vrijdag 15 november 2019


vrijdag
15
november

Sonnet

Zij ging zoo rustig door de jaargetijden
Des levens, of het altijd winter was
En avond, en zij bij het haardvuur las
Van eigen leed, dat andren moesten lijden.

Zij werkte zonder weerzin of verblijden:
Boende het huis en zeemde 't vensterglas;
Bereidde 't maal en deed de groote wasch
En liet zich roerloos in den slaap verglijden.

Zij wist van vreugde niet, bedwong geween,
Maar louter, als een zacht patina scheen
Iets zilverigs om haar eenvoudig wezen.

Zij was zoo zuiver en zij deed zoo klaar
Alsof ze één van Gods milde handen waar',
Druk bezig om de wereld te genezen.


Willem de Mérode (1887-1939)
uit: De donkere bloei (1926)



zondag 10 november 2019


zondag
10
november


Over de muur

Oost Berlijn, Ünter den Linden.
Er wandelen mensen langs vlaggen en vaandels.
Waar Lenin en Marx nog steeds op hun voetstuk staan.

En iedereen werkt, hamers en sikkels.
Terwijl in parade pas de wacht wordt gewisseld.
Veertig jaar socialisme, er is in die tijd veel bereikt.

Maar wat is nou die heilstaat, als er muren omheen staan?
Als je bang en voorzichtig met je mening moet omgaan.
Ach wat is nou die heilstaat, zeg mij wat is ie waard?
Wanneer iemand die afwijkt voor gek wordt verklaard.

En alleen de vogels vliegen van oost naar west Berlijn,
worden niet teruggefloten, ook niet neergeschoten.
Over de muur, over het ijzeren gordijn.
Omdat ze soms in het westen, soms ook in het oosten willen zijn.
Omdat ze soms in het westen, soms ook in het oosten willen zijn.

West Berlijn, de Kurfürstendam.
Er wandelen mensen langs porno en piepshow.
Waar Mercedes en Cola nog steeds op hun voetstuk staan.

En de neonreclames die glitteren lokkend.
Kom dansen kom eten, kom zuipen kom gokken.
Dat is nou veertig jaar vrijheid, er is in die tijd veel bereikt.

Maar wat is nou die vrijheid, zonder huis, zonder baan?
Zoveel Turken in Kreuzberg, die amper kunnen bestaan.
Goed je mag demonstreren, maar met je rug tegen de muur.
En alleen als je geld hebt dan is de vrijheid niet duur.

En de vogels ze vliegen van west naar oost Berlijn,
worden niet teruggefloten, ook niet neergeschoten.
Over de muur, over het ijzeren gordijn.
Omdat ze soms in het oosten, soms ook in het westen willen zijn.
Omdat er brood ligt soms, bij de Gedächtniskirche.
Soms op het Alexanderplein.

Harry Jekkers/Klein Orkest





donderdag 7 november 2019


donderdag
7
november


Liefde onder ambtenaren

’s-Hertogenbosch, 12-06-2019

Geachte mevrouw Visser, beste Marianne,

Als gevolg van een reorganisatie
binnen onze liefdesrelatie
moet je ondanks jouw bevalligheid,
rekening houden met boventalligheid.

Onze liefde, voor zover ik de cijfers weet,
wordt het komend jaar verder uitgekleed.
Het goede nieuws is: die liefde blijft bestaan,
maar zal in afgeslankte vorm de toekomst in gaan.

Ik hoop dat je daar begrip voor hebt.
De details bespreek ik tussen half aug. en half sept.

Met collegiale groet,

J. van Dorp, Unit Manager
UWV ’s-Hertogenbosch


Lévi Weemoedt (1948)
uit: Gezondheid (2019)



zondag 3 november 2019


zondag
3
november


Goden!

Goden willen wij zijn !
Naakt en zuiver, en rein
Van zonde en van schijn,
En van edele waarde,
Verlost van schande en pijn,
Schoon van dit slaafsch venijn,
En zalig zalig op aarde!


Goden willen wij zijn !
Met een staag brandend brein,
Helder als klaar kristallijn
En zingend bij zingende snaren,
Die al wat bang is en klein
Bevleugle en bevrijn
In den storm onzer stormende scharen!


Goden willen wij zijn !
Dansend in zonneschijn,
Dat die, schuimend als zomerwijn,
Onze lijven doorperelt,
Dat het leven zij één refrein
In een wijd en wild festijn
Van goden goden op deze wereld!


C.S. Adama van Scheltema (1877-1924)



vrijdag 1 november 2019


vrijdag
1
november

Elegie prénatale

Ik sta te dromen op de brug, ik zie de bomen in het water
Ik zie de lucht en even later voel ik de blikken in mijn rug
Van al die mensen die daar staan en die mij streng vertoornd vragen
"Moest jij dat echt zo nodig wagen, waarom deed jij haar zoiets aan"

Ik weet het best het is mijn schuld dat ik te vroeg met je moest trouwen
Maar voor het genoeglijk nestje bouwen had de natuur toch geen geduld
Het was zo'n zachte nacht in mei, maar ga dat maar eens expliceren
Aan al die dames en die heren, die meer geluk hadden dan wij

Men zegt tot mij je bent een vod, je bent de schand van de familie
Van onze propere domicilie, denk eens aan ons en ook aan God
En daarbij trekt men dan een smoel alsof ik knoflook heb gegeten
Van zo'n vent wil geen christen weten, die kwetst het eerbaarheidsgevoel

Des zondags luistert men naar 't woord en psalm zingt luide al te gader
Maar ik sta buiten als de dader van een negatieve moord
Vergeving en verdraagzaamheid, ja die zijn goed voor liberalen
Van die onchristelijke kwalen is mijn familie gans bevrijd

Een wijze oom is advocaat en regelt onze huwelijkszaken
Een hok met uitzicht op de daken, maar anders stonden we op straat
Mevrouw hiernaast die alles ziet zit achter het raam en wringt haar handen
Ze roept gekwetst: "Het is een schande", omdat jij moeder wordt, zij niet

Als ik jouw kind was lieve schat dan werd ik liever niet geboren
Dan liet ik niets meer van me horen, dan bleef ik zitten waar ik zat
Want de familie lieve meid is met de toestand zo verlegen
We hebben de kliek nu eenmaal tegen, want zij trouwden wel op tijd

Boudewijn de Groot



zaterdag 26 oktober 2019


zaterdag
26
oktober


Kwartjesdag in Artis

I

Netjes naast mekanderlopen
Hiero in de dierentuin
Draag je pet niet zo besope
Kees, je kouse zitte schuin

II

Hier is effe! De kemeele
Met een bult uit de woestijn
Loop me niet zo te vervele
Vor me voete, stuk segrijn!

III

Ha!... de ape
Niet zo schreeuwe!
Blijf nou effe bij mekaar
Of ik gooi je voor de leeuwe
Snuit je koker en bedaar!

IV

Die daar met die blauwe billen
Met een broekie van ´t bestuur…
Asse jullie ijssies wille
Nou vooruit maar, van de huur!

Willem van Iependaal (1891/1970)




dinsdag 22 oktober 2019


maandag
21
oktober

Spreeuwen

Er wordt gebumperkleefd, gemiddelvingerd
wanneer de weg opeens wordt afgesneden
Gevloekt, geschreeuwd, gescholden, klem gereden
En append langs de middenstreep geslingerd

Terwijl het zonder vloeken, schelden, schreeuwen
Perfect gaat in een wolk van duizend spreeuwen
Otto van Gelder