vrijdag 18 november 2016

Vrijdag

18

november

IK ZAG

Ik zag een ijsbeer frisbees baren
Een kerncentrale deed de was
Mijn huisarts won het WK staren
Van een oranje weekendtas
Een vetplant pijpte een agent
En Donald Trump werd president

Ik zag een kurk zijn vrouw verlaten
De geiser geselde de paus
Amandelstaven maakten straten
Van antivries met pindasaus
De hutspot stierf zoals gepland
En Donald Trump werd president

Ik zag een luizenbondbetoging
De kapper had zijn fruit gelakt
Een ladder deed een zelfmoordpoging
Met tictacs en een wurgcontract
Doornroosje kietelde een band
En Donald Trump werd president

Ik zag het aan met lede ogen
Het bijzettafeltje bij nacht
De smurfen zonder reukvermogen
De trieste weegschaal en ik dacht
Al bijna: Ach ja, alles went
Maar Donald Trump werd president


Theo Danes


zondag 13 november 2016

Zondag

13

november


Geketend door de liefde
Zoals een nachtegaal, die een onbewaakt
moment benut om aan zijn kooi te ontkomen,
eenmaal ontsnapt uitbundig in de bomen
en tussen ’t gras ’t genot der vrijheid smaakt,
zo had ook ik me lachend losgemaakt
van al die kwellingen en boze dromen
die ’t oog van bitterheid doen overstromen
bij al wie ’t spoor door liefde bijster raakt.
Ik had uit Venus’ tempel al weer gauw
alles terug, en fier en vastberaden
liep ik ermee te pronken als een pauw,
toen Amor mij (o Lot, schenk mij genade!)
ineens weer als gevangene van jou
met nieuwe pijn en nieuwe smart belaadde.


.
.
Tullia d’Aragona (ca. 1510-1556) was de dochter van een kardinaal en een van de beroemdste courtisanes uit het cinquecento.
.
vert. Frans van Dooren
.
Frans van Dooren – Gepolijst albast, acht eeuwen Italiaanse poëzie – Amsterdam 1994,153

donderdag 27 oktober 2016

Donderdag

27

oktober


Ode aan de sixties

O, jaren zestig, boterkoek
en circus Sarrasani
O, Sunlight-witte onderbroek
en Eddy Christiani.

O, strenge paters, Johnny Hoes,
vertrapte voetbalschoenen
O, zinken wasteil, doorkijkbloes,
en tante's kleffe zoenen.

O, zwarte kachel, kolengruis,
mijn step met grote wielen
O, Nisska-kam, O, neet en luis,
en preek voor zwarte zielen

O, jaren zestig, ommekeer,
de Beatles, nozems, branie
O, jaren zestig, kom toch weer;
en Eddy Christiani.


Ben Hoogland

dinsdag 18 oktober 2016

Dinsdag

18

oktober

Ik had u niet gevraagd...

Ik had u niet gevraagd: gij zijt gekomen...
Veel bloemen bloeiden in mijn stillen tuin;
de zoele Meiwind wiegde kruin tot kruin
vol teere bloesems, frisch als lentedroomen.

Ik had u niet gevraagd: gij zijt gekomen,
Muze der smarten, in mijn stillen tuin;
daar bogen levenloos nu twijg en kruin,
en bloem en blad verschroeide op plant en boomen.

O geef mij weer mijn slanke en eedle jeugd,
mijn argelooze liefde en heldre vreugd,
nauw door een waas van weemoed overtogen.

'k Voel niets meer dan dien eeuwgen wanhoopsdrang,
maar, door uw felste woede en haat bewogen,
zal ik u vloeken tot mijn laatsten zang.

(October 1896)




Prosper Van Langendonck (1862-1920)
uit: 
Werk (1926)

woensdag 21 september 2016

Donderdag

22

September

Troonrede-lied


Weer sprak de koning van zijn troon,
Een kamer-oopning-rede;
Van welvaart, bloei en overvloed.
Vooruitgang, vrijheid, vrede.
Of hij gelooft hetgeen hij sprak,
Of die het heeft geschreven,
Dat is aan ieder kamerlid
En ons geheim gebleven.

Hij zeide dat de watervloed,
Provincie's overstroomde,
En dat de zucht om wel te doen,
De smart en nood betoomde.
Hij stelt die zucht op hoogen prijs
En moet het open zeggen;
Een nieuwtje, om nu maar heel bedaard,
Bij heel veel ouds te leggen.

't Is vrede met het buitenland! —
De leeuw jaagt op geen hazen — 
In Braband tappen aan de Maas
Wel honderd waterbazen.
Maar nu heeft Braband ons beloofd,
Niet meer zoo druk te tappen.
En 
't Farobier — dat doet pleisier —
Zoo zwaar niet te verslappen.

