donderdag 22 juli 2021

 

donderdag

22

juli

 

De Ark van Noach

 

Mijn hoeven zijn dan weliswaar gespleten,
maar omdat ik mijn voedsel niet herkauw,
mag geen gelovig mens mijn lichaam eten.
Daarbij, ik heb te veel in drek gezeten.
Zo’n modder wroetend beest, wie eet dat nou?

Dus hoor ik tot de kaste der onreinen.
De ark bevat daarvan één paar, niet meer.
Het is wel zielig voor de andere zwijnen,
die zullen van de aardbodem verdwijnen,
maar met mijn zeug ben ik een blije beer.

De reine beesten zijn met zeven paren.
Veel runderen en schapen heb je hier.
Dat heeft bij nader inzien veel bezwaren:
de rammen willen met één ooi slechts paren.
en zeven koeien vechten om één stier.

Ik lig hier met de moeder aller zeugen.
Ze ligt wellustig bij haar liefste beer.
Die onverwachte boottocht zal ons heugen:
we houden van elkaar met volle teugen
en als het even kan gaan we tekeer.

In onze tweezaamheid drijft niemand wiggen,
maar Noach haalt ons dikwijls uit elkaar.
Zijn ark is veel te klein voor extra biggen.
Dus zegt hij dat wij rustig moeten liggen,
maar daar staat onze varkenskop niet naar.

De nieuwe wereld kent nog geen gezinnen
behalve ons, de trotse pap en mam.
Wij wroeters zijn gereed om te ontginnen.
De drooggevallen aarde laat ons binnen.
Droog stonden ook de stier, de bok, de ram.

 

Niels Blomberg



woensdag 21 juli 2021

 

woensdag

21

juli

 

Ik
ben niet bang
voor wat er
zal gebeuren.

Er zullen
witte dieren
door het veld
gaan lopen
en dat
zal alles zijn.

 

Jan Arends (1925-1974)



donderdag 8 juli 2021

 

donderdag

8

juli

Weemoed

O, weemoed waaraan Waspik lijdt,
Westhem, Westhoek en Waterscheid,
Weemoed van Woensel, Windeweer,
Van Wilsum, Wouw en Westermeer,
Van Wapenveld en Wemeldinge,
Van Wedde, Weel en Wageningen.
O, weemoed om de waterschuwen,
om jongens die geen meisjes huwen,
Om ’t hoofd waarop geen haar gekamd wordt,
De woning waar geen wig gewamd wordt.
O, weemoed om het weerbericht
Om alles wat, niet waterdicht,
Door weer en wind wordt overvallen,
Om feesten die in ’t water vallen.
O, weemoed om de weduwen,
Om duwers die niet meeduwen,
Om herders die hun vee schuwen,
Om wallen die geen vijand weren,
En dijken die geen water keren.
En weemoed om het worstenvel,
Om wat er niet en wat er wel
In worstevellen wordt gedaan.
O, weemoed om het werwaarts gaan.
En weemoed om de wederhelft
Die zich verdrinken wou in Delft.
O, weemoed om de watertoevoer,
Om wederin- en wederuitvoer,
Om Willemsvaart en Willemsorde,
Om wezens die niet wijzer worden,
Om witte- en om tarwebrood,
Om heel de wijde wereldkloot.
O, weemoed om het wederzien,
Om wachten en niet langer wachten
Op wat door anderen werd ontvreemd
En wat zij nimmer wederbrachten.

O, weemoed, weemoed boven al
Om wat er van ons worden zal,
Om al wat was en wat zal wezen
En waarvan niets ons kan genezen.




Daan Zonderland (1909-1977)



zondag 4 juli 2021

 

zondag

4

juli

’t Is een wonderlijke wereld

’t Is een wonderlijke wereld
Waar des menschen voet in staat, —
Vol van fraaigedoste ellende
En van fijnbeschilderd kwaad.

’k Zie gemeenheid, die beschaafd is,
Domheid, die niet weinig weet,
Need’righeid, die innig trotsch is,
Misdrijf in een heilig kleed.

Nullen van gewichtig aanzien,
Schande en schuld, die glorie heet,
Arme rijken, lage hoogen,
Jeugdige ouden, lachend leed.

't Is een wonderlijke wereld,
Waar des menschen voet in staat, —
Mensch! word wijs door goed te aanschouwen
Hoe onheilig-dwaas ’t hier gaat.




Eliza Laurillard (1830-1908)
uit: Bloemen en knoppen (1878)




 

zaterdag

3

juli

 

Juli

Ik stuur je in juli met je kameraden
naar Aristano met z’n dikke wijn
en z’n in peper, zeezout en azijn
bereide vette varkenskarbonade,

en dan daarbij nog bittere salade
met koolblad, salvia en roosmarijn,
en dan als klapstuk van dat vreetfestijn
een taai stuk vossenvlees dat ze daar braden.

En rondlopen in zware monnikspijen,
hoezeer je ook wordt geroosterd door de hitte,
en heftig met de gastheer bakkeleien

wanneer die vrek weer op je zit te vitten,
en alle vrouwen diep vermaledijen
die je constant achter de vodden zitten.




Cenne da la Chittara (?-1336)

vrijdag 2 juli 2021

 

vrijdag

2

juli

 

Juli

In juli zit je in Siena vroeg en laat
bij kruiken wijn uit verre oogstseizoenen
en kelderkoele dranken met citroenen
met al je vrienden fuivend langs de straat:

vruchtengelei in volle overdaad,
geroosterde patrijzen en kapoenen,
reebokken, bosfazanten en kalkoenen,
en als je ’t lust, knoflook met kalfsgebraad.

’t Er goed van nemen met je kameraden
en niet de hitte ingaan, die maakt je slap,
en steeds gekleed in luchtige gewaden:

blijf rustig zitten en verzet geen stap,
zorg dat de dis met spijzen is beladen,
en gun je vrouw geen vinger in de pap!




Folgóre da San Gimignano (1270-1322)

zondag 20 juni 2021

 

zondag

20

juni

 

 

Ode aan de naïviteit

 

Gelukkig de man

die niet weet hoe alles gaat;

die verwonderd om zich heen ziet

en het al gebeuren laat.

 

Hij is in oorden blijven steken

die geen mens bevatten kan,

ook hijzelf snapt er slechts weinig

vaak zelfs gene snars meer van.

 

Toch is hij gelukkig, ondanks

vele nare wederwoorden:

ergens weet hij dat zijn wezen

liefde straalt voor soortgenoten.

 

Leve de naïeveling’

Hij is van goud, mijn lieveling!


Een van de broeders van de

Abdij “Maria Toevlucht” te Zundert

Ik vermoed broeder Tinus