maandag 2 mei 2022

 

maandag

2

mei

Mei

In de maand Mei verzoek ik u te aanvaarden

Een invitatie voor een volkstournooi,

Waar boerenkinkels vechten voor een fooi,

Op muildieren en kreup'le karrepaarden;

 

't Groot bal na afloop gaat allengs ontaarden

In knokken en gezuip van 't laagst allooi

En daarna stinkt naar zweet de hele zooi

Zo sterk, dat het de lucht verpest op aarde.

 

Andere dorpelingen weer verlangen

Stamppot van knoflook, peen en uien samen,

Welk feestgerecht zij met gejuich ontvangen;

 

Mesthopen liggen vlak voor alle ramen,

Oumannen kussen vrijsters op de wangen,

't Is alles vee en varkens wat ze uitkramen.

 

Cenne de la Chitarra

zondag 1 mei 2022

 

zondag

1

mei

 

Mei

 

Ik geef je in mei renpaarden voor toernooien,

die rap gehoorzamen aan elk bevel,

beproefde dravers, kleppers fier en snel

met rinkelende borst- en voorhoofdstooien,

 

en rijkdom van bekleding die in plooien

van zijde valt, met kleuren bont en fel,

banier, blazoen en schild van 't ridderspel

en oogverblindend schoon van bloemenstrooien.

 

Kapotbreken van lansen en van stangen,

guirlandes die van de balkons afdalen,

en sinaasappelen om op te vangen;

 

jongens en meisjes die elkaar onthalen

met kussen op de mond en op de wangen

en louter levenslust en liefde uitstralen.

 

 

Folgore da San Gimignano

zaterdag 23 april 2022

 

zaterdag

23

april

 

 

swypsturtsjes en haptonema

it begûn mei swypsturtsjes en haptonema fan de algen dy’t nei de meteoryt net
langer fan de sinne libje koenen. sy moasten yn beweging komme en op jacht,
lies ik yn ’e krante fan ’e moarne. ik makke der in foto fan, appte dy nei heidi.

ik miende dat it angst wie dy’t ús fuorret, betocht in teory dy’t de woartels fan
alle argewaasje yn ’e wrâld plante, yn ’e oerbefolking, de oerproduksje en it
massale wantrouwen nei inoar en de ynstitúsjes, in kontinuë allergy dy’t wy yn
stân hâlde

dat we tefolle bern krije sadat der genôch oerbliuwe om de leppels brij nei ús
sloppe mûlen te tillen letter, paste yn myn fynst. Dat we ús oan de tosken ta
bewapenje en in arsenaal oan middels ûntwikkelje litte om by de buorlju de saak
yn ’e war te stjoeren en dat net dogge út haat mar út angst, koe der moai by.

allegear omdat ik oer de algen lies en it alle moarnen op ’e senuwen krij as ik
my ûnder de minsken bejou dy’t op jacht binne. heidi soe it mear opfallen wêze
dat de algen neidat de sinnestrielen wer troch de jiske hinne batsten, stadichoan
de jacht staakten en op ’e nij fan it ljocht libben.

••

zweepstaartjes en haptonema

het begon met zweepstaartjes en haptonema van algen die na de meteoriet niet
langer van de zon konden leven. ze moesten in beweging komen en op jacht, las
ik in de krant vanochtend. ik maakte er een foto van, appte die naar heidi.

ik dacht dat het angst was die ons voert, kwam met een theorie die de wortels
van alle problemen in de wereld plantte, in de overbevolking, de overproductie
en het massale wantrouwen naar elkaar en de instituties, een continue allergie
die we in stand houden

dat we te veel kinderen krijgen zodat er genoeg overblijven om de lepels met
pap naar onze slappe monden te bewegen later, paste bij mijn vondst. dat we
ons tot de tanden toe bewapenen en een arsenaal aan middelen laten ontwik-
kelen om bij de buren de zaak in de war te sturen en dat niet doen uit haat maar
uit angst, kon er mooi bij.

allemaal omdat ik over de algen las en omdat ik het elke ochtend op mijn
zenuwen krijg als ik mij onder de mensen begeef die op jacht zijn. heidi zou het
meer opgevallen zijn dat de algen nadat de zonnestralen weer door de as heen
schoten, langzaam de jacht staakten en opnieuw van het licht leefden.




Tsead Bruinja (1974)
uit: ynbêde / ingebed (2022)




zondag 17 april 2022

 

zondag

17

april

 

eerste liefde

acht was ik en zij al negen
en wij waadden in de beek
ik was vreselijk verlegen
nog maar acht en zij al negen
maar hoe lief lachte mij tegen
zij naar wie ik zo graag keek
acht was ik en zij al negen
en wij waadden in de beek



Pieter de Bruijn Kops



maandag 11 april 2022

 

maandag

11

april

 

De tweede vrouw

Stil, huivrend, sluipt met aarzeltrage voeten
Door ’t oude huis de jonge vrouw en, laf,
Als ’t bange kind, dat vreest, een schim te ontmoeten,
Van de éene kamer wendt zij de oogen af.

Verledenhuis, waar saam zij leven moeten,
Zij en die doode, kil, vol geur van ’t graf!
Haar meisjesdroom met harteleed doet boeten
De wraak van Haar, wie ’t eerst hij liefde gaf.

Daar, in die kamer, treuren nog haar klêeren.
Een boek ligt open, waar zij ’t laatst in las.
Als op een altaar, roze en lelie eeren
Haar beeltenis —

                              Nu vroom berusting leeren!
Doch zij, die leeft, voelt wanhoop haar doorsperen
En weent — en wou dat zij de doode was.




Hélène Swarth (1859-1941)
uit: Beeldjes uit vrouwenleven (1938)