dinsdag 3 oktober 2023

 

dinsdag

3

oktober

 

’t Is lang geleden

En voor den eten, ’s middags, werd de zegen
Gevraagd van ‘Vader, die al ’t leven voedt,’
En die zo trouw ‘ons spijzigt met het goed,’
Dat wíj wèl ‘van Zijn milde hand verkregen’.

Hij gaf de zon, en, als ’t moest zijn, de regen;
En deden we onze plicht met vroom gemoed,
En leerden braaf, en waren altijd zoet,
Zou Hij ons leiden op al onze wegen.

En vlak na ’t bidden praatte je niet hard:
’T was of een heel fijn, een heel prachtig ding
Rondom het eten over tafel hing;

En dankbaar was ik dan met heel mijn hart,
Dat we zo prettig bij elkander zaten;
Behalve ’s Maandag’s, als we zuurkool aten.




J.A. dèr Mouw (1863-1919)



zondag 17 september 2023

 

zondag

17

September

 

God woont in de Fokke Simonszstraat

 

Ik hoorde het van een zeereerwaarde
en hoogbejaarde dominee:
De Here wou met deze aarde
Niet één dag langer meer in zee.

Al zouden wij Hem overstelpen
met eredienst en dankgebed
het zou geen ene moer meer helpen:
Er werd een punt achter gezet.

Maar zie: daar was diezelfde morgen
zo’n rotjoch in de grote stad
een doodziek duiffie aan ’t verzorgen
Dat-ie op straat gevonden had.

‘Kristus, wat mot je dan? Wat wil je?
Ja, kijk me maar es effe an.
Godsallejeisis, beest, wat tril je.
Leg nou toch effe rustig, man.’

Toen heeft de Heer Zijn toorn bedwongen,
Want Hij kreeg schik in het geval
Hij spaarde dus de kleine jongen,
De zieke duif en het heelal.



Willem Wilmink (1936-2003)



zaterdag 16 september 2023

 

zaterdag

16

September

Bij een nieuwe auto

Mijn nieuwe auto is een lichtgroene droom
hij hoeft niet warm te draaien zoals de oude
een rij feeërieke knoppen op het dashbord
geölied, krakend van leer, start direct in de vrieskou
in één woord een snoes zonder krasje of deukje

Ik moet er zuinig op zijn als op een vrouw
ik durf er haast niet mee te rijden van schroom
Judy heeft nog meegemaakt dat ik de oude kocht
en weer maakt zij de vernieuwing mee
wat wordt onze liefde al oud en bestendig

De vorige heeft mijn goede moeder nog gekend
zij zou het verkwisting vinden een nieuwe te nemen
ben benieuwd wat de nieuwe alzo zal passeren
ik tel mijn leven niet meer in jaren maar in auto's
dit wordt mijn derde nu en ik voel mij nog jong

 

Kees Winkler (1927-2004)



zaterdag 2 september 2023

 

zaterdag

2

september

 

Ode aan de aardappel

De aardappel heb ik lief daar hij,
Strevend naar volkomen rondheid,
Altijd ánders rond is,
En oogjes heeft
Als van een blindgeboren diertje.

Ik heb hem lief daar hij, zo lekker,
Door de Groten wordt miskend;
Daar zijn kruid zo lelijk
En zijn bloem zo onaanzienlijk is,

En vooral daar hij
(Alsof hij wist dat hij in vrouwenhand
Belandt)
Bescheiden en beschaamd
Zijn klootjes
Verborgen houdt onder het zand.




Ben Cami (1920-2004)



donderdag 17 augustus 2023

 

donderdag

17

Augustus

De vrouw van Lot

En zijne huisvrouw zag om van hem;
en zij werd een zoutpilaar.
Genesis

En zie, de rechtvaardige werd door Gods bode,
Groots, stralend, door ’t zwarte gebergte geleid,
Maar angst sprak zijn vrouw aan en leek haar te noden:
‘Je kunt nu nog omzien, er is nu nog tijd,

Kijk om naar jouw Sodom, naar ’t rood van de torens,
De hof waar je spon, waar je zong op het plein,
Naar ’t huis waar je kinderen werden geboren,
Waarvan nu de ramen al uitgedoofd zijn.’

Ze keek, en geketend door doodlijke pijnen
Verloor ze het licht in haar ogen. Terstond
Werd zij tot een zoutpilaar, wit en doorschijnend,
Haar voeten, eens rap, groeiden vast aan de grond.

Wie zal deze vrouw in de toekomst bewenen,
Wat stelde haar ondergang eigenlijk voor?
Mijn hart zal haar nimmer vergeten, degene
Die omzag, voor één blik het leven verloor.




Anna Achmatova (1899-1966)
uit: Gedichten (2023)



woensdag 16 augustus 2023

 

woensdag

16

Augustus

 

Ontwaken

In de hééle vroege dag
ving de merel aan te zingen,
met een vlijmend-zoet doordringen
van wat diep verborgen lag.

Ving de merel aan te zingen, —
en ik wist: wij waren beiden
in ons samenzijn gescheiden,
toen ik roerloos luisterend lag.

In de hééle vroege dag
zong de merel van ons beiden, —
alles wat ik had verzwegen;
zong hij mij het afscheid tegen
van wie argeloos naast mij lag.




Ida Gerhardt (1905-1997)
uit: Het veerhuis (1945)



zondag 13 augustus 2023

 

zondag

13

Augustus

Dag jongen ik zag je

huilen in de bus.

Ik wilde je nog vragen

wat er was

maar ik durfde niet.

 

Anoniem.

Velp, 1968