vrijdag 7 september 2018


Vrijdag
7
september

Over de zwakheid van het verenkelde

Als een zeevaarder die denkt te bewijzen
plantend zijn vlag in ’t zand het recht van macht
over ’t onnooz’le volk waar zijne reizen
hem tot hun onheil hebben heengebracht –
zoo doet hij, die zijn machtwoord luid laat rijzen,
boven den wil van een geheel geslacht,
vergetend dat gezamenlijke wijzen
alleen, de schoonheid paren aan de kracht.

Want koren worden gemak’lijk gedragen
door ruimten heen, waar ééne stem bezwijkt
wijl alle stemme’ in kore’ elkander schragen.
En wie alleen wil zingen, moet niet klagen
wanneer zijn stem soms onwelluidend blijkt,
en niet zoo ver, als een koor draagt, kan dragen.


Henriette Roland Holst-van der Schalk (1869-1952)


maandag 3 september 2018


Maandag
3
september


Herstelwerkzaamheden

Heer Meijer Papegaai , Bram Gosselaar,
Voorts Jacob Duim en Isaac Hagenaar
Zijn namen die al eeuwen zijn vergeten.

Toch zijn ze hier recent opnieuw geboren!

Hoe zouden wij ooit van hen kunnen weten:
Was Meijer dik, wat had Abram voor haar?
Had Jacob Duim een grote vriendenschaar?
En Isaac’s dochter, hoe zou zij wel heten?

Toch zijn ze hier recent opnieuw geboren!

Ik zie de zwarte verf in’t zonnegloren.
Te pronken staat een schoongepoetste zerk.
Ik zou stil zijn bewoners willen storen
Om eventjes te vragen: “Moet je horen,
Zijn jullie dik tevreden met dit werk?”
Frans Woortmeijer
uit: Zeeburg, Geschiedenis van een Joodse Begraafplaats (2014)


maandag 27 augustus 2018


Maandag
27
augustus

Liefde voor later

Hij zegt ‘ja schat’ eer zij is uitgesproken
Zij trekt zijn stropdas nog een keertje recht

Twee harten zwijgen verder uit elkaar

Ze leven zo al vijfenveertig jaar
Elk in hun eigen loopgraaf weggedoken
Te bang voor een beslissend eindgevecht

De stilte sijpelt door de dunne muren
En echoot door de brave nieuwbouwflat
Hij zegt nog wel eens ‘lief ik hou van jou’
Zij kijkt opzij en draait zich om in bed
De thermostaat staat hoog doch blijft de kou
Hun ‘ja’ klonk voor de Heer en voor de wet
Voor hen staat vast dat huwelijkse trouw
En echte liefde zoveel jaar kan duren


Ben Hoogland



donderdag 16 augustus 2018


Donderdag
16
augustus

Drie vrouwen

Drie vrouwen kennen elkaar langer wel dan niet.
De eerste woont in een grijze stad, de tweede
in een groene en de derde in een gele.


Een van de drie leeft voor muziek terwijl de andere twee liever
met een man onder de dekens naar voorbijrijdende auto’s luisteren.
Van die twee is er een de weg kwijt terwijl de eerste en de derde niets
van zich splitsende paden weten. De derde van de drie gedraagt zich soms
een beetje destructief terwijl de eerste twee genoegen nemen met alles
wat al uit zichzelf kapotgaat.

De tweede van de drie praat altijd over dingen die ze heeft gelezen
zoals dat een man die schrijver was het delirium dat hij had terwijl hij
in het ziekenhuis lag had willen vergelijken met het leven van
soldaten in de loopgraven. De andere twee interesseert dat niet
zij zien ook minder kansen om de wereld van de ondergang
te redden met een rieten mand of tafeltennisbatje.


Drie vrouwen schrijven elkaar ieder jaar een verjaardagskaart.
Ze worden altijd even oud totdat de eerste ermee ophoudt,
of de derde of de tweede.


Gerda Blees (1985)
uit: Dwaallichten (2018)



maandag 13 augustus 2018


Maandag
13
augustus

Dag Zomer


die warmte ben je straks weer zo vergeten
dan ga je rillend, kleumend over straat
de regen stort met bakken waar je staat
van herfst en winter zul je maanden weten

maar schaatspret ga je in geen jaren krijgen
de winters zijn weer net niet koud genoeg
je hebt alleen ellende voor de boeg
jou rest dan nog tv en mokkend zwijgen

het is niet anders, draag je lot maar fier
of pak een voorraad jajem dan wel bier
je mag van mij de hele winter drinken

zelf ga ik weer zes maanden naar de tropen
en heerlijk in de zon langs stranden lopen
misschien zal ik een keertje op je klinken


Jacob van Schaijk

zondag 12 augustus 2018


Zondag
12
augustus

De Reseda

Geen Hokousaï, geen Vermeer,
Zelfs niet de vlammendste Vincent,
Verteedert en ontroert mij meer
Dan, met zijn bloembak van cement,

De kamer, blauw en brons gekleurd,
Waar, naast roos en petunia,
De onoogelijke reseda,
Onzichtbaar haast, standvastig geurt


Als vroeger, als voor vijftig jaar.
Hier, naar het lichaam en den geest,
Is liefde werklijkheid geweest
En alles wat ik droomde waar.


Jan van Nijlen (1884-1965)



maandag 6 augustus 2018


Maandag
6
augustus


Amsterdam

Wanneer je denkt hoe het vroeger was
de kleine orgelman in Casablanca
– je ziet hem nu nog wel op straat –
smeet de jofele meiden door de dancing
het was de tijd dat Kid Dynamite nog leefde
die alles kon op trompet en sax
aan de drum zat een neger met een gouden bril
zo ernstig we noemden hem de deftige sprinkhaan
dat was 1950
dat was de muziek
voordat de 45-toerenplaat hier kwam

Later kwam rock ’n roll
het was de laatste winter van de lange rok
er was een wedstrijd in Kras het leek wel atletiek
de kranten schreven dat de jeugd bedorven werd
zoveel beweging denkt u daar niets bij
dat was 1957


De cool jazz kwam in nachtkonserten
en zwarte letter-affiches van Lou van Rees
de rokken waren kort en nauw
er werd niet gesmeten
het geluid van Miles Davis juichte niet
de trompet van Miles
liep zachtjes naar binnen
je werd er stil van
en je vond een nieuwe ruimte
het werd het tijdperk van weed
het kruid waar Mary Juana naar werd genoemd
en de meisjes droegen zwarte maillots
en zwarte kleren zwarte ogen
dat was 1960


Zo was het vroeger
het is ook 1965 geweest
het jaar van Yesterday en Op Art
het is nu december 1966
waar zullen we later aan denken



Richter Roegholt (1925-2005)