zondag 25 augustus 2024

zondag

25

augustus

Bij Lenins mausoleum

Lenin, nu rust ge in uw praal, gij groote mensch,
gij die geen praal gezocht hebt of verlangdet;
nu rust g’ in de valsche praal, gij waaracht’ge,
die zal diene’ om millioenen te verblinden,
hen af te houden van zelfstandig denken,
gij die de plicht van het zelfstandig denken
aan uw makkers voorhield als eerste plicht.
Nu ligt ge in de praal, die dienen zal
om millioenen te doen buigen
voor uw gezag, als waar het van een god, —
hen te doen zweren bij uw woorden
als bij de woorden van een god, —
gij die het zweren bij ieder gezag
verfoeid hebt als de bron van alle kwaad
en met woedende felheid hebt bestreden.




Henriette Roland Holst (1869-1952)




vrijdag 16 augustus 2024

 

donderdag

16

augustus

 

Het zonnespectrum

Ik hield een prisma in de hand
En wierp een schijnsel op de wand,
Dat, schoon het zonlicht, doorgaans wit,
Uit zijnen aard geen kleur bezit,
Zo velerhande kleuren droeg,
Dat ik mijzelve, peinzend, vroeg,
Hoe toch dit klaar, doorschijnend glas,
Dat zelf volkomen kleurloos was,
Al deze kleuren scheppen kon
En halen uit het licht der zon.

Het licht, dat door dit prisma viel,
Werd mij het beeld van mijne ziel,
Die eveneens een prisma vond,
Waardoor zij hare stralen zond,
Een glas, waarmee ik heb gespeeld,
En dat haar wezen dús verdeeld
En dús gekleurd heeft en getint,
Dat zij maar nauw zichzelf hervindt
In ’t spel van deze regenboog,
Die zo veelkleurig is voor ’t oog.

Edoch, omdat het klare glas
Der kunst volkomen kleurloos was,
Vermoed ik, dat haar eigen aard
Dit kleurenspectrum heeft gebaard,
Dat steeds in ’t klaar en nuchter wit
Van mijne ziel verborgen zit.



Jacqueline van der Waals (1868-1922)



vrijdag 9 augustus 2024

 

donderdag

9

augustus

 

ONVERVREEMDBAAR

Dit wordt ons niet ontnomen: lezen,
en ademloos het blad omslaan,
ver van de dagelijksheid vandaan.
Die lezen mogen eenzaam wezen.
Zij waren het van kind af aan.

 

Hen wenkt een wereld waar de groten,
de tijdelozen voortbestaan.
Tot wie wij kleinen mogen gaan,
de enigen die ons nooit verstoten.

 

Ida Gerhard (1905-1977)



donderdag 8 augustus 2024

 

donderdag

8

Augustus

De wortels van het kwaad

Moeder natuur en vader cultuur
Zelden was een huwelijk zo zuur:
vader is een huistiran
en moeder ligt op sterven.
Hun mensenkinderen vechten zich dood
om wat zij nooit zullen erven.

 

Hans Plomp (1944-2024)



dinsdag 30 juli 2024

 

dinsdag

30

juli

 

Gelukkig leven

De luchte dans te zien van Nimfen en van knapen;
Te spelen op de fluit in ’t levenwekkend woud;
Zijn tijd te slijten met een aangename kout,
Of met het hoeden van een kudde onnoozle schapen.

Somwijl eens in de dag een lustig gat te slapen;
Te zien op zijnen dis de smakelijkste wijn;
Van ziekte of ongemak nooit aangedaan te zijn;
Nooit leëg te zitten; nooit te geeuwen noch te gapen.

Te minnen wie men wil; te vluchten d’echtenband;
Te hebben geld, en goed, en huis, en hof, en land,
Opdat men billijk mag aan elk het zijne geven.

Te volgen met ontzag des Hemels wijze wet;
Te houden zijn gemoed van misdaën onbesmet;
Da’s een genoeglijk, da’s een gelukkig leven.




