zaterdag 28 maart 2020


zaterdag
28
maart 
Doe je ogen even dicht
doe je ogen even dicht en stel je voor dat dit ooit polderland was ........
eeuwenlang gras en koeien tot het plots een gebied werd vol huizen en pleinen ........
zeg maar in de periode voor de oorlog ........
kijk hier op de hoek was een haringstal met hollandse nieuwe 3 cent ........
en daar woonde zanger dirigent Meijer Smeer ........
en verderop was bakkerij Pront ........
en ginds stonden karrenloodsen waar men ook spandoeken schilderde ........
het was een tijd vol onrust en vernieuwing ........
het was een wijk vol leven waar veel mensen uit de oude Jodenbuurt neerstreken ..... 
een wijk waarin diamantwerkers onderwijzers en handelaren woonden ........
een veelal rode wijk waar zondags rumoerig werd gepraat over echt alles door de mannen op straat ........
een wijk waar geknikkerd werd diefje met verlos gespeeld touwtjegesprongen ........ 
waar het sjabbatsmaal op vrijdag het hart van alles was familie en kippensoep warme drukte en snoepgoed ........
een wijk waar je bij winkels op de lat kon kopen ........
en waar men elkaar hielp ondanks de armoede ........
waar in de winter lange ijsglijbanen blonken en op 1 mei werd gedanst ........
waar je ’s nachts treinen stoom kon horen afblazen ........
waar werklozen elke dag moesten stempelen ........
waar douchen in het badhuis 10 cent kostte ........
waar statig een synagoge verrees ........
een woonwijk voor de oorlog waar bonen op straat werden gedopt ........
en soms stevig met de NSB werd geknokt ........
en zangkoren ‘Dageraad’ heetten en ‘Kunst na Arbeid’ ........

voor de oorlog toen nog niet bijna alle Joodse bewoners waren afgevoerd en vermoord ........
voor de oorlog toen de spoorbrug uitpuilde van verbaasde mensen als een zeppelin overvloog ........
voor de oorlog toen de hele Tugelaweg nog vieren kon dat Sara Goedel-Trijtel 100 jaar oud werd ........
stel je de straat voor die dag versierd met vlaggetjes ........
kijk er staat een muziektent de opperrabijn spreekt en de koningin schenkt de jarige een ruststoel ........
het weer is fris maar helder ........
het is juli 1937 en het rommelt al stevig in het oosten ........
maar zoiets als oorlog lijkt nog onvoorstelbaar ver weg

maandag 23 maart 2020


maandag
23
maart


Vogels, vissen

Zet de radio uit. Je hoort niets nieuws. De stilte wacht geduldig af.
Vouw de krant dicht. Hij was oud voordat hij werd gedrukt.
Zoek niet, deel niet, duim niet tot je vierkant ziet.
Zet eindelijk het scherm op zwart.

Ik ben net zo bang als jij, net zo bezorgd voor iedereen
die ik niet missen kan. Ik had ook gespaard voor andere dingen:
verre reizen, eerste hulp bij een gebroken hart,
een auto die wat vaker start.

Maar: in Wuhan hoor je vogels zingen.
Boven China was de lucht nog nooit zo blauw.
In Venetiƫ zien ze vissen in het helderste water sinds tijden.

De kunst van leven was altijd dezelfde: ongevraagd komen,
ongewild gaan, intussen doen wat je het liefste doet,
vrede sluiten met je lot.

Sluit de voordeur. Zet de tuindeur open, voel de zon op je gezicht.
Denk voor je uit wat niemand hardop durft te zeggen:
wij zijn een virus dat een virus heeft gekregen.


Ingmar Heytze (1970)



zondag 22 maart 2020


zondag
22
maart

De Hollander

Krijg toch allemaal de klere
Val voor mijn part allemaal dood
Als ik maar buiten kan flaneren
Geen mens die mij ooit wat verbood

Noodalert of mooie woorden
van de koning of premier
Ik doe of ik ze niet hoorde
Geef de middelvinger mee

Afstand houden, handen wassen
Rustig in de rij gaan staan
Zeggen dat ik op moet passen
Trek ik me geen reet van aan

Handgel dreigde op te raken
Rausde alles mee zonet
Kan ik dikke winst mee maken
Als ik ze op Marktplaats zet

Wanhoop in de ziekenhuizen
Aantal bedden opgeschaald
Niet zo over miezemuizen
Worden ze toch voor betaald

Mochten ze me komen halen
Met de ambulance mee
Eis ik dat ik zonder dralen
Voorrang krijg op de IC

Magere Hein die op komt draven
Geef ik nog een grote bek
En wanneer ze me begraven
Wil ik wel de beste plek!