De zee- en landmagt zijn vol vlijt,
Adres aan het kamperen.
De duiten, voor die pret gevraagd,
Die doen ze heel wat leeren,
Militie-wet en schutterij,
Zal 't buitenland doen blozen;
Wij hebben krijgers, kloek en forsch,
Uit Neurenburger doozen!

In 
de Oost gaat het verbazend goed,
Een trouwe band verbindt het:
Maar die er ook naar tweedragt zoekt,
Bij, mijne kroon! die vindt het.
Op Borneo, zoo Oost als Zuid,
Daar vechten zwarte nikkers;
Maar onze mannen werken ook
Met kruid en looden knikkers.

De West — daar wenscht de slaaf zich vrij
Och, 
doe dat maar, mijnheeren!
'k Zal u een doos vol plannen nog
Voor 't moederland vereeren!
Bij ons gaat alles opperbest:
De handel bloeit in vrijheid,
En als ik zoo mijn volk bezie,
Daar springt mijn hart van blijheid.

Wel gaat de scheepsbouw niet vooruit,
De vaart bleef op de hoogte,
En 
't pretje in 't groot Amerika,
Houdt menig schip op droogte,
Aardappelen! die komt de boer,
Helaas, ons ziek vertoonen,
Maar anders ging het exellent
Met rapen en met boonen!

De tienden moeten afgekocht,
Geneeskunst krijgt haar wetten;
De kunsten bloeijen als een roos,
Wilt maar op Haarlem letten.
Bij ons wordt ieder kunstnaar rijk,
De werkman koopt zijn buiten,
De zaken van het onderwijs,
Moet ook uw taak omsluiten.

Weldra ligt ons lief Nederland,
In 't spinneweb van sporen,
Reeds zijn ze, heeren! hier en daar,
Aan 't meten en aan 't boren.
De dijkbreuk brengt een kasbreuk aan,
Daar moeten w' aan gewennen!
De wetten voor de dominés
Zult gij ook spoedig kennen!

Die heeren vragen, en met regt,
Pensioenen voor hun preken;
Och, wat men aan ministers doet,
Doet dat ook aan de steken,
Het regt, mevrouw justitia!
De strafwet naar believen!
Dat alles, heeren! wacht u nog
Tot afschrik van de dieven.

De rijksfinantien? — Geen nood.
De burgerlui betalen;
Belasting vraagt men overal
In Holland of Bengalen.
Ik spreek u nog van 't kroondomein.
Tarieven van accijnsen;
Die karrewijtjes moeten u,
Maar niet terug doen deinzen'.

Veel wacht u, en gewigtig is,
De taak; maar 'k blijf vertrouwen,
Dat gij dit jaar, zoo als 't verleen.
De hand steekt uit de mouwen.
Een zij uw doel; God zegene,
Ons dierbaar Neerlands staatje!
Adieu Messieurs! Een volgend jaar
Hou ik hetzelfde praatje!




Asmodée (waarschijnlijk:
A.A.T. Visscher (1819-1881).
uit: 
Oranje-moppie. Verzameling van snaaksche verzen en liederen, den Koning opgedragen (ca. 1865)

donderdag 15 september 2016

Donderdag

15

September

Sonnetten hier, sonnetten daar!
Een wereld vol sonnetten!
Men is er machtig gauw mee klaar
In spijt der stipte wetten.
Al loopt de zin wel wat gevaar,
Daar valt niet op te letten;
Het fijne van de mis is maar
Ze goed ineen te zetten.
Een klinkdicht – als ’t in ’t Hollandsch heet –
Heeft niets te doen dan klinken;
En hebt gij daar den slag voor beet,
Uw roem zal eeuwig blinken…
Zie zoo; het mijne is ook gereed,
En hoor het eens rinkinken!


Nicolaas Beets

zaterdag 27 augustus 2016

Zaterdag

27

Augustus


Moira

Clotho heeft haar draad gesponnen van je moeder's navelstreng
In de grote boze wereld, ook al ben je klaar, best eng
Jij doet dan je ogen open, ziet het eerste levenslicht
Achter je nog vaag de haven, die verdwijnt uit het gezicht

Lachésis had reeds gemeten, wist hoe lang jouw draad zou zijn
Welke bochten, welke kronkels, welke blijdschap welke pijn
Langs het pad gelegen waren, door het lot voor jou bereid
Nu eens blijdschap, dan verdriet, geloof, hoop, liefde op zijn tijd


Atropos was het tenslotte, die jouw draad dan heel kordaat
En voor altijd door zou knippen, waarna jij niet meer bestaat

Wie door nagelaten oeuvre, als hij zelf is heengegaan
Anderen nog blijft beroeren, heeft het beregoed geDaan


Andrea