zaterdag 16 september 2023

 

zaterdag

16

September

Bij een nieuwe auto

Mijn nieuwe auto is een lichtgroene droom
hij hoeft niet warm te draaien zoals de oude
een rij feeërieke knoppen op het dashbord
geölied, krakend van leer, start direct in de vrieskou
in één woord een snoes zonder krasje of deukje

Ik moet er zuinig op zijn als op een vrouw
ik durf er haast niet mee te rijden van schroom
Judy heeft nog meegemaakt dat ik de oude kocht
en weer maakt zij de vernieuwing mee
wat wordt onze liefde al oud en bestendig

De vorige heeft mijn goede moeder nog gekend
zij zou het verkwisting vinden een nieuwe te nemen
ben benieuwd wat de nieuwe alzo zal passeren
ik tel mijn leven niet meer in jaren maar in auto's
dit wordt mijn derde nu en ik voel mij nog jong

 

Kees Winkler (1927-2004)



zaterdag 2 september 2023

 

zaterdag

2

september

 

Ode aan de aardappel

De aardappel heb ik lief daar hij,
Strevend naar volkomen rondheid,
Altijd ánders rond is,
En oogjes heeft
Als van een blindgeboren diertje.

Ik heb hem lief daar hij, zo lekker,
Door de Groten wordt miskend;
Daar zijn kruid zo lelijk
En zijn bloem zo onaanzienlijk is,

En vooral daar hij
(Alsof hij wist dat hij in vrouwenhand
Belandt)
Bescheiden en beschaamd
Zijn klootjes
Verborgen houdt onder het zand.




Ben Cami (1920-2004)



donderdag 17 augustus 2023

 

donderdag

17

Augustus

De vrouw van Lot

En zijne huisvrouw zag om van hem;
en zij werd een zoutpilaar.
Genesis

En zie, de rechtvaardige werd door Gods bode,
Groots, stralend, door ’t zwarte gebergte geleid,
Maar angst sprak zijn vrouw aan en leek haar te noden:
‘Je kunt nu nog omzien, er is nu nog tijd,

Kijk om naar jouw Sodom, naar ’t rood van de torens,
De hof waar je spon, waar je zong op het plein,
Naar ’t huis waar je kinderen werden geboren,
Waarvan nu de ramen al uitgedoofd zijn.’

Ze keek, en geketend door doodlijke pijnen
Verloor ze het licht in haar ogen. Terstond
Werd zij tot een zoutpilaar, wit en doorschijnend,
Haar voeten, eens rap, groeiden vast aan de grond.

Wie zal deze vrouw in de toekomst bewenen,
Wat stelde haar ondergang eigenlijk voor?
Mijn hart zal haar nimmer vergeten, degene
Die omzag, voor één blik het leven verloor.




Anna Achmatova (1899-1966)
uit: Gedichten (2023)



woensdag 16 augustus 2023

 

woensdag

16

Augustus

 

Ontwaken

In de hééle vroege dag
ving de merel aan te zingen,
met een vlijmend-zoet doordringen
van wat diep verborgen lag.

Ving de merel aan te zingen, —
en ik wist: wij waren beiden
in ons samenzijn gescheiden,
toen ik roerloos luisterend lag.

In de hééle vroege dag
zong de merel van ons beiden, —
alles wat ik had verzwegen;
zong hij mij het afscheid tegen
van wie argeloos naast mij lag.




Ida Gerhardt (1905-1997)
uit: Het veerhuis (1945)



zondag 13 augustus 2023

 

zondag

13

Augustus

Dag jongen ik zag je

huilen in de bus.

Ik wilde je nog vragen

wat er was

maar ik durfde niet.

 

Anoniem.

Velp, 1968

zaterdag 12 augustus 2023

 

zaterdag

12

Augustus

 

Dit Eiland

 

Hoe zijn wij hier geland, 

waartoe... vanwaar...? 

ligt ergens aan het strand 

dat vreemde schip nog klaar? 

en als het anker is gelicht, 

naar waar... naar waar...?

 

 

Stil, sluit de deuren dicht... 

bemin elkaar...

 

Adriaan Roland Holst (1888-1976)



woensdag 26 juli 2023

 

woensdag

26

Juli

 

Het goede voorbeeld

Vader leeft met onze moeder
altoos vergenoegd en blij!
O, hoe lieven zij elkander,
nimmer knorren zij als wij.

Toont er een iets te verlangen,
dan zegt de ander: dat is goed.
Moeder is het best tevreden,
als zij iets voor vader doet.

Vader poogt altoos te weten,
wat de wens van moeder is,
en hetgeen haar moet vervelen,
geeft aan vader droefenis.

Vader gaf de beste perzik
laatst aan Moeder met een zoen;
hij wou zelf er niet van eten:
Klaartje, zouden wij dit doen?

Liefste zusje! liefste broertjes!
o, het strekt ons tot verwijt,
Dat wij dikwijls zo krakkelen;
och, gij weet niet hoe ’t mij spijt.

Kom, mijn liefjes, laat ons leven
tot elkanders nut en vreugd!
Laat ons pogen na te volgen
vaders liefde en moeders deugd.

Daar alleen kan liefde wonen,
daar alleen is ’t leven zoet,
Waar men, blij en ongedwongen,
Voor elkander alles doet.




Hieronymus van Alphen (1746-1803)