zaterdag 10 maart 2018


Zaterdag
10
maart

Boekenweek

De vrienden van het goede boek
Tref ik nu aan in stille hoek,
In leeszaal of in bibliotheek,
Want ja, het is weer Boekenweek!

Geen tijd voor and’re dingen nu,
Geen boerenkool met uitjes-jus.
En in de kerk geen enk’le leek,
Want zie, het is weer Boekenweek!

Je lekke band blijft even stuk,
Geen films nu van Donald Duck.
’t Is stil in Huizen, Doorn en Sneek,
Want kijk, het is weer Boekenweek!

Frans Woortmeijer
uit: Een nieuw geluid (2010)



woensdag 7 maart 2018


Woensdag
7
maart


Lot

Ooit bonsde vol onstuitbaarheid
Zijn jongenshart voor haar
Nu ziet hij echter tot zijn spijt
Een forse zoutpilaar

Otto van Gelder
Lotje

Ooit bonsde vol onstuitbaarheid
Dat meisjeshart van haar
Nu ziet zij echter tot haar spijt
Een slappe zemelaar

Helder

Nooit bonsde vol onstuitbaarheid
Haar meisjeshart voor hem
Nu zegt zij hem dat zonder spijt
Gewoon ad hominem



Inge Boulonois

Hij volgde blind de luim van God
Want Die vond omzien fout
Voor deze hondentrouw kreeg Lot
Zijn liefste weer als zuil van zout


Frits Criens

dinsdag 6 maart 2018


Dinsdag
6
maart

Vroege Voorjaarsavond

Het ongelezen boek viel naast hem neder;
Hij streek langs de ogen met een vage hand,
En keek naar buiten: 't eerste lenteweder
Betoverde het schemerende land.

Er was een waas van het aanvanklijk lover
Om het afzonderlijke, zwarte hout,
En iets als zoelte zweemde de avond over,
Maar waar de wind zijn vleugel sloeg was 't koud.

De lenten gingen en de lenten komen;
De wereld is een onverganklijk oord,
Waaraan de harten, eenmaal opgenomen,
Niet meer ontwijken dan door de éne poort.

Waarom dan zich in dromen te vergeten?
Laat het boek ongelezen. Wie, die 't deert?
Er is maar één ding, dat wij zeker weten:
Dat eens de lente ons nimmer wederkeert.

J.C.Bloem (1887-1966)



zaterdag 3 maart 2018


Zaterdag
3
maart

Deadline

De deadline zit me lelijk op de hielen,
Er is nog zoveel werk, zo weinig tijd.
Ik ging van start, heb eig’lijk al weer spijt,
Al zag ik regels, die me wel bevielen.

De tekst is veel, de keuze is heel groot.
Dat wordt dus schaven, schiften en veel stuffen.
Dit is een fase, dat ik niet mag suffen,
En ik schrijf door, maar met een hart vol lood!

Ik schrijf voor m’n plezier, niet voor m’n brood.
Aan’t werk dus snel, en nu niet langer talmen.
Woorden kunnen klinken, kunnen galmen.
Eén scheepje wordt allengs een hele vloot.

Voor slim publiek, voor sukkels en debielen
Schrijf ik mijn tekst. Er is voor elk wat wils.
’t Is klaar: Nu gauw een saffie en een pils.
Wat werkt dat goed, die deadline op je hielen!

De deadline zit me lelijk op de hielen.
De tekst is veel, de keuze is heel groot.
Ik schrijf voor m’n plezier, niet voor m’n brood,
Voor slim publiek, voor sukkels en debielen.

Frans Woortmeijer
uit: Deadline (2006)




vrijdag 2 maart 2018


Vrijdag
2
maart

De Weerribben

Het water is geen halve meter diep.
Daaronder ligt nog grif twee meter modder,
Soms spat het op in blauwe-grijze klodders,
Dit is het land, dat Nêerlands God zich schiep.

Het water wordt bedekt met waterplanten.
Dan komt er riet, dat groeit door alles heen.
Er groeit gewas, waar eerst nog water scheen.
Dit is een land, bestemd voor rauwe klanten.


De bomen zijn maar onkruid in het veld.
Ze groeien snel, je zult ze moeten wieden.
“Kies voor ’t riet”, was wat de wijzen rieden.
“Al is’t werk zwaar en brengt je weinig geld!”

Toch was de raad der wijzen zeer terecht.
Kijk naar dit land, gebied van Zwarte Fruinen,
Van elf en dwerg, van eng’len met bazuinen,
Dit Overijssels landschap is nog echt!

Frans Woortmeijer
uit: Foto van mijn Vader (2005)



donderdag 1 maart 2018


Donderdag
1
maart

Als Holland winters is getooid,
En wij van kou welhaast verrekken,
Blijkt Friesland dichtbevolkt met gekken,
Die ’s winters gekker zijn dan ooit.

De maffe koppen, strak gelooid,
Ontspannen plots in losser trekken
Terwijl zich rond de stuurse bekken
Een soortement van glimlach ontplooit.

In onverstaanbare gesprekken
Worden dan praatjes rondgestrooid,
Die ijdele verwachting wekken,

Totdat de goden, als het dooit,
De hoop der dwaze halzen nekken.
Nee, de elfstedentocht komt nooit!


Driek van Wissen
uit: De badman heeft gelijk