zaterdag 13 oktober 2018

vrijdag 12 oktober 2018


Vrijdag
12
oktober

Naarden-Vesting week

Na de Mattheuspassie

Het wemelt hier van neuriënde mensen. U leert ze kennen
door te groeten, dwalend door het haakse stratenplan.
Zij weven neuriënd Erbarme Dich. Zo u nu neuriet
weeft u mee, een web van stemmen door de Vesting heen.
En wie verstomt, hij neemt zijn draad mee in zijn graf.
Hoor hoe het leven verder weeft, nooit komt het af.


Willem Jan Otten





dinsdag 9 oktober 2018


Dinsdag
9
oktober

Avondwind

de avondwind, gesloten is zijn mond
wanneer hij spreekt of zingt in stille taal
met klanken uit een overoud verhaal
met angst of liefde voor een koude grond

de late nevel dooft zijn stem niet uit
versterkt de weemoed van zijn klinken eer
wie luistert hoort zijn zingen keer op keer
dan kruipt hij langzaam onder ieders huid

de zulken raken aan zijn stem gewend
hij wordt een vriendje daar dat men goed kent
ja, langzaam raakt men zelfs aan hem gehecht

en als de tijd dan rijp, is klinkt het woord
het laatste, van een hemels slotaccoord
waarin gesproken wordt het hoogste recht


Jacob van Schaijk

maandag 1 oktober 2018


Maandag
1
oktober

September

Blond lief, de laatste gouden dagen

wuiven ten afscheid en wij achten ’t niet,
de bomen en de struiken dragen
hun laatste tooi en in het riet
schuilen de vissen en hun trage
vinslag verraadt hen niet.


Het wordt nu tijd ons te bezinnen;
de bossen kleuren dieper bruin
en lila herfstasters beginnen
hun ijle bloeien in mijn tuin.


Het wordt nu tijd om te bedenken:
de zomer houdt niet eeuwig stand;
zij schonk ons al wat zij kon schenken –
de laatste gouden dagen wenken
en herfst komt reeds in feller kleuren drenken
de bloemen van dit dierbaar land.


Koos Schuur (1915-1995)
uit: Windverhaal (1941)



zondag 30 september 2018


Zondag
30
september

Sicilië

Sicilië, een land om van te houden,
Met bergen, bossen, meren, een vulkaan.
Je wordt er nooit getroffen door de koude
En ’s winters hoef je trui of jas niet aan.
In kloosters klinken luid de ochtend-lauden.
De maffia is deel van het bestaan.
Het is een land van diepe, donk’re wouden
En liever eet men pasta dan blank graan.

Ook eert men in dit land een groot poëet.
Het rijmen heeft dit volk nooit kunnen laten.
ABAB, het is maar dat u ’t weet,
En pentameter is de maat der maten.
Nog éénmaal, opdat u het niet vergeet:
Sonnetten willen wij hier laten klinken.
Petrarca was de oorzaak van dit leed.

Het eiland ligt ten zuiden van de Laars,
Zoals wij op de atlas kunnen zien.
Men vist hier op de poon, niet op de baars,
Een meid heet signorita en geen Mien.
In kerken brandt men dagelijks een kaars,
Nee, dat’s  onjuist, men brandt er meestal tien!

Is dit een eiland waar wij willen gaan?
En heeft het steden, waard om te bezoeken?
Palermo, geeft dat zin aan ons bestaan?
Dus moeten wij die reis maar gauw gaan boeken?
Of gaan we liever naar Koog aan de Zaan?

Hier volgt dan nu het Siciliaans kwatrijn.
Als basis van gedichten kan het dienen.
Het oogt wat mager, als goedkope wijn,
Maar niet zo slecht dat ik hier sta te grienen.

Het einde van dit al verklarend lied:
Sicilië, een land om van te houden.
Maar toch, ABAB, dat is het niet!

Frans Woortmeijer



zaterdag 29 september 2018

Zaterdag
29
september


Weg uit dit snertklimaat!
Snel naar Sicilië!
Daar is het zonnig
En warm bovendien


Ook zijn er prachtige
Vulkanologische
Stromen van klotsende lava
Te zien


*

Onder limoenbomen
Schitterend zwemwater
Vrolijke klanken
En vriendelijk volk


Dit is een heerlijke
Strakblauwehemeldag
Nergens een weeralarm,
Nergens een wolk


*

Nacht in Sicilië
Tsjirpende krekeltjes
Ook worden bronstige
Kikkers gehoord


Soms klinkt een ijzige
Porcamadonnaschreeuw
Als er een maffiabaas
Wordt vermoord
Peter Knipmeijer (1970)
uit: Typisch Sicilië (2018


dinsdag 25 september 2018


Dinsdag
25
september

Betrapt


Op het tentamen wist ik het niet meer!

Ik raakte in paniek, begon te zweten

Hoe kon ik het op dit moment vergeten

Hoe eindigde 'De Avonden' ook weer?


Ik wilde spieken, maar daar liep meneer

Zo waakzaam als een leeuw die nog moet eten

Ik vocht een stille strijd met mijn geweten

Zou ik het wagen voor die ene keer?


Mijn handen gleden naar mijn boekentas

Maar net voor ik het vond - daar had je hem!

Zijn aanblik deed mijn stoute vingers beven


Zijn ogen flitsten achter brillenglas'

Het is gezien', zo donderde zijn stem'

En het is niet onopgemerkt gebleven'


C.Abbing