag

21

mei

De moerbeiboom

De moerbeiboom is niet als andre boomen,
Die vroeg ontluiken in het lentelicht.
Als overal knoppen en bloesems komen,
Blijven alleen zijn takken stil en dicht.

Het is of hij de milde zon niet voelt,
En niet hoe lenteregen hem bespoelt.
Hij lijkt te stroef, te eenzaam om te bloeien.
En toch zwelt teeder leven in dien stam.
Daar komen langzaam stugge blaren van,
Waaronder langzaam donkre vruchten groeien.




Jo Landheer (1900-1986)
uit: 
Donkere vruchten (1937)




dinsdag 11 mei 2021

 

dinsdag

11

mei

Het baanwachtershuisje

Het kleine huis, dat aan de spoorbaan staat,
Waarlangs de koorts van ’t reizen komt gevlogen,
— De bonte wasch hangt aan de lijn te drogen —
Wie weet, hoe zacht daarbinnen ’t leven gaat?

En deze jonge moeder met het kind —
Haar droomen drijven op haar zuivre zinnen
Naar de verliefdheid van het eerst beminnen
Bij de oude omhelzing van den zomerwind.

Maar zelfs al was dit onuitzegbre mijn,
Nog zou het diepst verlangen niet verdwijnen
Om na dit derven en dit lange schijnen
Eindlijk te zíjn.




J.C. Bloem (1887-1966)

vrijdag 26 maart 2021

 

vrijdag

26

maart

Talisman

Mollen vangen
niemand zeggen
samen naar
de overkant.

Dolle honden
stugge heggen
gunstige
planetenstand.

Knekelhuis en
schedeharen
Statenbijbel
maandverband.

Wichelroede
van Catharen
vers gedolven
kerkhofzand.

 

Casper van den Berg (1945-1993)




woensdag 24 maart 2021

 woensdag

24

maart

 

Eerste lentedag

Weer de lente. De verbijsterde oogen,
Falende in het winters bleek gezicht,
Zien de huizen en de bruggebogen
Op en neer gaan in het wankel licht.

Zien en zien niet door de duizelingen
Van de weer oneindige rivier;
Zon en water kruisen daar hun klingen
En het hart is bonzend en niet hier.

Weer een lente en de haar bitter-eigen
Zilte geur, die langs de kaden glijdt.
Is ’t het tij, dat stroomopwaarts komt stijgen —
Of de zeelucht van de eeuwigheid?



J.C. Bloem (1887-1966)



dinsdag 23 maart 2021

 

dinsdag

23

maart

De dikste kloostermuren zijn bezeten
En spitsen de oren naar ons veil rumoer,
Ik ben op u, gij zijt op mij gebeten.
Ik ben de duivel, en gij zijt zijn moer!

Mijn liefde heb ik aan uw val gemeten.
Ik sla de maat voor een soldatenhoer.
De dikste kloostermuren zijn bezeten
En spuwen kruis en krans en kralensnoer.

Hoe vaak hebt gij mij ’t zangersfeest verweten?
Komaan, ’k verkoop u aan een herenboer
Die met twee gouden hammen heeft ontbeten!

Ontucht’ge padden spieden door de reten
Naar de geliefde van een troubadour.
De dikste kloostermuren zijn bezeten!




Simon Vestdijk (1898-1971)