zaterdag 25 oktober 2014

Zondag

26
oktober


De Ceder


Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,
gij kunt het zien, gij schijnt het niet te willen.
Een binnenplaats meesmuilt ge, sintels, schillen,
en schimmel die een blinde muur aanrandt,
er is geen boom, alleen een grauwe wand.
Hij is er, zeg ik en mijn stem gaat trillen,
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,
gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.

Ik wijs naar buiten, waar zijn ranke, prille
stam in het herfstlicht staat, onaangerand,
niet te benaderen voor noodlots grillen,
geen macht ter wereld kan het droombeeld drillen.
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant.



Han Hoekstra (1906-1988)

vrijdag 24 oktober 2014

Donderdag

23
oktober
 Vlaggen

Ik heb mijn vlaggen bij jouw deur geplant,
je ruikt de plekken, zonder het te willen.
Besmeur ik hiermee vuilnisbakken, schillen,
de rotzooi die jouw kleine hof aanrandt,
jij geeft niet thuis, een teken aan de wand.
Ik roep je, voel het onderhuidse trillen,
Ik heb mijn vlaggen bij jouw deur geplant,
je ruikt de plekken, zonder het te willen.

Ik glip naar buiten, waar de zon haar prille
licht op het voorjaar vlijt, onaangerand,
en snuif de lucht, geef toe aan liefde’s grillen,
maar jij blijft liggen, ik kan jou niet drillen.
Ik heb mijn vlaggen bij jouw deur geplant.





Ben Hoogland

zondag 19 oktober 2014

Zondag

19
oktober


Aan mijn verzekeringsagent

Er is tien meter van mijn tuin verbrand,
Gij kunt het zien, gij schijnt het niet te willen
Benedenmaats, meesmuilt ge, gans verschillen
Die dingen niet met wat was aangeplant
Ik zie geen boom, alleen een zwarte rand
Ze stonden er, zeg ik, mijn stem gaat trillen
Er is tien meter van mijn tuin verbrand,
Gij kunt het zien, gij schijnt het niet te willen

Ik wijs naar buiten, maar mijnheers pupillen
Staan in 't herfstlicht haast al roodomrand
Niet te benaderen voor noodlots grillen
Een brandverzekeraar valt niet te tillen
Er is tien meter van mijn tuin verbrand


Remko Koplamp

dinsdag 14 oktober 2014

Dinsdag

14
oktober


Vergankelijkheid

Er staat een Conifeer in onze tuin
Uit zaad ontkiemd en groeiend zonder zorgen
Jaar in jaar uit, van d’ ochtend tot de morgen
Op fiere stam, geen centimeter schuin

Er staat een Conifeer in onze tuin
Ooit aangewaaid, een eigen plek verworven
In zwarte aarde, nooit door gif bedorven
Goed negen meter hoog van grond tot kruin

Er stond een Conifeer in onze tuin
Na zes en twintig jaar is hij gestorven
De reden van zijn sneven bleef verborgen
Zijn groene kwasten schrompelden tot bruin


Nog één keer zal hij geur en vreugde geven:
als haardvuur in een kort maar vlammend leven


Adriaan van Dam

donderdag 9 oktober 2014

Donderdag

9
oktober



“Hoe verder hij ging des te langer zijn terugweg”
C.Crone gaat thans op tournee door de stad
Je weet waar ie jaren een topplekje had?

Dat werd afgebroken, dat was dikke pech!
Misschien ging het alles in goed overleg

Nu hangt hij te pronken vlak naast het station
Een lijst aan een wand  van grauw gietbeton
Maar ooit gaat hij verder, wat ik je nu zeg!



Frans Woortmeijer

dinsdag 7 oktober 2014

De beroemde regels van C.C.S. Crone, die zeker twintig jaar de zijgevel van het inmiddels gesloopte pand Van Sijpesteijnkade 35 sierden, komen terug. Op dit moment staat Jos Peeters op een steiger op het Stationsplateau te puzzelen hoe hij die letters op de kunststof gevelafwerking moet krijgen voor aanstaande woensdag.