Niek Kalberg

donderdag 19 maart 2020


donderdag
19
maart


De scholen zijn dicht

We waren het bijna vergeten, dat de stad heel langzaam
stil kan worden, kan fluisteren: 'Blijf thuis vandaag.'
Dat je door thuis te blijven een nieuwe betekenis
van vrijheid kan vinden.
Dat een weekend zonder voetbal je relatie kan bevorderen.
Dat extra wc-papier je niet zal redden.
Dat quarantaines niet echt bestaan,
maar zijn verzonnen om te kunnen lezen.
Dat je leest om jezelf te vergeten.
Dat een zondagmiddag een hele week kan duren,
maar dat toch elke seconde telt.
Dat we kwetsbaar zijn,
dat dat ons sterk maakt.
Dat hulpverleners eigenlijk superhelden zijn.
Dat de wind een waarschuwing is van hartslagen
om te herstellen.
We waren het bijna vergeten, dat we bestaan in relatie,
dat we samen allemaal zijn.
Dat we even op afstand blijven,
zodat we heel langzaam
dichter tot elkaar kunnen groeien.


Gershwin Bonevacia
Stadsdichter van Amsterdam



dinsdag 17 maart 2020


dinsdag
17
maart


Een kind als dit



In deze zinsbegoochelende duisternis komt, over een pad
van gedoofd sterrengruis, barrevoets een heel klein jongetje
aangeschuifeld, zijn ogen half toegeknepen, zijn blik
slaperig en ongericht, de nachtwind strijkt haast liefdevol
door het geelblonde, licht krullende haar –

de kou heeft zijn minieme piemeltje verschrompeld
net als het scrotumpje daaronder,
waarin nog niets lijkt ingedaald

hoe manmoedig duwt hij zijn stroeve, driewielige looprek
niet voort, het houten handvat is zijn enige houvast
nu hij in al die naderende, wringende bochten nooit zijn grip
kwijt mag raken, de stangetjes van het gelaste
onderstel zijn zo fragiel, dat het dadelijk, daarginds
wel eens heel erg mis zou kunnen gaan

maar wie stuurde hem, met een klets op zijn gat, een ferme
klap op een van zijn broze schoudertjes, het ongewisse
van de wereld in, zonsopgangen, pesthaarden, dampende
mestvaalten, liefdesnesten, gebrandschatte gehuchten
en vertrapte graanakkers, veelbelovende regenbogen tegemoet?

uit alle macht tracht hij de dunne staak, aan het eind
waarvan een paar windmolentjes prijken, in balans te houden
terwijl hij zelf ternauwernood zijn evenwicht bewaren kan

voetje voor voetje – en dat al eeuwenlang


Hans Tenteije, in Het Liegend Konijn. Jaargang 5 (2007)





zaterdag 7 maart 2020


zaterdag
7
maart


Scheren

Over de strakke huid waait zand;
baardloos de kaak van de predikant.

Op het schavot van vel over been
glijdt om geloofswil het mes langs hem heen.

Het badkamerraam ziet op zolder uit
en op een verkeersbord: een voorrangsruit.

De wind houdt de blauwe luchtvlag strak.
IJs gloeit in een plas op 't garagedak.

De Heer is mijn herder, 'k heb al wat mij lust.
De dienaar van 't woord grijnst ongerust.

Zijn kind, een klein broertje, vraagt een zoen.
Zijn lippen missen half. Overdoen?

Tonnus Oosterhoff




woensdag 4 maart 2020


woensdag
4
maart
Stille slooten

Onder de wilgeboomen
heb ik het water stil gezien.
Schaduw is langs gekomen,
van een kapel misschien.


Achter de grijze takken
strekte de verre lucht heel blauw.
Droomend lagen de vlakken
groen kroos in het watergrauw.


En de begrasde kanten
schenen geweldig hoog te gaan :
schuchtere waterplanten
scholen er tegenaan.


Zoo vond ik stille slooten
vol van bedaarden zonneschijn
en heb de rust genooten
van hun gelukkig zijn.



Jan Prins (1876-1948)
uit: Tochten (1911)