zaterdag 29 september 2018

Zaterdag
29
september


Weg uit dit snertklimaat!
Snel naar Sicilië!
Daar is het zonnig
En warm bovendien


Ook zijn er prachtige
Vulkanologische
Stromen van klotsende lava
Te zien


*

Onder limoenbomen
Schitterend zwemwater
Vrolijke klanken
En vriendelijk volk


Dit is een heerlijke
Strakblauwehemeldag
Nergens een weeralarm,
Nergens een wolk


*

Nacht in Sicilië
Tsjirpende krekeltjes
Ook worden bronstige
Kikkers gehoord


Soms klinkt een ijzige
Porcamadonnaschreeuw
Als er een maffiabaas
Wordt vermoord
Peter Knipmeijer (1970)
uit: Typisch Sicilië (2018


dinsdag 25 september 2018


Dinsdag
25
september

Betrapt


Op het tentamen wist ik het niet meer!

Ik raakte in paniek, begon te zweten

Hoe kon ik het op dit moment vergeten

Hoe eindigde 'De Avonden' ook weer?


Ik wilde spieken, maar daar liep meneer

Zo waakzaam als een leeuw die nog moet eten

Ik vocht een stille strijd met mijn geweten

Zou ik het wagen voor die ene keer?


Mijn handen gleden naar mijn boekentas

Maar net voor ik het vond - daar had je hem!

Zijn aanblik deed mijn stoute vingers beven


Zijn ogen flitsten achter brillenglas'

Het is gezien', zo donderde zijn stem'

En het is niet onopgemerkt gebleven'


C.Abbing


zaterdag 22 september 2018


Zaterdag
22
september

Koning Den

Op een dag was er voldoende te eten.
Toen bouwden we steden
langs grote rivieren. De een ging uit
werken, de ander leerde bevelen.

Er waren regels nodig.
Wie ze verzon, voorzag
zichzelf van hermelijn.
Zo begon het heersen.

De sterkste armen grepen
met legers om zich heen.
Men liet zich dienen. Anderen
dansten een tijdje naar je pijpen.

Kwam er sleet op je koningskleed,
dan sleep je stenen, haalde uit.
Er werden slagen geïncasseerd.
Bloed genoeg om te vergieten.

Om te vergeten ging je voor de leeuwen.

Peter Theunynck (1960)
uit: Tijdrijder (2018)



dinsdag 18 september 2018


Dinsdag
18
september

De tusschenkomst

Bij mijn tafel, toen de kamer donker werd, kwamen
uit de voortijden twee gedaanten staan, en zij
wezen op een kristal, roepende mij bij namen
van wind en licht: de dood rees als een maan in mij.


Maar ruischend kwam een derde
en wees naar de rand wolken,
die in het gouden westerraam lagen gedoofd:
ik zag, en weedom om de puinen van de volken
zonk in mijn hart toen hij zijn hand legde op mijn hoofd.


A. Roland Holst (1888-1976)
uit: De wilde kim (1925)



vrijdag 7 september 2018


Vrijdag
7
september

Over de zwakheid van het verenkelde

Als een zeevaarder die denkt te bewijzen
plantend zijn vlag in ’t zand het recht van macht
over ’t onnooz’le volk waar zijne reizen
hem tot hun onheil hebben heengebracht –
zoo doet hij, die zijn machtwoord luid laat rijzen,
boven den wil van een geheel geslacht,
vergetend dat gezamenlijke wijzen
alleen, de schoonheid paren aan de kracht.

Want koren worden gemak’lijk gedragen
door ruimten heen, waar ééne stem bezwijkt
wijl alle stemme’ in kore’ elkander schragen.
En wie alleen wil zingen, moet niet klagen
wanneer zijn stem soms onwelluidend blijkt,
en niet zoo ver, als een koor draagt, kan dragen.


Henriette Roland Holst-van der Schalk (1869-1952)


maandag 3 september 2018


Maandag
3
september


Herstelwerkzaamheden

Heer Meijer Papegaai , Bram Gosselaar,
Voorts Jacob Duim en Isaac Hagenaar
Zijn namen die al eeuwen zijn vergeten.

Toch zijn ze hier recent opnieuw geboren!

Hoe zouden wij ooit van hen kunnen weten:
Was Meijer dik, wat had Abram voor haar?
Had Jacob Duim een grote vriendenschaar?
En Isaac’s dochter, hoe zou zij wel heten?

Toch zijn ze hier recent opnieuw geboren!

Ik zie de zwarte verf in’t zonnegloren.
Te pronken staat een schoongepoetste zerk.
Ik zou stil zijn bewoners willen storen
Om eventjes te vragen: “Moet je horen,
Zijn jullie dik tevreden met dit werk?”
Frans Woortmeijer
uit: Zeeburg, Geschiedenis van een Joodse Begraafplaats (2014)


maandag 27 augustus 2018


Maandag
27
augustus

Liefde voor later

Hij zegt ‘ja schat’ eer zij is uitgesproken
Zij trekt zijn stropdas nog een keertje recht

Twee harten zwijgen verder uit elkaar

Ze leven zo al vijfenveertig jaar
Elk in hun eigen loopgraaf weggedoken
Te bang voor een beslissend eindgevecht

De stilte sijpelt door de dunne muren
En echoot door de brave nieuwbouwflat
Hij zegt nog wel eens ‘lief ik hou van jou’
Zij kijkt opzij en draait zich om in bed
De thermostaat staat hoog doch blijft de kou
Hun ‘ja’ klonk voor de Heer en voor de wet
Voor hen staat vast dat huwelijkse trouw
En echte liefde zoveel jaar kan duren


Ben Hoogland