maandag 5 november 2018


maandag
5
november

Herfstschemering

De schemeravond brengt in alle dingen
En om de zwijgzaam-late menschen heen
Een parelgrijs, geluidenloos geween,
Het is een avond dat geen voog'len zingen;

Het is een avond dat geen voog'len kweelen;
Daar is geen vreugdigheid ter wereld meer
En ieder peinst op 't nooit-vergeten zeer
Een moeden avond als de blaadren geelen;

Een moeden avond als de blaadren goude
In 't oud en schamel-stervend herfst-seizoen....
Wat kan een dolend mensch dan méérder doen
Dan stil-verdroefd wat van een ander houden,

Dan stil-verdroefd eene andere ziel beminnen
En peinzen aan den winter en den nacht,
Die beide komen éér hij hen verwacht;
Of - angstig-stil een vreugdig lied beginnen?


Jan Greshoff (1888-1971)
uit: Aan den verlaten vijver (1909)



zondag 4 november 2018



zondag
4
november


Eenkennigheid is bij een kind
een trek die men afwijkend vindt.
Maar is men veertig jaar getrouwd,
dan wordt het als een deugd beschouwd.


Wim Meyles

zaterdag 3 november 2018


zaterdag
3
november



Lekker eten doen wij Nederlanders graag.Ja, de liefde van de man gaat door de maag.
Bij Chinezen door een ander lichaamsdeel.
Daarom zijn er van die mensen ook zoveel.


Wim Meyles



woensdag 31 oktober 2018


woensdag
31
oktober

DE NIEUWE OOSTER

De meeste bomen zullen ons hier overleven
tot ook hun ruisen in de eeuwigheid verstomt
en zij hun troost voor iedereen die na ons komt
onder hetzelfde juk, niet langer kunnen geven.

Soms ritselt nog het gras zowat vergeten namen
voor wie ze horen wil, al zeggen zij niet meer
wat zij ooit zeiden, maar wat ons een oogwenk weer
beseffen doet, waarom wij als tevoren kwamen

naar deze tuin die aan herdenken is gewijd:
het even stilstaan bij het doorgaan van de tijd.

Jan Boerstoel



zondag 28 oktober 2018


Zondag
28
oktober

Liefdesliedje

Mijn liefste, waar we beiden zijn,
Daar zijn we met ons bei,
Al de andre menschen, die er zijn,
Ze zijn er niet voor mij.
Ze lachen wel en praten wat,
Ze komen wel en gaan,
Maar doen ze iets of laten dat,
Het komt er niets op aan.

De andre menschen om ons heen,
Zijn ook wel lief en goed,
Maar ik bekommer mij alleen
Om wat jij zegt en doet.
Ik glimlach maar en houd mij stil,
Dit roezig stemgegons,
Waar ieder wat beweren wil,
Wat is het, lief, voor ons?


Jacqueline van der Waals (1868-1922)
uit: Gebroken kleuren (1939)



vrijdag 26 oktober 2018


Vrijdag
26
oktober

Scheutige Jorden

Jorden reysde naer Amsterdam te mart
Met een stijve beurs, en een moedich hart,
Om alle kostelijckheyt te koopen;
Daer ginck hy alle winckels deur-loopen
Hy dede langen silvere lampetten,
Vergulde schroeven, goude braseletten;
Groote diamanten van veel caraten
Die keurde hy nauw voor deur op de straten;
Hy proefde ringen, of s’ hem oock pasten,
Hy sach fluweelen, satijnen , damasten
Turcksche Tapijten, Milaensche neêrbasen,
Schoone Porceleynen, Veneetsche glasen ,
Spiegels van ebben-hout, brand-ysers wichtich,
Kopere kroonen groot en opsichtich:
Hy taelde naer vermaerde Schilderijen,
Van de beste Meesters van d’ oude tijen
Van Lucas van Leyen, of Jan Mabuysen;
Naer lang geloop deur veelderley huysen,
Naer dat hy ’t al deur-pluyst en becnoeyt had,
En twintich winckel-knechts vermoeyt had;
Raet , wat hy kocht die sinnelijcke Jorden?
—Vier houte lepels en ses Taffel-borden.

Simon van Beaumont (1574-1654)



zondag 21 oktober 2018


Zondag
21
oktober

Steek vooral uw duim niet weer
In uwe mond, gelijk weleer;
Dan komt de kledermaker hier,
En knipt u met zijn schaar, Reinier,
Tot uw welverdiende straf
Van elke hand het duimpje af.

Nauw was de moeder ’t hoekje rond,
Of  – hap –  de duim ging in den mond.
Maar acht! – de deur wordt losgedaan
Daar komt de kledermaker aan –
Hij knipt Reiniertje, tot zijn straf,
Van elke hand het duimpje af.

Dus kinderen, hoedt u voor gevaar.
Denk aan die grote, scherpe schaar!

Heinrich Hoffmann (1809-1894)
uit: Piet de Smeerpoets (1848)