vrijdag 24 januari 2020


vrijdag
24
januari

Gerijmel van een ouder iemand 
                    
 
Aan ’t eind van wat men ‘sixties’ heet
herken ik amper mijn planeet,
de wereld die me geestkracht gaf –
zo hield ik chaos van me af.
 
De gouden tijd naar mijn idee
is al zo’n zestig jaar gelee,
met badkamers riant, royaal
en bidden voor het avondmaal.
 
Het auto- en het vliegverkeer
is efficiënt hoor, maar niks méér;
machinerie waar ik van droom,
die werkt op waterkracht of stoom.
 
De knop moest om: ik ben gezwicht
voor ’t adequaat elektrisch licht,
al koester ik de trappenhuizen
waarin nog vleermuisbranders suizen.
 
Familiespoken uitgedreven
maar niet hun waarden opgegeven:
dat plichtsbesef van protestanten
heeft praktische en mooie kanten.
 
Thuis zong men samen nog van blad,
’t was schande als je schulden had –
contant betaal ik tot mijn dood:
niks op de pof en nooit in ’t rood.
 
’t Vertrouwde kerkboek, goud op snee,
gaat onderhand drie eeuwen mee.
Een frisse preek is goed en wel,
getorn aan liturgie: een hel.
 
Seks was – en zal dat altijd zijn –
het allerlokkendste geheim,
maar de kiosk was toen nog vrij
van blaadjes vol smeerpijperij.
 
Welsprekendheid was kunst; was norm,
gold als beschaafde omgangsvorm.
Een scheet verdraag ik beter dan
vrij vers of zo’n nouveau roman.
 
Ook blijf ik verre van de school
die dweept met mythe en symbool;
wat ik betracht is: literaat zijn
voor lezers die niet van de straat zijn.
 
Als alles mag in elke les,
wie vindt dat onderwijssucces?
Wel wijzer waren de docenten
die mij Latijn en Grieks inprentten.
 
De ‘generatiekloof’ – ocherm,
we doen het maar met deze term –
wiens schuld die is? Van jong én oud
die niet zijn moerstaal onderhoudt.
 
Maar liefde en genegenheid,
die zijn nooit in, of uit de tijd.
’k Heb trouwe vrienden, inderdaad,
met wie ik eet, met wie ik praat.
 
En dan zou ík vervreemd zijn? Kul!
Ik die een nieuwe rol vervul,
nog mijn draai zoek in dit huis,
voel me bij wat echt is thuis.

 
Doggerel by a senior citizen, W.H. Auden (1907-1973)
vertaling: Judy Elfferich


zaterdag 18 januari 2020


zaterdag
18
januari

Op een schaap



Een wakker schaap uit Wervershoof
verwerpt het christelijk geloof.
Het lijkt haar onzin allemaal:
de scheppingsweek, het kerstverhaal
en Jezus lopend op een meer.
Ze zegt: 'De herder is mijn Heer.'


Wim Meyles



vrijdag 17 januari 2020


vrijdag
17
januari

Op een besneeuwde rozenstruik

Stuif vrij, gevlokte sneeuw! op 't rozenstruikje neder
dat eenzaam in de tuin ontbladerd staat en kwijnt.
Uw wollig kleed bedekk' 't voor vorst en winterweder,
totdat de lente weer in al haar glans verschijnt!
Dan groei' het schoner op met nieuw verkregen kleuren
door 't glanzig purperrood des dageraads bestraald!
De dampkring van rondsom verspreide zoetste geuren
en heerlijk zij de bloem die op de stengel praalt!

Zo moge ook eens deze aarde ons stofflijk deel bedekken
als de opgestoven sneeuw dit dorre struikje doet!
Eens zal de morgenstond der eeuwigheid ons wekken
en 'tgeen hier duister is, wordt Hemelzonnegloed.


Lubbertus Rietberg (1783-1826)

woensdag 15 januari 2020


woensdag
15
januari

Het kind dat wij waren

Wij leven ’t heerlijkst in ons vèrst verleden:
de rand van het domein van ons geheugen,
de leugen van de kindertijd, de leugen
van wat wij zouden doen en nimmer deden.


Tijd van tinnen soldaatjes en gebeden,
van moeder’s nachtzoen en parfums in vleugen,
zuiverste bron van weemoed en verheugen,
verwondering en teêrste vriendelijkheden.


Het is het liefst portret aan onze wanden,
dit kind in diepe schoot of wijde handen,
met reeds die donkre blik van vreemd wantrouwen.


’t Eenzame, kleine kind, zelf langverdwenen,
dat wij zo fel en reedloos soms bewenen,
tussen de dode heren en mevrouwen.



E. du Perron (1899-1940)
uit: Parlando (1930)

dinsdag 14 januari 2020


dinsdag
14
januari

I.M. Aart Staartjes


De oude man die in de diepte staart
en neerziet op het nietig aards gewemel
wist reeds: jou laat ik binnen in mijn hemel
jij bent hier heel hard nodig, meneer Aart

Voor jou heb ik één van de mooiste taken:
jij mag hier onze kindertjes vermaken

Ben Hoogland



dinsdag 7 januari 2020


dinsdag
7
januari


Goede voornemens

Rookt u alweer? Of houdt u het nog dapper vol?
En, zeg eens, heeft u nou uw moeder al gebeld?
Steeds in gesprek? Dat is een argument dat telt...
Oh, hoe bevalt het leven zonder alcohol?

En 's morgens trimmen, heeft dat al wat uitgehaald?
Twee hondenbeten, maar u zet voorlopig door.
Ach ja, zo'n hond neemt zich vaak heel wat anders voor.
Nóg iets, die rekening, heeft u die nou betaald?

Enfin...Nog éénenvijftig weekjes wachten maar,
dan krijgen wij opnieuw de kans met Oudejaar.

Jan Boerstoel



zaterdag 4 januari 2020


zaterdag
4
januari


DE NIEUWE OOSTER

De meeste bomen zullen ons hier overleven
tot ook hun ruisen in de eeuwigheid verstomt
en zij hun troost voor iedereen die na ons komt
onder hetzelfde juk, niet langer kunnen geven.

Soms ritselt nog het gras zowat vergeten namen
voor wie ze horen wil, al zeggen zij niet meer
wat zij ooit zeiden, maar wat ons een oogwenk weer
beseffen doet, waarom wij als tevoren kwamen

naar deze tuin die aan herdenken is gewijd:
het even stilstaan bij het doorgaan van de tijd.

Jan Boerstoel