Dit klinkdicht is zonder de Letter R

 

Theodoor van Snakenburg (1695-1750)



maandag 29 juli 2024

 

maandag

29

juli

 

Ik Hou Van Mij

Ik hou van.. mij
hoor je nooit zingen
Ik hou van mij
wordt nooit gezegd
maar ik hou van mij
ga ik toch zingen
want ik hou van mij, van mij alleen en ik meen het echt, hehehehe!

Ik hou van mij, want ik ben te vertrouwen
Ik hou van mij, van mij kan ik op aan
Ik hou van mij, op mij kan ik tenminste bouwen
Ik hou van mij en ik laat mij nooit meer gaan!

Ik blijf bij mij, en niet voor even
Ik blijf bij mij, voor eeuwig en altijd
ben zelfs bereid mijn leven voor mezelf te geven
ik blijf bij mij, totdat de dood mij scheidt!

Ik hou van jou
zeg ik soms ook wel
Ik hou van jou, schat en ik meen het echt
maar ik hou van jou zeg ik alleen maar voor de spiegel
zo komt ik hou van jou weer bij mezelf terecht, heeey! Ik hou van mij, van mij, van mij
en van geen ander, yeah yeah!
Want ik ben verreweg, de leukste die ik ken, jeuh
Ik hoef mezelf zonodig ook van mij niet te veranderen
ik hou van mij mezelf, gewoon zo als ik ben

Want ik hou van jou
betekent meestal:
schat, hier heb je mijn problemen, los maar op, jeuh!
ik leef in een hel en verwacht van jou de hemel (ja)
Je geeft de hel weg, dank je wel zeg,
rot lekker op

Want houden van een ander,
dat heb jij alleen maar nodig
omdat je niet genoeg kan houden van jezelf
Hou van jou joh, maak de ander overbodig,
want ware liefde, geloof me, begint áltijd
bij jezelf

want ik hou van jou is niet de sleutel tot de ander
maar ik hou van mij, al klinkt het bot en slecht
want wie van zichzelf houdt, die geeft pas echt iets kostbaars
als ie ik hou van jou tegen een ander zegt

 

Harrie Jekkers



vrijdag 19 juli 2024

 vrijdag

19

juli

Penelope schrijft Ulysses

Dit is een brief die Penélopé stuurt aan je, lakse Ulysses.
     (Nee, hoef geen brief terug,
kom maar in eigen persoon.)

Troje, dat wij Griekse meisjes zo haatten, ligt plat. Zo’n gedoe voor
     Priamus? Heel die stad?
Had niet gehoeven voor ons.

O was die echtbreker tóen maar op weg met zijn vloot richting Sparta
     opgeslokt voor hij daar was,
dit door een zee, ziek van drift;

ík zou het – A – niet zo koud hebben, hier in dat troosteloos bed en –
     B – zou niet (steeds zielsalleen)
klagen dat elke dag kroop.

Ook kreeg mijn weduwenhand niet terwijl ik de nacht weer ontliep – waar
     toch al geen eind aan komt –
kramp van dat weefgetouw.

En die gevaren! Veel erger dan echte! – Wanneer was ik níet bang? –
     Dat is het hele probleem:
liefde maakt flink ongerust.

Woeste Trojanen die jou te lijf gingen. (Zag ze zó voor me:
     Hector! Alleen bij die naam
stikte ik al van angst.)

Als iemand zei dat Antilochos dit keer op zijn beurt gedood was,
     zat ik natuurlijk meteen
over Antilochos in.

En toen Menoites’ zoon sneuvelde, ondanks de truc met de rusting,
     huilde ik weer omdat list –
slim zijn – je ook soms niet helpt.

Toen Tlepólemus’ bloed een Lycische lans lauw gemaakt had
     was ik opnieuw overstuur
door Tlepólemus’ dood.

Steeds als, kortom, in het kamp van de Grieken een stierf werd het hart van
     een hier, die veel van je houdt,
kouder dan ijs van schrik.

God had het goed met me voor, hield vast met mijn zuivere liefde
     rekening: Troje is as.
Mijn held heeft Hij gespaard.




Ovidius (43 v.C. - 17 n.C.)

vertaling: Harrie Geelen (1939)