maandag 15 februari 2021

 

maandag

15

februari

 

 

Dikke Dinges R.I.P.

Dikke Dinges was verscheiden,
in zijn Heer en litjemaux,
de professor kwam en zeide:
`Hum, Hum, Hum, …’ en liet het zoo.
Doodkist werd besteld, gemeten,
afgebiest met plint en lat.
die, met zillever besmeten,
krap, fataal en poenig zat.

Zeven bidders wiegewankten
in d’r grafgezanten vlijt
met de kostbaar ingeplankte
vieze dikke dooiigheid.
Van de traphal naar den wagen,
van den wagen naar het graf …
trapten in plechtstatig dragen
voormans hak en hielen af.

Heel de Dingespermetasie
vormde om den kuil een O,
dominee hield predekasie
over Christenheil en zoo,
over dood en over leven,
zoo kortstondig als het gras;
treurend snoten al de neven,
om den duur van het gewas.

Hier ligt in z’n Heer ontslapen
(oogen toe en zonder weet)
de geliefde, zeer rechtschapen
makelaar in kinderleed.
Spekulant in graan en krotten,
zwaar geschut en menschenwee.
God z’n ziel! … Het graf z’n botten!
Dikke Dinges R.I.P.

Willem van Iependaal (1891-1970)



donderdag 11 februari 2021

 

donderdag

11

februari

 

 

Die donker

 

In die donker gang is ’n lig wat skyn

Maar die vlam is delikaat en fyn

En ek het verlang na die lentetyd

Op my oom se plaas sonder elektrisiteit

 

My tannie sĂȘ: “My kind, my kind,

Die liefde en die motte is blind.”

Die vlam is delikaat en fyn

En dit kan soos ’n dief in die donker nag verwijn

 

Diep in die donker gang het ek na iets verlang

Ek het die wind hoor sing, lente sal liefde bring

Ek het die dag hoor kwyn,

Dis net die son wat nou verdwyn

En soos die aarde draai,

Sal ’n haan weer kraai

 

Laat een aand word die nag soos dag

Soos die storm bars met al sy krag

En ik het in die gang weggekruip

Want ek was so bang vir die elektrisiteit

 

Diep in die donker gang het ek na iets verlang

Ek het die wind hoor sing, lente sal liefde bring

Ek het die dag hoor kwyn,

Dis net die son wat nou verdwyn

En soos die aarde draai,

Sal ’n haan weer kraai

 

As die donker my kom haal

En die Here my nie soek nie

As die osonlaag vergaan

En in ’n kandelaar van sterre val

Begrawe my hart op Klein Tambootieboom

En strooi my as oor die Bosveld horison

 

Stellenbosch University Choir




woensdag 10 februari 2021

Woensdag

10

februari

De tijd maakt vaal, onooglijk en krom

en breekt er alle kracht en brengt ze om;

ik riep: is er iets triester dan de dood?

het klonk: de ouderdom, de ouderdom.

 

J.H.Leopold (1865-1925)




 

dinsdag 9 februari 2021

 

dinsdag

9

februari

Die nimmer zot wil zien, moet deur en vensters sluiten,

Koom’ nimmer uit zyn huis en hou’ er andren buiten;

Maar opdat hem zyn wensch onfeilbaar moog’ gelukken

Sla hy de spiegels door zyn gansche huis aan stukken.

 

Pieter Boddaert (1694-1760)




zondag 7 februari 2021

 

zondag

7

februari

Wij sterven en ons land sterft om ons henen…

Niets bleef dan regen, dorre bladen, dode stenen;

De wind rukt aan de bladen en de bomen

Kilte en mist, ons eigen eenzaam wenen.

 

Erich Wichmann (1890-1929)




zaterdag 6 februari 2021

 

zaterdag

6

februari

Leven en dood

 

Leven: een duizelig bevangt de lijven.

Het lentefeest rumoert met dans en schal.

Dood: op de heuvelen alleen te blijven,

Terwijl de herders keerden naar het dal.

 

 

J.C.Bloem (1887-1966)




maandag 1 februari 2021

 

maandag

1

februari

 

Trots op Nederland?

Dat ooit voor mij als vaderlandse zoon
Het leven in dit land een aanvang nam
Is iets wat mij toevallig overkwam,
Maar waar ik mij wel dankbaar voor betoon.

Maar dat ik mij nou op de borstkas ram
Uit trots omdat ik hier nog altijd woon
Is net zo vreemd voor mij als autochtoon
Als dat een appel trots is op zijn stam.

Met wat ik doe ben ik soms best tevreden,
Dan breng je immers zelf iets moois tot stand,
Maar wat mijn landgenoten doen of deden
Is voor voldoening voor mijzelf geen reden.

En trots op eigen volk en vaderland
Is vaak de vonk voor weer een wereldbrand.



Driek van Wissen (1943-2010)