donderdag 26 augustus 2021

 

donderdag

26

augustus

De hovenier

Gij die behagen schept in bloemen,
Treedt binnen in mijn bloemenhof,
Ik heb voor aller wensen stof,
En mag op keur van schoonheid roemen;
Op deze welbeplante grond,
Kan men zijn keur de teugel vieren,
Men moet op dit benedenrond,
Het levenspad met bloemen sieren.

’k Schenk ’t kruidje-roer-mij-niet de fijnen,
Deez’ goude knoopjes aan de vrek,
Deez’ blaauwe klokjes aan de gek,
Narcissen aan die schoon wil schijnen,
Den scherpen esdoorn aan de nijd,
Slaapbollen schenk ik aan de tragen,
Deez’ wilgentakjes aan de vlijt,
De zonnebloem die gunsten vragen.

Aan helden schenk ik deez’ laurieren,
Deez’ blanke lelie aan de deugd,
Deez’ duizendschoontjes aan de jeugd,
En d’ eik zal ’t hoofd der burgers sieren;
Den poppulier de babbelaar
Deez’ bloeiende aloë de grijzen,
Dit judasgeld de woekeraar
De passiebloem schenk ik de wijze.

En aan smachtende sentimentelen,
Schenk ik het juffertje in het groen,
Hen die verliefde wenschen voên,
Zal ik met myrthe en roos bedelen.
Mijn liefdes voorwerp zal m’ altoos,
Hoe langer en hoe liever boeien,
Voor haar bewaar ik eene roos,
Aan welkers steel geen doornen groeien.




Anoniem (rond 1800)

vrijdag 20 augustus 2021

 

vrijdag

20

augustus

 

Waterland

Neem Hollands boer zijn guldens af,
Zijn centen en vierduiten;
Dan houdt hij nog zijn vette klei
En staat er bij te fluiten.

Neem Hollands boer zijn landen af;
Dan houdt hij nog zijn water;
Daar maalt hij toch weer land uit op,
Wat vroeger of wat later.

Neem Holland al zijn dijken weg
En laat het onderloopen;
Geen nood: elk kaasboerinneke
Gaat visschersnetten knoopen.

Neem Holland al zijn boomen weg
Zijn wilgen en zijn peppels;
Dan ruischt nog Hollands windezang
Door 't riet van sloot en greppels.

Maar neem je Hollands water weg,
Zijn plassen en zijn vaarten;
Dan is mijn land geen Holland meer,
Al staat het op de kaarten.

Dan wordt het duin een woestenij,
Dan dorren al de weiden,
Dan gaat mijn mooie Holland dood,
Omdat het dorst moet lijden.




Johan van Meurs (18??-19??)
uit: Vijf variaties op een Hollandsch thema (1913)

maandag 2 augustus 2021

 

maandag

2

augustus

Augustus

 

De maand Augustus heb ik uitverkoren 

Voor frisse buitenlucht, in Senegal; 

Als medicijn is u in dit geval 

Een ritje daags van dertig mijl beschoren. 

 

Uw paard is ongezadeld, zonder sporen 

Sjokt ge eindloos langs een stinksloot door een dal; 

Thuiskomend brengt ge uw magre knol op stal 

In 't slachthuis, waar ge een scheldwoord krijgt te horen. 

 

En mocht u deze rustkuur niet voldoen, 

Klim dan naar Chiusi en uw krachten tanen 

Zo dat ge uw jas zelfs niet meer uit kunt doen. 

 

Platzak moet ge u een weg door 't leven banen, 

Honger hebt ge als een wolf en 't koele groen 

Ziet ge slechts eens per week in Siena’s lanen

 

Cenne da la Chittara (?-1336)

zondag 1 augustus 2021

 

zondag

1

augustus

Augustus

 

Ik geef u in Augustus elk een toren 

diep in de luwte van een alpendal 

waar zeewind u niet overvallen zal 

en koelte heerst als bij het ochtendgloren. 

 

Zadels, en paarden wachtend op uw sporen, 

en draf door ochtenddauw en avondval, 

en binnen elke mijl een buurvazal 

gastvrij in zijn domein en toebehoren. 

 

Wilt ge de teugel wenden met de noen: 

een beekje voert u in tot schaduwlanen 

en begeleidt u door het koele groen. 

 

En 's middags rusten onder de platanen 

om u met open beurs tegoed te doen

 aan alle goede gaven van Toscane.

 

Folgóre da San Gimignano (1270-1322)

zaterdag 31 juli 2021

 

zaterdag

31

juli

 

Weerdschap

Allemale welgekomen!
en aan tafel plaatsgenomen,
slaat een kruiske; doet een bee.

Pakt van ’t eerste een schepke mee,
’t noemt entreetje : ’t is goe meuge.
Drinkt Sauterne een ferme teuge.

Oxtailsoep dan – of hoe ’t zij –
met Chateau Corbin erbij,

Terrebut is best genoten
met een glas Cerons begoten.

Ossenspier in groentenblad
met Laroze of entwat.

’t Kieken moet er zijn als ’t foor is
met een glaaske Nuits Sint Joris.

Taarten, ijsbak naar uw zin,
speelt het met wat schuimwijn bin!

Nonnegoed en sneukeldingen
binst de flesschen openspringen,
sulfers, tabak, ’t lied erop;

Koffie, leute, zware kop.
Kruiske, bede en zonder liegen
zijn de beestjes nu gaan vliegen!



Warden Oom (1861-1934) (
Aloïs Edouard Vermeulen)
uit: 
Volkse verzen (1973)



donderdag 22 juli 2021

 

donderdag

22

juli

 

De Ark van Noach

 

Mijn hoeven zijn dan weliswaar gespleten,
maar omdat ik mijn voedsel niet herkauw,
mag geen gelovig mens mijn lichaam eten.
Daarbij, ik heb te veel in drek gezeten.
Zo’n modder wroetend beest, wie eet dat nou?

Dus hoor ik tot de kaste der onreinen.
De ark bevat daarvan één paar, niet meer.
Het is wel zielig voor de andere zwijnen,
die zullen van de aardbodem verdwijnen,
maar met mijn zeug ben ik een blije beer.

De reine beesten zijn met zeven paren.
Veel runderen en schapen heb je hier.
Dat heeft bij nader inzien veel bezwaren:
de rammen willen met één ooi slechts paren.
en zeven koeien vechten om één stier.

Ik lig hier met de moeder aller zeugen.
Ze ligt wellustig bij haar liefste beer.
Die onverwachte boottocht zal ons heugen:
we houden van elkaar met volle teugen
en als het even kan gaan we tekeer.

In onze tweezaamheid drijft niemand wiggen,
maar Noach haalt ons dikwijls uit elkaar.
Zijn ark is veel te klein voor extra biggen.
Dus zegt hij dat wij rustig moeten liggen,
maar daar staat onze varkenskop niet naar.

De nieuwe wereld kent nog geen gezinnen
behalve ons, de trotse pap en mam.
Wij wroeters zijn gereed om te ontginnen.
De drooggevallen aarde laat ons binnen.
Droog stonden ook de stier, de bok, de ram.

 

Niels Blomberg



woensdag 21 juli 2021

 

woensdag

21

juli

 

Ik
ben niet bang
voor wat er
zal gebeuren.

Er zullen
witte dieren
door het veld
gaan lopen
en dat
zal alles zijn.

 

Jan Arends (1925-1974)